Hoe sta je als religie tegenover de rechtsstaat? (Eduard van Holst Pellekaan, Katern Morgen/fd, 2 januari)

Het geloof slaat terug

Religie kwam het afgelopen jaar met stip terug in het hart van de samenleving, al was dat niet als bron van barmhartigheid. Vier kerkleiders in gesprek over de hernieuwde rol van geloof in Nederland. ‘Zijn we een team, of zijn we verdeeld?’

# [Mohammed Cheppih] ‘Er is nu discussie over het verbieden van salafisten. Ik vind dat ongewenst. Zijn deze orthodoxen anders dan orthodoxen in andere religies? Nee! Ze zijn even gevaarlijk of ongevaarlijk als orthodoxe christenen in Staphorst. Op deze manier komt de godsdienstvrijheid in het gedrang: de vrijheid om je geloof te praktiseren zolang je binnen de grenzen van de wet blijft. Ik vind dat we, zoals we hier bijeen zitten, moeten zeggen: dit gaat over onze rechten, blijf daar van af. Maar zo’n statement mis ik. Ik voel me alleen staan. Niet geaccepteerd.’

Bij deze passage zijn kanttekeningen te plaatsen. In de derde zin wordt geponeerd dat salafisten als orthodoxen even (on)gevaarlijk zijn als de orthodoxe christenen in Staphorst. Cheppih vergeet te vermelden dat je van die Nederlandse bible belt geen last hebt, terwijl de salafisten juist actief de wereld tot volgelingen willen maken omdat dat in hun plicht is vanuit hun interpretatie van de Koran. De activistische salafist staat dus haaks op de zeer gesloten orthodoxe kerkelijke gemeenschap van die bible belt, in dit geval Staphorst. Dat onderscheid is een gegeven feit en van toepassing en had dus benoemd moeten worden; en vanwege die lacune is de opvolgende opmerking ook onjuist: ‘Op deze manier komt de godsdienstvrijheid in het gedrang: de vrijheid om je geloof te praktiseren zolang je binnen de grenzen van de wet blijft’, aangezien teveel salafistische uitlatingen niet getuigen van enige vorm van tolerantie, en al is dat niet direct juridisch strafbaar, de hoop die zij koesteren dat zij ‘Europa’ kunnen bekeren tot de islam is een middeleeuwse gedachte en getuigt zeker niet van een volledige staat van inburgering en integratie. Ethisch en moreel is die bekeringsdrift dus verwerpelijk en het zou pas acceptabel zijn als zij de rustige methode van Mormonen of Jehova’s Getuigen gebruiken, aangezien met mensen in gesprek gaan, indien daarvoor toestemming wordt afgegeven, wel een modern geaccepteerd middel van meningsuiting is. Maar niet het omgekeerde: eerst de godsdienstvrijheid benoemen en daaruit allerlei vervolgstappen zetten. Bekeringsdrift is immers wat anders dan streven naar overtuigen. Overigens vergeet Cheppih een onbenoemde overeenkomst tussen de salafist en de bible belt: je kunt de vraag stellen of welke –dan ook – orthodoxie nog in dit tijdsgewricht past, want het staat haaks op modernisme. En natuurlijk geldt voor zowel de orthodoxe christen als moslim dat de religieuze en maatschappelijke klok moet worden teruggedraaid, en maar dat kan nooit een dwingende maatschappelijke eis zijn, aangezien die wens nooit bewaarheid kan worden. de maatschappelijke evolutie laat zich nooit terugdraaien.

Tot slot maakt Cheppih een denkfout met zijn bewering ‘dit gaat over onze rechten, blijf daar van af. Maar zo’n statement mis ik. Ik voel me alleen staan. Niet geaccepteerd.’ Waarom een denkfout? Omdat het ’recht’ en de ‘rechten’ een collectief bezit zijn en niet ‘onze’ rechten, hier bedoeld op de specifieke groep van gelovigen. En met name godsdienstvrijheid is een gevoelig thema, aangezien de meerderheid van de Nederlandse bevolking niet meer gelovig is en dan begeef je je dus op glad ijs. En dat vergeten de minderheden van welke denominatie dan ook. Kortom, samengevat bestaan er geen ‘onze’ rechten als het gaat om de godsdienstvrijheid (noch van andere rechten en vrijheden overigens), waar de meerderheid van de bevolking dit een erfenis of museumstuk vanuit het verleden ervaart. Waarmee gezegd wil zijn dat godsdienstige rechten vanuit welke godsdienst dan ook, niet zomaar inpasbaar hoeven te zijn dan in het burgerlijke recht. Vandaar dat ook het slachtverbod niet op voorhand kan worden afgewezen omdat het een godsdienstige plicht is; die kunnen strijdig zijn met het moderne recht en dan gaat dat recht boven godsdienst. Dus doen joden en moslims er verstandig aan dit thema niet al te geforceerd te verdedigen, want de grote meerderheid van de bevolking is tegen dat soort van rituelen. Het door Cheppih benoemde ‘statement, die hij mist’ is dus volstrekt onjuist. En dan is het een persoonlijke beleving dat hij zich ‘alleen voelt staan en niet geaccepteerd’. Dat is een kwestie van wennen of naar een psychiater gaan om deze blokkade te ontmantelen, na de vraag te hebben beantwoord ‘waarom dat zo is’. Dat is modern denken en modern verwerken van eigen innerlijke problemen. Haal niet overal de vrijheid van godsdienst te pas en onpas erbij. Cheppih zou geneigd zijn mij te plaatsen in de hoek van atheïsten, maar helaas voor hem is dat niet het geval. Ik ben esoterist en dus gelovig (esoterisch christen) maar dat is helemaal een vloek voor hem. Tja… er is ook geen sprake van discriminatie:

# Jacobs: ‘Wat zou je willen?’

# Cheppih: ‘Dat wij uitspreken dat we niet tolereren dat wij als religieuzen worden gediscrimineerd omdat we er anders uitzien [sic!] of anders denken. Zijn we een team, of zijn we verdeeld? We moeten de rijen sluiten. We hebben wel dialoog, maar het ontbreekt aan implementatie op straatniveau.’

# Polycarpus kijkt in het luchtledige. Jacobs leunt naar achteren. Plaisier kromt de rug. Er valt een stilte.

Geen wonder dat met deze onzin een stilte valt, maar de gesprekspartners durven dat dus klaarblijkelijk niet te benoemen en dat is het meest tragische van dit hele gespreksverslag. Lafheid? Angst? Geen discriminatie in ieder geval, omdat er anders uitzien of anders denken niet aan de orde is. Pijnlijk dat een geestelijk voorman zulke denkfouten kan maken. Daarom zegt Plaisier terecht:

# Later in het gesprek zegt Plaisier iets dat zijn terughoudendheid, en waarschijnlijk die van de anderen, verklaart: ‘De islam kleeft nu aan dat er gruweldaden worden begaan in naam van het geloof. Dat moet aan de kaak worden gesteld en daar zal de moslimgemeenschap in voorop moeten lopen, zoals christenen hun eigen extremisme onder ogen hebben moeten zien. Je moet in de spiegel kijken en zeggen: dit kan niet. Dus: hoe verhoud je je als religie tot de democratische rechtsstaat? Dat is de hamvraag. De islam komt uit een andere wereld, waarin een andere verhouding bestaat tussen moskee en staat. Ze zal zich moeten instellen op leven in de democratische rechtsstaat. Dat is iets waar anderen zich niet te hard mee moeten bemoeien. De moslimgemeenschap lijkt me volwassen genoeg om daar zelf een weg in te vinden.’

Of anderen zich daar niet ‘te hard mee moeten bemoeien’, is de vraag omdat de anderen juist ook de vrijheid van meningsuiting hebben en constateren dat al de nieuwkomers hun eigen geloof vanuit hun opvoeding wensen te behouden en daar is niets op tegen. Alleen kan de vraag worden gesteld waarom er geen zichtbare signalen van integratie aanwezig zijn. En wetend dat opvoedingspatronen zeer hardnekkig zijn, is het geen probleem daaraan te blijven vasthouden, mits de Nederlandse moslims dan ook toegeven dat het verbod van geloofsafval ook tegen de normen en waarden van de Nederlandse samenleving ingaan en dus strijdig is met de godsdienstvrijheid. Daar heb ik nog geen moslim ooit over gehoord of gelezen in enige krant.

Advertisements