Tags

,

De blunder van de dag werd gisteren tijdens het IPC-overleg begaan door fractievoorzitter Sybrand Buma (CDA) omdat hij niet op de hoogte blijkt van Turkije als kandidaat-lidmaatschapsstatus EU. Dat is een blamage. Voordewind en Bisschop ook niet en dat zegt genoeg. Kwaliteit afwezig in de Kamer.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Voorzitter. Ik dank de minister-president en de minister van Buitenlandse Zaken voor de antwoorden. Vandaag zijn twee grote onderwerpen besproken: het voorkomen van een brexit en het in toom krijgen van de vluchtelingenstroom. Wat betreft de brexit zullen wij de resultaten van de top moeten afwachten. Duidelijk is wel — en zo heeft de premier het ook gezegd — dat er alles aan is gelegen om Groot-Brittannië binnen de Europese Unie te houden en dat de voorwaarden die Groot-Brittannië stelt niet totaal onmogelijk zijn voor Nederland.

De vluchtelingenstroom is een probleem dat ons allen zeer raakt. Ik wil niet verhullen dat ik het wat merkwaardig vond dat de kern van het geheel, namelijk Turkije en de onderhandelingen, door de premier werd doorgesluisd naar de minister van Buitenlandse Zaken. Dat mag, maar als je het lef hebt om op tv te spreken over terug naar nul en dergelijke, moet je dat ook hier doen. Uiteindelijk heeft de minister-president de vraag beantwoord evenals de minister van Buitenlandse Zaken.

Er komt nog één punt naar voren dat voor mij niet helemaal duidelijk is en dat is een buitengewoon bijzondere handeling. Ik ga het van mijn iPad voorlezen. De minister van Buitenlandse Zaken zegt dat er geen deal of iets dergelijks is waarbij, in ruil voor een actie van Turkije om vluchtelingen tegen te houden, gesproken zou worden over toetreding en visumliberalisatie. Maar op 29 november 2015 doet de Volkskrant verslag van de top van de Europese Unie met Turkije over enerzijds het tegenhouden van vluchtelingen door Turkije en anderzijds in ruil daarvoor het beschikbaar stellen van 3 miljard op weg naar visumvrij reizen, inderdaad met die voorwaarden, en het versnellen van toetredingsonderhandelingen met Turkije. Dat is dan vervolgens een grote stap voorwaarts. Ik weet niet wie er naast zit, maar dit stond toen in de media en is volgens mij besproken.

Het CDA vindt het onverstandig om onder deze omstandigheden verder te gaan met die toetredingsonderhandelingen en hoofdstukken te openen en daarom heb ik de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Turkse EU-lidmaatschap onderdeel is geworden van onderhandelingen tussen de EU en Turkije over het indammen van de vluchtelingenstroom;

constaterende dat er toetredingshoofdstukken worden geopend welke in strijd zijn met conclusies van voortgangsrapporten van de Europese Commissie en het Europees Parlement;

spreekt uit dat de EU en Turkije naar alternatieve samenwerkingsverbanden dan lidmaatschap moeten zoeken;

verzoekt de regering om niet in te stemmen met het openen van enige toetredingshoofdstukken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Haersma Buma, Voordewind en Bisschop. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1078 (21501-20).Minister Koenders:

Voorzitter. De motie op stuk nr. 1978 wil ik ontraden. Kennelijk worden nieuwe spelregels voorgesteld. Voor de ondertekenaars van de motie geldt de kandidaat-lidmaatschapsstatus van Turkije kennelijk niet meer. In die zin is het voor sommige fracties een afscheid van een eerdere positie. Dat mag natuurlijk, maar het is niet het oordeel van de Nederlandse regering. Wij vinden nog steeds dat Turkije kandidaat-lid van de Europese Unie is. Er is ook geen blokkade van Nederland op toetredingshoofdstukken. Wij vinden het van belang om op basis van benchmarks hoofdstukken te openen, bijvoorbeeld op het terrein van de rechtsstaat. De bevriezing van bepaalde hoofdstukken heeft vooral te maken met de blokkade van Cyprus. Ik ontraad de motie.

In 1987 heeft Turkije de aanvraag ingediend om lid van de EU te worden en dat feit kan niet worden weggepoetst.[1] Leerzaam in het antwoord van minister Koenders is dus dat ‘spelregels’ door de drie betrokken indieners werden gewijzigd; een diplomatiek antwoord want dan is het mogelijk om een afgang voor betrokken drie Kamerleden te besparen. Maar een afgang was het zeker, aangezien van Kamerleden mag worden verwacht dat ze de materie beheersen. Maar zeker ook gelet op alle andere ingediende moties wordt het steeds gebruikelijker dat Kamerleden alles door elkaar halen. Dit bestel hangt aan het infuus.

[1] https://nl.wikipedia.org/wiki/Turkije_en_de_Europese_Unie

Advertisements