Tags

Duidelijke taal van minister Jeroen Dijsselbloem (2) @2eKamer

De heer Koolmees heeft specifieke vragen gesteld over de asieluitgaven. Ik wil daarover één opmerking vooraf maken. Hij schaarde zich achter de grote steden en de brief die zij hebben gestuurd. Ik dank hem voor zijn opmerking, want die geeft mij de gelegenheid om daarover een opmerking terug te maken. Als wij bestuurlijk overleg voeren met alle gemeenten, en dus niet alleen met de grote vier, dan vind ik het buitengewoon merkwaardig dat de grote vier gemeenten een brief sturen, waarin impliciet een dreigement staat, namelijk dat zij mensen niet meer gaan opvangen als het kabinet niet zwaar over de brug komt. In normale verhoudingen is dat echt heel vreemd. Het is ook onnodig. Wij beseffen zeer dat er veel op de gemeenten afkomt. We beseffen ook zeer dat dit over geld gaat. Het gesprek daarover vindt nu plaats. Ik hecht eraan om dat signaal ook hier te geven. Ik vind het geen manier van doen. Als de heer Koolmees zegt dat het kabinet niet wil investeren in deze mensen, is dat echt volstrekt uit de lucht gegrepen. Natuurlijk moeten we investeren, anders komt het zeker niet goed. In de afgelopen jaren, en zeker vorig jaar, zijn de uitgaven al gestegen als gevolg van de forse asielinstroom. Dat soort dingen leiden al, via de trap-op-trap-afsystematiek, tot een verhoging van het Gemeentefonds. Dat weet de heer Koolmees als geen ander. In het afgelopen jaar hebben de gemeenten dus al meer geld gekregen langs meerdere wegen. Dat zal opnieuw gebeuren, zodat we de asielstroom goed kunnen opvangen.

De heer Koolmees (D66):

Ik dank de minister voor zijn antwoord. Begrijp ik goed dat de minister zegt dat er het komende jaar, en misschien wel de komende jaren, veel geld nodig is, niet alleen voor opvang, maar ook voor huisvesting, onderwijs, integratie en taallessen? Hoe zorgen we ervoor dat mensen niet gevangen blijven in een asielzoekerscentrum of in de bijstand? Zegt de minister nu concreet dat het kabinet ervoor gaat zorgen dat er geld beschikbaar komt om die investeringen te kunnen doen?

Minister Dijsselbloem:

Ik ben blij dat de heer Koolmees de huisvesting noemt. Op dat punt ben ik teleurgesteld in de gemeenten. Er zitten op dit moment 17.000 mensen te wachten in COA-voorzieningen en azc’s, die al hadden moeten uitstromen naar gemeenten. Dat is geen kwestie van geld. Dat is een kwestie van wethouders die de schouders eronder moeten zetten. Het gaat om de wethouders die de heer Koolmees zojuist warm omhelsde. Ik duw dus een beetje terug. We gaan dit immers alleen redden als ook zij hun aandeel leveren.

De heer Koolmees (D66):

Ik kies geen kant in de ruzie tussen de minister en de gemeenten. Ik zie een serieus probleem, namelijk dat er inderdaad 16.000 mensen in asielzoekerscentra zitten, die graag zouden doorstromen naar een woning. Die woning is er alleen niet, omdat er heel lange wachtlijsten zijn. Ik zie problemen in het onderwijs, omdat er geen plekken zijn voor kinderen die de Nederlandse taal willen leren of omdat er te weinig geld is om integratie vorm te geven. Mijn vraag was vooral of het kabinet ervoor gaat zorgen dat er wel geld is om te voorkomen dat we in de val lopen dat we over vijf jaar moeten constateren dat er een heleboel mensen in de bijstand gevangen zitten.

Minister Dijsselbloem:

Dat laatste kan ik niet uitsluiten, want het is buitengewoon moeilijk om vluchtelingen te integreren, maar onze inspanning, samen met de gemeenten, is daar zeker op gericht. Daar zal ook geld voor beschikbaar komen. Dat staat buiten kijf en dat weten de gemeenten ook. Dat gesprek wordt op korte termijn voortgezet. Dat is gewoon gaande. We zullen daar geld voor moeten uittrekken. Het zal sober zijn, zeg ik erbij, omdat het financieel echt een extra uitdaging is.

De heer Koolmees (D66):

Dank voor deze toezegging. Ik denk dat het heel verstandig is om fors te investeren in onderwijs. Dat vindt D66 overigens al langer. We moeten er namelijk voor zorgen dat …

De voorzitter:

Dit lijkt me meer iets voor uw tweede termijn dan voor een interruptie.

De heer Koolmees (D66):

Ik had nog een concrete vraag gesteld over de uitzondering op de begrotingsregels.

Minister Dijsselbloem:

Inderdaad. Ik was eigenlijk nog met een soort inleiding bezig om bij dat punt uit te komen. Het is inderdaad mogelijk om ex post, dus niet vooraf, clementie te vragen bij de Commissie als je de begrotingsregels overtreedt. Als je kunt laten zien dat dit komt doordat er in het afgelopen jaar — het is immers ex post — een forse extra asielinstroom was, is de Commissie bereid daar incidenteel rekening mee te houden en geen sancties of wat dan ook op te leggen; ex post en incidenteel dus. Structurele problematiek moeten we van de Commissie gewoon inpassen in onze begroting. Zij kan het niet structureel door de vingers zien. De uitgaven voor asiel in de komende jaren zijn voorzienbaar. Die overkomen ons niet. Een heel grote stijging in de instroom — we zijn in 2 jaar tijd van 15.000 naar 30.000 en van 30.000 naar 60.000 per jaar gegaan — is wel een aanleiding voor clementie. Als wij in de afgelopen jaren, dus in 2014 of 2015, de begrotingsregels hadden overtreden, hadden wij ex post aan de Commissie kunnen vragen of zij ons niet te hard wil aanpakken vanwege de extra asielinstroom. Het is nu niet nodig om dat te vragen, omdat we gewoon aan de begrotingsregels voldoen. Dat hebben we dus ook niet gevraagd en het staat dus ook niet in dit programma. De kosten voor deze groep voor de komende jaren zijn voorzienbaar. Denk dan aan doorstroom naar de bijstand en aan scholing et cetera. Die kosten zullen we dus gewoon zelf in de begroting moeten inpassen.

De heer Koolmees (D66):

Ik vroeg dit ook omdat de Raad van State in het advies opmerkt dat Nederland, in tegenstelling tot andere landen, geen zinnetje heeft opgenomen waarmee een beroep wordt gedaan op deze uitzonderingspositie. Andere landen hebben dat wel gedaan. Ik weet dat België en Italië dat bijvoorbeeld wel hebben gedaan, ook in het Stabiliteitsprogramma. Ik vroeg mij dus af waarom Nederland dat niet heeft gedaan.

Minister Dijsselbloem:

Dat ligt, denk ik, bij die andere landen aan het feit dat zij wat meer in de gevarenzone zitten en dat wij in 2014 en 2015 gewoon netjes aan de begrotingsregels hebben voldaan. Ik zeg dat met veel zelfvertrouwen. Ik vind het dus niet nodig om te vragen: wilt u ons vriendelijk behandelen vanwege asiel? Dat is gewoon niet nodig. In de systematiek gaat het — ik zeg het nogmaals — om eenmalige uitgaven en onverwachte uitgaven. Als de Raad van State dat even had doordacht, had hij nog steeds kunnen opmerken dat wij dat zinnetje niet opnemen, maar had hij misschien uit de context kunnen begrijpen waarom we dat niet doen. Het is voor ons niet van belang.

Uit dit betoog kan worden opgemerkt dat zelfs D66-Kamerlid Koolmees teveel geloof hecht aan wat er in de kranten wordt beweerd en dat hij na dit duidelijke antwoord van de minister er helemaal naast zat. Het probleem van journalistieke verslaggeving is dus dat zij ook onvoldoende op de hoogte zijn wat zich zoal afspeelt in politiek-Den Haag en dat er op deze wijze miscommunicatie plaats vindt. Daarbij dient ook te worden aangegeven dat als Koolmees meent dat er te weinig geld beschikbaar zou zijn voor de opvang van asielzoekers – vandaar de gerichte vraag aan de minister -, hij ook dient aan te geven waar dat geld vandaan moet komen. Anders gaat D66 dezelfde populistische kant uit als SP en PVV. Geen enkele fractie heeft immers nog om een evaluatie gevraagd van het gevoerde crisisbeleid van afgelopen jaren en of er geen ander fiscaal- of inkomensbeleid moet worden gevoerd, dat meer rechtvaardigheid garandeert. Er wordt door de oppositiepartijen alleen voor de eigen Bühne in de wilde weg wat geroepen, wat het politieke klimaat niet ten goede komt. Vandaar alle proteststemmers op PVV.

Advertisements