Tags

Kom op  voor Umar, maar negeer haar gifstrooierij (Mihai Martoiu Ticu, opinie/Trouw, 27 april)

De vrijheid van columniste Ebru Umar moet verdedigd worden maar haar stukken zijn haatzaaiend, vindt Mihai Martoiu Ticu.

# : Ebru Umar weigert, zelfs na herhaald verzoek, bewijs te leveren, dat eerwraak en vrouwenmishandeling legaal zijn voor moslims in Nederland. Zij schendt een van de meest fundamentele argumentatieregels: wie stelt, moet bewijzen. Of anders haar woorden intrekken. Zo simpel is dat.’

De auteur is jurist en filosoof, maar helaas worden kennelijk in die opleidingsdisciplines niet aangeleerd hoe je omgaat met veranderende wetgeving. De juristerij is zwart/wit: wat er in het strafrecht zwart op wit staat geformuleerd als ‘verboden’, is dus ook verboden. En de filosofie worstelt met hetzelfde probleem. Zoals de processen tegen Wilders hebben geleerd is dat de vrijheid van meningsuiting in voorgaande tijdperken anders werden geïnterpreteerd dan in de afgelopen jaren en daardoor is het wetgevingsproces sterk in beweging gekomen. En daarmee wordt het twijfelachtig of de auteur bepaalde ‘eisen’ mag stellen, zoals hij in bovenstaand citaat doet. De auteur schijnt vergeten te zijn dat hij niet meer in de collegebanken zit, en dus columnisten niet op die academische criteria hoeft te beoordelen. Dus is de vraag: waar maak je je zo druk om, want Umar heeft haar mening uitgesproken en dat is haar recht, zelfs als het ‘fact-free’ is, waarvan Ticu een ‘feitenvrije hyperbool’ maakt. En dat is zijn goed recht, maar dat is wel een waardenoordeel. Hij wijst het dus in feite af en vind dat eigenlijk een ongeoorloofde gang van zaken. Jammer dan, want vrijheid van belediging van bevriende staatshoofden en dus een exponentiële vorm van vrijheid van meningsuiting verdwijnt binnenkort uit het strafboek. De rechts- en wijsbegeertefaculteiten zullen zich dus ook moeten aanpassen.

Advertisements