Tags

,

Politiek kan beschikbare kennis beter gebruiken (Kim Putters, Opinie & Dialoog/fd, 6 januari)

# De politiek moet de beschikbare kennis echter wel zelf willen gebruiken. Het debat over de (hoofd)rol van economische statistieken en de roep om een cijfer voor ‘brede welvaart’ is exemplarisch. De Tweede Kamer verzocht het SCP ooit zelf om de ‘Sociale Staat van Nederland’ op te stellen. Een ‘dashboard’ om breder naar welvaart en welzijn te kijken is er dus al, maar het politieke draagvlak om het de doorslag te laten geven blijkbaar niet.

Politieke partijen en vooral de fracties in de Kamer zijn alleen geïnteresseerd in hun eigen dogma’s, zodat men aan meer niet toekomt vanwege de hang naar incidentenpolitiek.

# Er lijkt vooral een goede dialoog over economische en sociale statistieken nodig en daarvoor zijn de wetenschap en de politiek samen verantwoordelijk. De planbureaus willen hieraan bijdragen met een vorig jaar opgestarte publicatiereeks over ‘Kansrijk Beleid‘, dat de kennis over effectief beleid op een rij beoogt te zetten vanuit verschillende wetenschappelijke perspectieven. Het doel is echter niet om tot een allesomvattend model of cijfer te komen, maar tot een overzicht voor politici om zelf beter onderbouwd beleidskeuzes te maken.

# In de derde plaats is een dialoog tussen wetenschap en politiek nodig om tot meer realisme bij het evalueren van beleid te komen. De politiek wil effectiviteit vaak tot één rapportcijfer teruggebracht zien, liefst op zo kort mogelijke termijn. Dat is niet zo simpel als je bijvoorbeeld het verband wilt weten tussen overheidsbeleid en gezondheidswinst of maatschappelijke participatie. De kosten van het beleid zijn voor de korte termijn meestal wel inzichtelijk te maken, maar of daarmee de participatie op langere termijn de gewenste kant opgaat is met meer onzekerheden omgeven.

Dat ‘de’ wetenschap een dialoog tussen politiek en zichzelf nodig acht om tot meer realisme te komen bij het evalueren van beleid is een nobele gedachte, maar berust wel op de illusie dat de politiek daarvoor tijd zou hebben. Dat is niet het geval. De politiek in de vorm van de Kamer is alleen met zichzelf en met de wekelijkse peilingen bezig en verder alleen met elkaar vliegen afvangen. Maar dat betekent direct ook dat er een andere dialoogruimte ontstaat en wel tussen wetenschap en maatschappij, en dus met krantenlezers. Ik had dat rapport van vorig jaar ‘Kansrijk Beleid’ gemist, maar nu valt het in vruchtbaarder bodem aangezien nu ons dat halve jaar voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie ten deel is gevallen en dat betekent een veelheid aan actuele thema’s die ons dagelijks vanuit de media op ons afkomen. Daarom kun wetenschappelijke inzichten voor ons erg nuttig zijn.

# De samenleving laat zich (gelukkig) niet alleen door beleid of kosteneffectiviteit sturen. Menselijk gedrag wordt ook gestuurd door sociale contacten, opvoeding en opvattingen. Die zijn ook van invloed op keukentafelgesprekken en wijkveiligheid. Verandering is daardoor vaak een kwestie van lange adem. Die tijd hebben politici meestal niet, waardoor de verleiding van rationele modellen en eenduidige statistieken groot is. Dat oogt simpeler, maar is meestal niet realistischer.

 

# De wetenschap moet zich meer gelegen laten liggen aan de wijze waarop modellen en statistieken worden gebruikt door beleid en politiek. Wetenschappers, zoals economen en sociologen, kunnen ook vaker de complementariteit van elkaars invalshoeken opzoeken. Het is echter aan politici om de beschikbare kennis beter te gebruiken en zelf de politieke duiding ervan te geven. Mijn goede voornemen voor 2016 is wel om meer de dialoog daarover te organiseren. In het laatste jaar voor de verkiezingen lijkt het geen overbodige luxe om te proberen de bouw van al te grote luchtkastelen te voorkomen.

[Kim Putters is directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau]

 

Advertisements