Tags

Leren schrijven op school met pen en papier blijft eeuwig noodzakelijk, zo leert ons staatssecretaris Wiebes, die een luistergenot blijft in de Kamer @2eKamer

Staatssecretaris Wiebes:

Voorzitter. Tijdens mijn eerste begrotingsbehandeling als wethouder in Amsterdam was ik verantwoordelijk voor de ICT. Die viel uit op de avond van de begrotingsbehandeling. Toen hebben wij heel Amsterdam bediend met handgeschreven moties.

Wat is dit een mooi onderwerp. Iedereen is erin geïnteresseerd en dat maakt het zo goed. Er ligt een wet op de autobelastingen en dat is, als ik het zelf mag inschatten, geen voorzichtige doorontwikkeling van wat er lag. Dat gebeurt weleens in de fiscaliteit, maar nu niet. Ik zie dit echt als een noodzakelijke ingreep in een stelsel dat erg veel nadelen had ten opzichte van de voordelen die beoogd zijn. Ik zie ook dat we, als we dit zouden doorzetten, nog veel meer de nadelen zouden voelen van dit autobeleid.

Er zijn natuurlijk mensen en groepen die hier plezier aan hebben beleefd. Sterker nog, veel kopers van hybrides komen vrij smalend lachend en schouder kloppend op mij af en lijken een soort leedvermaak te hebben over het voordeel dat ze zelf hebben genoten. Maar wie er in elk geval niet van het beleid van de afgelopen jaren heeft genoten, is naar mijn stellige overtuiging de belastingbetaler, maar ook de reguliere automobilist en zeker de particuliere automobilist. Die waren niet blij. Ook het klimaat was niet blij.

Laat ik eerst eens ingaan op het klimaat, want dat heeft wel een grote rol gespeeld in dit debat. Hier staat hij dan: de VVD’er die vindt dat we wel degelijk iets aan het klimaatvraagstuk moeten doen. Als je geen staatsschuld aan je kinderen wilt achterlaten, moet je ook geen ecologisch probleem bij je kinderen achterlaten. Maar dan vind ik wel dat we het belastinggeld zo efficiënt mogelijk moeten inzetten. Dan moeten we er met wat belastingvoordelen heet, of subsidie, toch ten minste zeker van zijn dat we de meeste klimaatwinst voor ons geld hebben. Laat ik het nog minder ambitieus zeggen: wat we doen moet toch in elk geval werken? Het minste wat je mag verwachten is dat het iets doet voor het klimaat. En dat heeft het niet gedaan. Sinds 2008 hebben wij 6 miljard aan belastinginkomsten verloren en opgeofferd met een klimaateffect van nul. In het AO heb ik nog een kleine exercitie gedaan waarin ik heb beredeneerd dat wij als gevolg van deze subsidiëring in absolute zin meer CO2 hebben uitgestoten. Dat zijn een heleboel goede bedoelingen, maar het klimaat kijkt ons nors aan en heeft niks aan goede bedoelingen. Dat verzin ik niet zelf, dat zeggen ook Policy Research Corporation en TNO: er was geen wezenlijk klimaateffect. De Algemene Rekenkamer noemt ons autobeleid “zeer inefficiënt”. De OESO concludeert dat het klimaateffect van ons beleid “small or nonexistent” is. De Raad van State roept ons op om hiermee te stoppen. Als wij hiermee doorgaan, gaan steeds grotere hoeveelheden belastinggeld naar steeds grotere auto’s. De nieuwe plug-inmodellen staan alweer klaar en hebben niet zelden meer dan 300 pk en wegen ruim meer dan 2.000 kilo. Dat heeft niet zoveel meer met groen te maken.

Wat wij ook onder ogen moeten zien, zijn de complexiteit van onze autobelastingen en de manieren om die belastingen te ontwijken. Het gaat niet alleen om de uitvoerbaarheid die slecht is. Laatst heb ik de top twintig van moeilijk uitvoerbare fiscale regelingen geïntroduceerd. De bpm staat daar zonder meer in. In de afgelopen jaren is er in Nederland een hele bedrijfstak ontstaan rond bpm-ontwijking, waar wij niks tegen kunnen doen. Er zijn bpm-taxateurs, er zijn bpm-importeurs, er zijn bpm-transporteurs, er zijn bpm-deukenintikkers, er zijn bpm-deukenuithalers, er zijn bpm-wielenafschroevers, er zijn bpm-wielenaanschroevers, er zijn bpm-specialisten. 150.000 van onze relatief nieuwe auto’s importeren wij inmiddels uit buurlanden. Dat is wat wij doen.

Advertisements