Tags

,

Om een publieke discussie te voeren is kennis van zaken nodig (commentaar, opinie/Trouw, 12 mei)

Ook sommige politieke partijen moeten zich schamen voor manipulatie

Deze ondertiteling verdient een aparte blog, zo werd in vorige blog aangegeven. Hieronder een start van een debat over politieke mores.

# Aan grote woorden [kritiek op de burgemeester Van der Knaap van Ede] is tegenwoordig in Nederland geen gebrek. Het oordeel is vaak snel geveld, niet gehinderd door enige kennis van de zaak. Kennis hebben is ook geen echte noodzaak. Het heeft er veel van weg dat het in de publieke discussie belangrijker is een, liefst zo ferm mogelijk, standpunt in te nemen. Dat dit gebeurt voordat details bekend worden, wordt dan vergeten. Het ferme standpunt is luid en duidelijk naar voren gekomen. De zaak in Ede heeft hoegenaamd niets te maken met de arrestatie en latere uitreisverbod van de columnist Ebru Umar in Turkije. (…)

Het is duidelijk dat wat hier geformuleerd onweerlegbaar is en dat die trend is ingezet door Fortuyn, die als eerste in de 21e eeuw een radicaal andere toonzetting heeft gehanteerd om de besloten politieke kaste van ons land aan te pakken. De snelheid waarmee deze trend zich heeft voortgeplant zegt genoeg over die sluimerende onvrede die als veenbrand door ons land waart. Helaas wordt er nauwelijks meer onderscheid gemaakt tussen noodzaak en minder noodzakelijke feiten. Met noodzaak bedoel ik de aanval van Fortuyn op de politieke elite die volkomen losstond van de burgers en het maatschappelijke toneel, waarop men functioneerde.

Het zal hier verder niet gaan over het functioneren van genoemde burgemeester in de kwestie met de Marokkaanse jeugd in de wijk Veldhuizen.

Wel over de redactionele vaststelling over het politieke klimaat in ons land: ‘Aan grote woorden is tegenwoordig in Nederland geen gebrek. Het oordeel is vaak snel geveld, niet gehinderd door enige kennis van de zaak. Kennis hebben is ook geen echte noodzaak.’ Deze waarneming zal door niemand worden tegengesproken en daarom wordt de waarheid geen geweld aangedaan. Maar het feit dat dit een algemeen ervaren vaststelling kan worden benoemd, maakt het des te duidelijker dat er iets grondig mis is met onze ‘politieke bedrijfsvoering’.

Het gegeven dat we onderdeel zijn van een hoogtechnologische (en dus ook hoogwetenschappelijke) samenleving, maakt dat we eerder het omgekeerde hadden moeten verwachten: naarmate kennis en digitalisering een hoge vlucht nemen, en ook dat de scholingsgraad van de (beroeps)bevolking vele malen hoger is dan een halve eeuw of nog langer geleden, maakt dat de vaststelling ‘niet gehinderd door enige kennis van de zaak. Kennis hebben is ook geen echte noodzaak’, er een merkwaardige paradox zich heeft ontwikkeld. Het lijkt erop dat naarmate de maatschappij zich technologisch in hoog tempo heeft ontwikkeld, de bevolking daarvan afstand heeft genomen, of daar geen boodschap aan heeft.

Het probleem van deze ontwikkeling is dat er niet meer wordt geluisterd naar argumenten (van de ander) en logica binnen het betoog, maar dat de maatschappelijk hectiek ons ertoe heeft gebracht dat die hectiek ook binnen onze verbale uitlatingen heeft genesteld en dat de burger, noch politicus zich nog tijd gunt om een samenhangend antwoord of reactie te geven. Dat is als een regelrechte achteruitgang aan te merken. Dat dit verschijnsel zich ook politiek doet gelden mag niet als een compliment worden gekwalificeerd. Geen wonder dat het politieke gezag tot het nulpunt te gedaald. Dat valt ook niet meer te herstellen, aangezien een vergelijking met het onderwijs treffend is: een leraar die geen orde kan handhaven, wordt gewoon weggepest. Dat geldt dus ook voor veel Kamerleden, en vooral voor de nieuwelingen, die zijn afgesplitst van hun oorspronkelijke partij waarmee ze hun entree in de Kamer hebben gemaakt. Wie de schoen past…

Advertisements