Tags

Vragen Karabulut

Vragen van het lid Karabulut aan de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het bericht dat 421.000 kinderen in armoede opgroeien.

(…)

Staatssecretaris Klijnsma:

# Voorzitter. Mevrouw Karabulut zegt terecht dat het tegengaan van armoede onder kinderen in Nederland en overigens ook wereldwijd natuurlijk essentieel is. De cijfers van het CBS zijn niet nieuw, want ik heb de Kamer daarover al in januari en februari bijgeschreven. Die cijfers lopen tot en met 2014. Gelukkig biedt het CPB ook een overzicht over 2015 en een doorzicht naar 2016. Daaruit blijkt dat het aantal kinderen dat opgroeit in armoede, of althans in gezinnen met een laag inkomen, gelukkig minder wordt. Dat neemt niet weg dat wij van meet af aan enorm hebben ingezet op de bestrijding van armoede onder kinderen. Dat deden we samen met de gemeenten en dat doen we nog steeds. We hebben ook dit jaar natuurlijk voor gezinnen met kinderen de kinderbijslag verhoogd, net als het kindgebonden budget. Dit jaar is ook de kinderopvangtoeslag verhoogd. Verder zijn er belastingkortingen toegepast voor gezinnen met kinderen. We hebben aan de gemeenten 100 miljoen structureel extra beschikbaar gesteld voor de armoedebestrijding. Gemeenten zijn druk doende om met het kindpakket kinderen te ruggensteunen. Dat is heel plezierig. We hebben ook subsidie verstrekt aan de Stichting Leergeld, het Jeugdsportfonds en het Jeugdcultuurfonds. Er is ook een specifieke sportimpuls voor kinderen in lage-inkomensbuurten in het leven geroepen. Verder hebben we, mede dankzij de Kamer, 8 miljoen beschikbaar om extra impulsen te geven.

# Kortom, er is een groot pakket gecreëerd om de armoede onder kinderen te bestrijden. Last but not least: recentelijk heb ik de Kinderombudsman gevraagd om vervolgonderzoek te doen naar het terugdringen van armoede onder kinderen op lokaal niveau. Op basis van een aangenomen motie van het Eerste Kamerlid Van Apeldoorn zal ik ook de SER vragen om onderzoek te doen.

# We zijn dus enorm doende, want mevrouw Karabulut heeft een punt: kinderen mogen niet in armoede opgroeien.

Mevrouw Karabulut (SP):

# Ik heb een punt. Nog steeds zijn we, ondanks de crisis, een van de rijkste en welvarendste landen in de wereld. Ik zou graag antwoord willen op mijn vraag aan de staatssecretaris. Ik wil geen doekjes voor het bloeden. Die 100 miljoen die de staatssecretaris noemt, heeft zij inmiddels al honderd keer uitgegeven. Daartegenover staat een bezuinigingspakket van meer dan 50 miljard. Mijn vraag aan de staatssecretaris was, is en blijft: is zij bereid om het wettelijk minimumloon en het sociaal minimum te verhogen, zodat mensen iets overhouden in hun portemonnee om een normaal leven te kunnen leiden?

Staatssecretaris Klijnsma:

# Ik heb zojuist de verhoogde kinderopvangtoeslag genoemd, net als de belastingkortingen, de verhoging van de kinderbijslag en de verhoging van het kindgebonden budget. Wat dat betreft hebben we al heel veel gedaan. Ik hecht eraan om te melden dat Nederland vanuit internationaal perspectief gezien absoluut niet beroerd scoort wat dit hoofdstuk betreft. Het percentage kinderen dat in armoede opgroeit, is volgens de EU-definitie gemiddeld 27%, maar bij ons is dat veel en veel lager, namelijk 17%. Eigenlijk doen alleen Denemarken, Finland en Zweden het ietsje beter. Volgens Unicef — dat is een gerenommeerde, wereldwijd opererende instelling — behoren onze kinderen in Nederland tot de gelukkigste kinderen in de wereld. Daarmee wil ik natuurlijk niet zeggen dat het niet moeilijk is als kinderen moeten opgroeien in een gezin met een heel kleine portemonnee. Dat wil ik niet onder het tapijt schuiven.

Mevrouw Karabulut (SP):

# Moeilijk? De staatssecretaris is ervoor verantwoordelijk dat een op de vier kinderen in een stad als Rotterdam in armoede opgroeit. Dan kan de staatssecretaris wel aankomen met 100 rapporten, maar dit betekent concreet dat deze gezinnen te weinig middelen hebben om eten te kopen. Zo basaal is het. Ik zal de staatssecretaris nog wat internationaal onderzoek presenteren. Afgelopen week werd bekend dat Nederland kampioen belastingontwijking en -ontduiking is. Het kabinet matst de grote multinationals, zodat die geen of minder belasting betalen en wij jaarlijks 5 miljard mislopen. Als de staatssecretaris op zoek is naar middelen, zou ze dat bijvoorbeeld kunnen aanpakken. De rijkste 1% heeft er in 2013 23 miljard bijgekregen, terwijl de laagste inkomens op een gemiddelde schuld van €57.000 zitten. Wat ik maar wil zeggen is dat je, als je oneerlijk beleid voert, waarbij de rijken worden gematst en de middeninkomens en lage inkomens worden gepakt, 421.000 kinderen krijgt die in armoede opgroeien. Mij rest één vraag: als de staatssecretaris geen structurele maatregelen wil nemen, is zij dan op zijn minst bereid om te garanderen dat alle kinderen in alle gemeenten eten, kleding, sport en cultuur kunnen krijgen?

Deze passage uit het vragenuur van vandaag in de Tweede Kamer wordt inmiddels een repeterend schouwspel omdat dit debat – in een aantal varianten vanwege de bezuinigingen op de sociale zekerheid – die steeds weer opgevoerd wordt en waarvan geciteerde hoofdrolspelers erg moe van móeten worden. Karabulut omdat ze het met haar aanpak van de houdegen met de stevige aanval inzet, maar er niet in slaagt om de staatssecretaris te dwingen haar beleid aan te passen. Maar hetzelfde Kamerlid weet ook wel vanuit haar ervaring in de Kamer dat zij de verkeerde, namelijk ineffectieve, strategie hanteert, aangezien de SP er toch ook niet al te florissant voor staat, aangezien de SP niet profiteert van de neergang van de PvdA. En Karabulut weet ook dat als haar fractie coalitiepartner zou zijn, zij ook heel andere taal zou bezigen dan nu als oppositiefractie het geval is. Dan zou ze zich realiseren dat het een probleem is om binnen de 3%-tekortnorm van de Europese regels te blijven. Structurele maatregelen die ze van de regering vraagt jagen de overheidskosten weer omhoog. En VVD-coalitiepartner – wie weet een volgende partner van de SP – laat geen zwaardere lasten van de hardwerkende Nederlander toe. Ons land is immers te rechts geworden en dat is een tenenkrommende ontwikkeling geworden voor de SP die dat onverteerbaar vindt.

Om deze reden kan de staatssecretaris ook volstaan met formele argumenten, omdat dit spel iedere maand opnieuw wordt afgespeeld en er een zinloos heen en weer, en zelfs langs elkaar heen wordt gesproken. En daarmee zijn dit soort debatten even zinloos als in het gevoel van grote delen van werknemers die zich ook ergeren aan hun zinloze werkzaamheden.

Advertisements