Volgens NOS heeft koning Willem-Alexander in zijn kersttoespraak stilgestaan bij de zorgen van veel Nederlanders over de toekomst en de vragen die leven over de bescherming van onze manier van leven. Hij verwees daarbij naar de terreuraanslagen in Parijs, de miljoenen mensen die wereldwijd op de vlucht zijn geslagen en die ook naar Nederland komen.

Terecht heeft de koning het accent gelegd op de maatschappelijke spanningen die in ons land, maar onuitgesproken ook binnen de EU leven, want daar hoeft niet omheen gedraaid te worden.

# De koning zei dat wij in een complexe wereld leven, maar hij stelde ook dat de problemen niet groter zijn dan de uitdagingen waarmee vorige generaties te kampen hadden.

We leven inderdaad in een complexe wereld maar het is wel de vraag of zijn vaststelling dat de problemen niet groter dan de vorige generatie zijn, wel juist is. Er hoeft alleen maar verwezen te worden naar de achter ons liggende veelheid aan crises in de eurozone en we weten dat dit een te optimistische stelling is. Toch spreekt hij in een volgende passage van deze ‘turbulente tijd en dat raakt de feitelijke ontwikkeling van onze samenleving:

# De koning vindt het essentieel dat mensen elkaar in hun waarde laten en in vrede naast elkaar leven. Dat is niet makkelijk en daar is in deze “turbulente tijd” moed voor nodig, zei hij.

In de kersteditie van Het Parool spreekt senator en oud-SCP-directeur Paul Schabel over de paradox dat ‘Nederland er prima bij ligt’, maar dast de media ,met ‘hun voorliefde voor slecht nieuws ons anders te doen geloven (Bas Soetenhorst, Schnabel: ‘Het is hier nog niet zo slecht’, het laatste woord/Het Parool, 24 december):

# We zijn gelukkig, maar bezorgd over de toekomst, schreef het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) deze maand in zijn tweejaarlijkse overzichtsrapport. Een boodschap die Paul Schabel (1948) bekend voorkomt. Van 1998 tot 2013 was hij SCP-directeur. Wat vindt hij van ons humeur?

# Vijftien jaar geleden zei ik al: met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht. Dat laatste speelt nu nog sterker richting kinderen en kleinkinderen. Krijgen die het slechter dan wij? De zekerheid van een baan is weg. Dat geeft oudere generaties een onveilig gevoel. Jonge generaties weten al bijna niet beter. Tijdelijke contracten en flexibilisering voeren de boventoon, maar helaas heeft dat nog niet tot het Deense model geleid: geen baanzekerheid, maar werkzekerheid.

Dat de beroemde uitspraak ‘met mij gaat het goed, met ons gaat het slechtniet zo eenzijdig naar de arbeidsmarkt en economie moet worden geïnterpreteerd, blijkt namelijk uit het boeiende driegesprek in HP/DE TIJD van december (nr.12/1) door Nathalie Huigsloot: Voor een dichte deur hangen, HEERLIJK!’. Drie parlementaire journalisten blikken in Hotel des Indes terug op het afgelopen politieke jaar, dat voor een belangrijk deel in het teken stond van de aanslagen in Parijs. Wouke van Scherrenburg, Ferry Mingelen en Ron Fresen bespreken de emoties van premier Rutte, de tragiek van de PvdA en waarom je als verslaggever uiteindelijk niet ontkomt aan het Haagse gekrakeel. ‘Als ik ’s ochtend op de fiets naar mijn werk ga, hoor ik: zo Ron, ga je weer naar dat gekkenhuis?’

# Mingelen: “Maar het is natuurlijk wel van belang dat de kiezer vertrouwen houdt in de regering. En het symbool van die regering is Rutte. En je ziet dat het vertrouwen in hem ontzettend is gedaald.”

# Van Scherrrenburg: “Het vertrouwen in de hele politiek is ontzettend gedaald. Ik heb in de samenleving nog nooit zo’n anti-sentoment jegens Den Haag meegemaakt als het laatste jaar. Dat is heel heftig. Ook als je ziet dat overal in Europa extreemrechts aan het winnen is. Dat zorgt voor een grote machteloosheid onder politici. Ze hebben er geen antwoord op.”

# Fresen: “Volgens mij zijn de mensen vooral het gedoe in Den Haag zat.”

# Van Scherrenburg: “Spuugzat!” Kijk naar de grote debatten die er zijn geweest. Zelfs als er iets ergs gebeurt zoals de ramp met de MH17 en er in de samenleving een enorme saamhorigheid heerst, komen ze in die Kamer niet veel verder dan weer dat eigen standpuntje ventileren, weer elkaar vliegen afvangen. Er is nooit een verenigd gevoel. Nooit: wij zijn volksvertegenwoordigers, er is nóód en wij doen daar met z’n allen iets aan. Dát voedt ook de afkeer waardoor je dergelijke opmerkingen krijgt.”

Deze passages uit het Driegesprek slaan de spijker op z’n kop: de meerderheid van individuen in ons land gaat het redelijk goed en wat de thuissituatie betreft wordt tevreden uitgesproken, maar ‘met ons gaat het slecht’ heeft betrekking op het achterlijke politieke bestel waar iedereen op uitgekeken raakt omdat het om ‘clans’ en ‘clanvorming’ gaat, die de politieke partijen als vrienden- en hobbyclubs karakteriseren en waar de bevolking – vaak de politiek hatend – geen invloed of vat op heeft, want het stemhokje één in de vier jaar betreden mag geen invloed heten.

Dit bestel is door en door verrot en zal onmiskenbaar binnen een enkel decennium worden vervangen door een digitaal of virtueel volksforum dat het parlement kan vervangen. Alleen dan heeft iedere burger werkelijk medezeggenschap en controlerende functie dat het praktische monisme in de Tweede (en Eerste) Kamer geheel teniet doet. Maar geen wonder dat Paul Schnabel over deze donkere kant van het parlement geen woord rept omdat hij nu zelf onderdeel van die eke elite uitmaakt. Dan ben je blind geworden voor de realiteit van elke dag. Dat zijn de feiten, maar daar hoor je politici niet over.

Advertisements