Teeven ondermijnde met zijn deal de democratie (Wim Deetman, opinie/Trouw, 15 december)

De parlementariërs Teeven en Swagerman hielden zich als aanklagers niet aan een instructie van hun minister, constateert Wim Deetman. Zij zijn daardoor nu aangeschoten wild.

# Tegen deze achtergrond is het begrijpelijk dat het parlement niet kan aanvaarden dat een bewindspersoon onjuiste informatie verstrekt. De sanctie is: aftreden. Duidelijk is tegen deze achtergrond ook dat een minister ambtelijk falen zoals geschetst niet kan tolereren.

# De commissie-Oosting constateert in haar recente rapport dat de officieren van justitie Teeven en Swagerman, in weerwil van de nadrukkelijke aanwijzing van de toenmalige minister, een package deal sloten met de drugscrimineel in kwestie. De deal van Teeven en Swagerman legt een impliciete koppeling tussen ontneming van criminele winst en strafvermindering. Het omzeilen van de aanwijzing van de minister is ernstig. Immers, in het optreden van de officieren kwam in elk geval niet tot uitdrukking hoe in de democratische rechtsstaat de (politieke) verantwoordelijkheden zijn geregeld. Daarbij komt dat juist in de tien daaraan voorafgaande jaren, in de zogeheten IRT-affaire, er volop aandacht was voor de blinde vlek bij Openbaar Ministerie en politie voor de democratische rechtsstaat.

# Voormalig Tweede Kamervoorzitter Anne Vondeling gaf in 1976 een van zijn boeken de titel mee: ‘Tweede Kamer: Lam of leeuw?’ Met betrekking tot beide heren laat het antwoord op deze vraag – lam of leeuw? – zich raden, vrees ik. Zou een minister-president werkelijk geholpen zijn met parlementariërs die genadebrood moeten eten? Om nog maar te zwijgen over de kiezer.

Beide huidige parlementariërs dienen om deze redenen af te treden als Kamerlid, zeker na het aftreden van Anouchka van Miltenburg als Tweede Kamervoorzitter. Zij handelde een brief onhandig af, maar beide oud-officieren van justitie handelden regelrecht tegen ambtelijke voorschriften. En onze democratische rechtsstaat is niet gediend met dit soort eigenzinnige optredens van rechtshandhavers. Zo ontstaat eigen richting onder ambtenaren en staatjes binnen de staat, zoals Deetman in zijn openingsalinea verwoordt:

# Binnen onze democratische rechtsstaat kan onze parlementaire democratie slechts goed functioneren als alle betrokkenen zich houden aan een aantal – soms ongeschreven – regels. Eén van deze regels gaat in de kern om vertrouwen. Zoals een rechter blind moet kunnen varen op het woord van een opsporingsambtenaar of een officier van justitie, moet een politieke bestuurder, zoals een minister, blindelings kunnen vertrouwen op het ambtelijk apparaat.

Genoemde parlementariërs zijn hun gezag definitief – behalve in hun eigen partij – kwijt en blijven levenslang aangeschoten wild, zoals Deetman dat terecht opmerkt.

 

Advertisements