Tags

, ,

Opstand van de burger bereikt nu ook de wereldeconomie (Maarten Schinkel, Buitenland/NRCHandelsblad, 18 april)

# Met één kapitein die zich dagelijks uit zijn bed lijkt te slepen, en een andere die trappelend staat te wachten, lijkt de wereldeconomie op een schip dat geen nieuwe storm meer kan hebben – en tergend langzaam op weg is naar veilige wateren in de hoop dat die storm niet komt. Dat verklaart het fatalisme: er rest weinig meer dan het beste ervan hopen.

# Dat verklaart ook de nervositeit over een eventuele Brexit: een nieuwe schok, met onvoorzienbare gevolgen. Het IMF voorziet “zware economische schade”. Maar zelfs als een Brexit wordt vermeden dan kan Europa, zo klinkt het hier [voorjaarsvergadering IMF], voorlopig slechts rekenen op hooguit één procent economische groei. De euro wordt, opvallend, steeds meer gezien als een mogelijk tijdelijk experiment. Er wordt geopperd dat alle arrangementen misschien gewoon wel overboord moeten: geen begrotingsregels meer, geen reddingsoperaties voor probleemlanden. Ieder voor zich dus, en dan maar zien waar het schip strandt. Dat is ook op wereldschaal wat er steeds meer aan de hand lijkt.’

Het is steeds duidelijker geworden dat de mondiale economie in gevaar komt vanwege ontwikkelingen als financiële verwevenheid tussen banken en financiële markten en dat er een nieuwe economische wanorde is ontstaan, die niet meer hersteld kan worden. Dat heeft ook gevolgen voor de EU als idealistische gedachte die de politieke eenheid wilde bewerkstelligen, maar door de economische crisis alleen maar in grote verwarring heeft gebracht. Toch zijn economische blokken de toekomst en wil Europa niet ten ondergaan aan provincialisme en regionalisme en nationale belangen van lidstaten, dient er in de EU wel orde op zaken te worden gesteld. Dat is alleen mogelijk als er een herstel van de huidige chaos wordt georganiseerd. Dat kan alleen door het eerherstel van het oude adagium: het Europa van de twee snelheden. Noord-Europa neemt het voortouw en de leiding, en Zuid-Europa vanaf Frankrijk en Italië zorgen op eigen kracht aan concurrentiekracht te winnen. De nieuwe EU zal alleen in staat zijn om weer een gezond Europa te creëren, maar dan wel zonder alle weeffouten van de huidige EU als laboratoriumexperiment.

Zie ook (kleine week later!):

Politieke partijen zijn het symbool van een verdwenen wereld

  • Jacques Wallage

Gisteren, 17:00

Langzaam maar gestaag groeien de politieke praktijk en het democratische ideaal uit elkaar. Zoals zo vaak zie je de rauwe werkelijkheid het eerst in de Verenigde Staten. Zowel Bernie Sanders als Donald Trump leveren niet alleen strijd vóór hun politieke opvattingen, maar ook tégen hun eigen partij. Ze revolteren tegen de procedures die de toegang voor outsiders tot de macht beperken.

En outsiders zijn ze beiden. Sanders als een radicale sociaaldemocraat, te links voor de Democraten, waarvan hij nog maar recent lid is. Trump was lang Democraat, hij heeft zich vroeger over tal van politieke vragen redelijk progressief uitgelaten. Hij is lid van de Republikeinse partij geworden, maar feitelijk vooral voorzitter, secretaris en penningmeester van de Trump-partij. De narcistische variant van de outsider. Terwijl Trump en Sanders massa’s volk op de been brengen, zitten de bestuurders van hun partijen met samengeknepen billen op de uitkomst van de voorverkiezingen te wachten. Vooral bij de Republikeinen dreigt de top de greep op het proces te verliezen.

Poortwachters

Politieke partijen, daar en hier, vormen de poortwachters tot de publieke ambten. Ze geven toegang, maar ze reguleren die entree ook. Hun verplichte lidmaatschap beperkt de democratische deelname. Ze zijn toegangsweg en kartel tegelijk. Het is de macht van de contributiebetalers. Weinig mensen zijn lid van een partij. In een statische samenleving, waarin mensen in vaste verbanden leven, is dat niet zo’n groot probleem. Als je vroeger geen lid was van een partij hoorde je er in zekere zin toch bij. Je gaf je stem, las de krant die daarbij paste, ontmoette ‘ons soort mensen’ in de kerk, of de vakbond, of in de eveneens gelijkgestemde buurt waar je woonde. Die wereld bestaat hier niet meer, net zo min als in het verstedelijkte deel van de VS. Zo bezien zijn politieke partijen symbolen van een verdwenen wereld.

Afnemende relevantie

Partijen verbinden de samenleving met het bestuur. Ze stellen programma’s op, selecteren kandidaten. Verkennen met hun wetenschappelijk bureau de toekomst. Maar hun relevantie neemt af in een geïndividualiseerde wereld. Niet alleen wisselen kiezers even gemakkelijk van partij als van shirt, ze zijn handelingsbekwamer geworden, zijn beter opgeleid en hebben met de sociale media een eigen toegang tot de publieke ruimte. Dat holt de verbindende functie van partijen uit.

De politieke krachtsverhoudingen slaan eens in de vier jaar neer in de samenstelling van het parlement. Politici gedragen zich vervolgens alsof ze, net als vroeger, mandaat hebben gekregen voor vier jaar. Formeel klopt dat nog steeds. Maar feitelijk moet legitimiteit steeds opnieuw verdiend worden. Kiezers brengen wel hun stem uit, maar willen hun invloed niet uit handen geven. Dat vinden politieke partijen maar lastig. Daarom zijn referenda als principiële aanvulling op de representatieve democratie zo populair bij de kiezer. En zien de meeste politieke partijen er geen brood in.

Ook in de reacties op het Oekraïne-referendum zie je de lange tanden waarmee partijen zich aan de maaltijd zetten die de kiezers hebben bereid. Partijen willen de touwtjes in handen houden. Daarom heeft dit land, ondanks de opvattingen van de kiezers, nog steeds geen rechtstreeks gekozen burgemeester. Raadsleden en wethouders wonen in het domein van de partijpolitiek. Op burgemeesters met een eigen mandaat heb je als partij, zoals in Duitsland blijkt, veel minder greep.

Slijtage van de macht

De politieke partij als instrument voor het verzamelen van macht is aan slijtage onderhevig. Bij ons is de PVV, een partij zonder leden, in de peilingen al een hele tijd de grootste. Kennelijk valt er ook zonder een partij veel macht te verzamelen. In de VS laat Sanders zien dat veel kleine contributies een versterking van het politieke proces opleveren; je hoeft geen partijlid te zijn om een politieke beweging op gang te brengen. Maar bij de voorverkiezingen moet je in de meeste staten wel lid van een partij zijn om te mogen stemmen. Dan botst de dynamiek van de betrokkenheid op de harde hand van de poortwachters. Die lijken nog oppermachtig, maar ’s nachts liggen ze wakker en verzwikken zich de hersens: hoe vertegenwoordig je een volk dat zichzelf wil vertegenwoordigen?

In Land in zicht zoomt oud-politicus Jacques Wallage in op het snijvlak tussen burger en bestuur en tussen bedrijf en overheid. Wallage is voorzitter van de Raad voor het openbaar bestuur en toezichthouder.

 

Advertisements