Chaos, ongelijkheid, twijfel, maar geen grote ongelukken (Charlotte Huisman, Ten eerste/de Volkskrant, 2 januari)

Decentralisatie in de zorg

ANALYSE De grootste hervorming in de zorg is nu een jaar aan de gang. Hoe loopt het? Wat merken burgers ervan? Hoe werken zorgverleners nu? En is dit wat Den Haag wilde?

# De grootste chaos ontstond rond de persoonsgebonden budgetten (pgb’s), maar dat probleem is de gemeenten nauwelijks aan te rekenen. Zorginstellingen klagen over bureaucratische gemeenten. Het regende rechtszaken tegen gemeenten die met ondeugdelijke ‘keukentafelgesprekken’ hulpbehoevenden hun huishoudelijke hulp ontnamen. Er zijn grote verschillen ontstaan tussen de gemeenten, in de zorg die ze bieden aan burgers. De grootste thuiszorgorganisatie TSN staat op omvallen omdat de gemeenten flink korten op de huishoudelijke hulp.

# Maar toch. De angst die de tweede helft van 2014 de kop opstak, dat op 1 januari 2015 de zorg volledig in de soep zou lopen als die aan de gemeenten was overgedragen, is grotendeels onterecht gebleven. Net als de zorgen in de periode vóór 31 december 1999 voor de millenniumbug; dat alle computersystemen op hol zouden slaan bij aanvang van de nieuwe eeuw. De zorg is grotendeels gecontinueerd, zoals voorzitter Han Noten van de Transitiecommissie zegt, en er zijn geen grote ongelukken gebeurd.

# Maar de echte omwenteling moeten nog komen. Veel gemeenten zijn nog nauwelijks op stoom met de zorghervorming. Zo zullen veel gebruikers van dagbesteding of begeleiding pas het komend jaar schrikken van de gestegen eigen bijdrage, omdat ze tot nog toe nog vielen onder het ‘overgangsrecht’. Veel gemeenten hebben voor de eerste twee jaar reservepotjes aangelegd, om mogelijke overschrijdingen van de zorgkosten op te vangen. Andere gemeenten hebben dit jaar zo drastisch gekort op de zorg voor hun burgers, dat ze geld overhouden. Zeker is dat gemeenten de komende jaren nog veel zullen sleutelen aan de zorg, en dat er nog veel zal worden bezuinigd. Over vijf jaar kan de definitieve balans van deze decentralisatie worden opgemaakt.

Waar schuurde het het afgelopen jaar?

voor de staatssecretaris de pgb-chaos

Staatssecretaris Martin van Rijn (PvdA) kwam het afgelopen jaar in grote politieke problemen door de chaos rond de reorganisatie van het persoonsgebonden budget. Chronisch zieken, gehandicapten en hulpbehoevende ouderen kunnen met deze overheidssubsidie zelf hun zorg regelen en inkopen. Maar sinds 2015 krijgen de ongeveer 120 duizend pgb-gebruikers pas geld om hun zorgverleners te betalen na goedkeurig van hun declaraties door de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Deze verandering is mede om pgb-fraude tegen te gaan, maar leidde tot een puinhoop bij de uitbetaling. Mede door ict-problemen moesten zorgverleners soms maanden op hun geld wachten. Nu dreigen nieuwe problemen, omdat het veel gemeenten niet is gelukt tijdig de SVB te informeren wie van hun inwoners in 2016 recht heeft op zo’n pgb. De organisatorische problemen hebben de overheid al tientallen miljoenen euro’s gekost, geld dat volgens veel gemeenten beter aan zorg had kunnen worden besteed.

Dit laatste is wat goedkoop om dat zo te beweren. De computerprogrammeerproblemen en de foutieve declaraties waren uiteindelijk de oorzaak van de chaos en onder ‘normale’ omstandigheden had de politiek zich dat mogen aanrekenen. Maar de feitelijke omstandigheden zijn – en waren – niet als ‘normaal’ te bestempelen of te kwalificeren aangezien deze bezuinigingsoperaties, precies zoals in de zuidelijke crisislanden allemaal veroorzaakt werden door de EMU-normen van 3%-tekort van nationale begrotingsregels. En de politiek valt zeer zeker te verwijten dat dit feit niet duidelijk werd gepresenteerd en uitgelegd. Daar is de hele politiek schuldig aan. En de snelle besluitvorming was in dat kader ook noodzakelijk; ieder ander kabinet dat er gezeten zou hebben, was genoodzaakt tot hetzelfde type maatregelen. Met andere woorden, we hadden met veel grotere lasten opgezadeld kunnen worden, maar dankzij onze – vergelijkingsgewijs betere en meer solide – begrotingspraktijk dan in de zuidelijke landen van de eurozone, konden onze maatregelen nog beperkt en fatsoenlijk blijven vergelijken bij de loodzware bezuinigingen in bijvoorbeeld Griekenland. Maar onze overheid kent een structurele zwakte in aanbestedingsprocedures voor wat betreft ICT-zaken en deze operatie verschilde niet met alle voorgangers bij de rijksoverheid. Er zijn dus al eerder harde opmerkingen over gemaakt via verschillende parlementaire enquêtes, maar de overheid is traag in leren.

Voor de gemeenten: groeiende ongelijkheid

# De ene gemeente heeft de huishoudelijke hulp volledig afgeschaft voor haar inwoners. In de andere gemeente komt de thuiszorgmedewerker nog evenveel uren langs als voorheen. In de ene gemeente betaalt iemand met een middeninkomen of hoger nauwelijks meer voor bijvoorbeeld dagbesteding of begeleiding. De andere gemeente heeft een uurtarief van 80 euro ingevoerd voor dergelijke zorg.

Het valt nog juridisch te bezien of deze opmerkingen overeind kunnen blijven want ‘volledig afgeschaft’ lijkt wetstechnisch onmogelijk te zijn, maar de betrokken gemeenten zullen ongetwijfeld claims aan hun broek krijgen, dan wel dat de zittende colleges van B&W dit afgestraft zien worden bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen.

# Sommige gemeenten zijn scheutiger met de verstrekking van bijvoorbeeld trapliften dan andere. En een kind met gedragsproblemen zal in de ene gemeente wel en in een andere niet worden doorverwezen naar specialistische hulp. Veel personen ervaren deze ongelijkheid als onrechtvaardig. Deze ongelijkheid is een rechtstreeks gevolg van de toegenomen verantwoordelijkheid van gemeenten, die elk op hun eigen manier aan de slag zijn gegaan met de nieuwe taken.

Voor de zorgverleners: meer bureaucratie, ontslagen door bezuinigingen

# Veel zorgverleners klagen over de toegenomen bureaucratie, omdat ze met elke gemeente afzonderlijk zaken moeten doen: elk met een eigen administratie- en verantwoordingssysteem. Veel gemeenten hebben dit jaar ook gewerkt met ‘zorgplafonds‘ per aanbieder: als het geld opwas, kon die geen zorg meer verlenen. In sommige gemeenten was het budget van een aantal jeugdpsychologen al in de zomer op.

Thema’s als toegenomen bureaucratie, de ingestelde ‘zorgplafonds’ en budgetten voor jeugdpsychologen zullen dus ongetwijfeld onderdeel uitmaken van het debat op nationaal niveau in de Tweede Kamer als dat t.z.t. daar aan de orde zal zijn en uit dit artikel blijkt dat men over 5 jaar een evaluatie wil houden.

# Door de bezuinigingen proberen gemeenten zorg zo goedkoop mogelijk in te kopen. Mede door de druk op de tarieven in de huishoudelijke hulp staat de grootste thuiszorgaanbieder TSN nu op omvallen.

Dit is de bestaande praktijk, die pas rechtgezet kan worden als de landelijke evaluatie heeft plaatsgevonden.

Voor de burgers: rechtszaken om zorg en twijfel over deskundigheid wijkteams

# De voorspelling dat het rechtszaken zou regenen tegen gemeenten als die met minder geld meer zorgtaken zouden moeten uitvoeren, is uitgekomen. De meeste van de honderden rechtszaken over de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning gaan over de kortingen op de huishoudelijke hulp. Al eind 2014 oordeelde de rechter dat de gemeente bij veranderingen eerst met een deugdelijk ‘keukentafelgesprek’ moet onderzoeken of de hulpbehoevende zonder deze hulp zelfstandig kan blijven wonen. Maar ook in 2015 werden veel gemeenten teruggefloten omdat ze tekort waren geschoten in dit onderzoek. Tevens ligt de vraag nog onder de rechter in hoeverre kinderen kunnen worden verplicht door gemeenten om huishoudelijke taken uit te voeren voor hun ouders.

# Veel gemeenten zijn begonnen met ‘wijkteams‘: clubs met professionals in bijvoorbeeld jeugdzorg of schuldhulpverlening, waar bewoners terecht kunnen met hun problemen. De wijkteams beoordelen vervolgens of iemand relatief lichte hulp krijgt als opvoedingsondersteuning, of wordt doorverwezen naar zwaardere zorg. Of dat hij zelf met ‘eigen kracht‘ het probleem moet oplossen, met hulp van zijn omgeving. Onder meer ouders met kinderen met gecompliceerde problemen als autisme, klagen in sommige gemeenten over het gebrek aan deskundigheid van de wijkteams. Er is wantrouwen dat zij in opdracht van de gemeente zo min mogelijk doorverwijzen naar ‘dure’ specialistische hulp om kosten te besparen. En als kinderen de noodzakelijke hulp niet krijgen, kunnen problemen juist verergeren. Dat is niet alleen schadelijk voor het kind, ook kan de oplossing uiteindelijk meer kosten.

Ter afronding kunnen we de conclusie uitspreken dat deze Nieuwjaars-editie van de Volkskrant een handzaam en erg nuttig overzicht heeft opgemaakt van wat de zorghervorming tot nu toe heeft opgeleverd en welke uitvoeringsknelpunten er zijn ontstaan. Dat er heel veel irritaties zijn opgetreden vanwege de ICT-problemen is logisch, maar dit artikel levert ook het bewijs dat er geen sprake is geweest van echt grote ongelukken en dat een aantal oppositiepartijen in de Tweede Kamer wel erg veel lawaai hebben gemaakt, hetgeen dus objectief gesproken overdreven was. Daarover is al op deze plaats in het verleden geschreven.

Maar de huidige politieke partijen zijn eigenlijk zonder uitzondering als belangenbehartigers gaan opereren – van links t.a.v. de bewonersorganisaties, tot rechts het bedrijfsleven – hetgeen volkomen in strijd is met de grondwet, zodat ook hier tot slot kan worden vastgesteld dat de volksvertegenwoordiging niet functioneert zoals de bedoeling is. Een rode kaart dus aan de Tweede Kamer als geheel.

Advertisements