Springen de Finnen in het diepe? (Peter de Waard, De kwestie, Economie/de Volkskrant, 11 december)

# Finland is een natie van skispringers. Die durven een sprong in het diepe te wagen. Deze week kondigde Finland als eerste land in Europa aan de invoering van een basisinkomen te onderzoeken. Geen theoretisch debat meer, geen lokale experimenten of pilots zoals in Nederland.

Dit moet inderdaad uitgeprobeerd worden omdat niemand weet dat de effecten zijn van een eventuele invoering. ‘Eventueel’, omdat invoering op veel meer problemen zou kunnen stuiten dan vooraf vermoed en de conclusie ook kan zijn dat invoering een totale chaos zal veroorzaken en dus (economisch) feitelijk onuitvoerbaar is.

# Iedere Fin zal 800 euro per maand belastingvrij moeten krijgen, ongeacht of hij of zij werkloos is, werk heeft, met pensioen is of nog in de luiers ligt. Met 5,3 miljoen Finnen kost dat al gauw 50 miljard euro. Maar daar staat tegenover dan allerlei andere overheidsregelingen zoals AOW, WW en bijstand vervallen. En Finland heeft nogal wat uitkeringstrekkers. Niet alleen is het een snel vergrijzend land, ook is de werkloosheid gestegen tot 10 procent sinds Nokia het tegen Apple en andere smartphoneconcurrenten heeft moeten afleggen. Daarnaast kampt het land met de teloorgang van de papierindustrie en het wegvallen van de Russische markt door de boycot.

# Onduidelijk is hoe Finland het gaat financieren. Nu betaalt Finland een kleine 15 miljard aan sociale uitkeringen. De kosten van een basisinkomen zijn al gauw drieënhalf keer zo hoog. Uit een onderzoek van het Finse instituut voor sociale zekerheid (Kela) blijkt dat 69 procent van de bevolking het plan steunt. Premier Juha Sipilä denkt dat de invoering van een basisinkomen leidt tot een enorme versimpeling van de socialezekerheidsstelsel. Hij vreest niet dat de Finnen zullen toegeven aan de natuurlijke luiheid van mensen. Met een gemiddeld inkomen van 3.300 euro netto in Finland blijft werken lucratief.

In deze situatie zegt de steun van 69 procent van de bevolking voor invoering helemaal niets, want niemand weet in dit geval wat het betekent en of het uitvoerbaar is. Het valt macro-economisch namelijk te vergelijken met de afschaffing van de Gouden standaard.

Onduidelijk is hoe Finland het gaat financieren

# De regering ziet het basisinkomen als een antwoord op de toenemende robotisering en digitalisering die het uitzicht op werk voor vele beroepsgroepen kan verminderen. Uiteraard gaat zij niet over een nacht ijs. Pas volgend najaar zou er een besluit moeten worden genomen. Daarna zou het fasegewijs vanaf 2017 worden ingevoerd. Eerst zou een basisinkomen van 550 euro worden ingevoerd, aangevuld met andere regelingen voor lage inkomens zoals huursubsidie. Daarna zou iedere Fin hetzelfde basisinkomen krijgen zonder andere toeslagen.

Zelfs deze fasegewijze invoering van het basisinkomen – dus na het positieve besluit over de uitvoerbaarheid – binnen enkele jaren geeft al aan dat het conceptvoorstel van dit moment geen idee heeft hoe complex deze operatie wordt. Het zal blijken dat het niet gaat om een fase van aanvulling ‘met andere regelingen voor lage inkomens zoals huursubsidie’ en vervolgens helemaal zonder andere toeslagen. Het huidige sociale zekerheidsstelsel is een bouwwerk dat in tientallen jaren is opgebouwd – namelijk vrijwel direct na WO2, met de voorlopers van vóór de oorlog, met als eerste startpunt het Kinderwetje van Van Houten – en dat van land tot land verschilt vanwege de nationale stempels die op de huidige sociale zekerheidsstelsels zijn ingebouwd. Geen EU-lidstaat heeft dezelfde structuur hiervan want er is nog helemaal niet aan harmonisatie gewerkt. Om maar een simpel voorbeeld te nemen van een wezenlijk onderdeel van die verzorgingsstaat: hoe is de kinderbijslag van land tot land geregeld? Al die verschillen maken dat de invoering van een basisinkomen – zonder kinderbijslag – een gevoelige operatie wordt.

# Het basisinkomen kent gelovigen en ongelovigen. De laatsten denken dat het niet werkt omdat het onbetaalbaar is. Daarnaast moeten bedrijven hun lonen fors verhogen om nog personeel te krijgen. Hierdoor wordt een land minder concurrerend. De voorstanders beweren bij hoog en laag dat het kostenneutraal kan en dat door de lagere werkgeverslasten het land juist concurrerender wordt.

Een tweede voorbeeld hoe de verrassingen plotseling op de contructietafel kunnen verschijnen wordt hier al genoemd: ‘bedrijven hun lonen fors verhogen om nog personeel te krijgen’. Neen, de lonen gaan fors omlaag omdat een deel van het inkomen dan uit dat basisinkomen bestaat. Het basisinkomen is in principe zo laag – want anders inderdaad onbetaalbaar want belastingcenten – dat iedereen voor een fatsoenlijk inkomen een baan moet hebben – lees: gestimuleerd wordt door de noodzaak daartoe – naast dat basisinkomen. Wat er waarschijnlijk feitelijk gaat gebeuren is dat het verschil tussen bruto en netto-inkomen gaat verdwijnen omdat de hele fiscale structuur van sociale zekerheidspremies komt te vervallen, want dat is de noodzakelijke voorwaarde voor de invoering van het basisinkomen. Alle ‘sociale’ ambtenaren van zowel Rijsoverheid als gemeentelijke sociale diensten – provincies? – houden op te bestaan in de Nederlandse situatie. Maar is het zo ook in Finland en in alle andere EU-lidstaten georganiseerd? Alleen de basisfuncties van de Rijksoverheid, zoals defensie, politie & brandweer en waterschappen (veiligheid) blijven bestaan en worden uit de rijksbegroting betaald, want het enige alternatief is de vercommercialisering van genoemde diensten. Zo worden ook de semi-publieke diensten als gezondheidszorg en onderwijs gedeeltelijk gecommercialiseerd, want de huidige inkomens van specialisten vallen niet meer onder de zorgpremies (sociale zekerheid + zorgstelsel). Kortom, al deze factoren horen bij het nieuwe sociale zekerheidssysteem vanuit de basisinkomensgedachte.

Een tweede opmerking is dat de lagere werkgeverslasten wel kloppen, maar dat dan de concurrentiekracht of –last anders wordt dan tot nu toe gebruikelijk. Vanwege de onmiskenbaar andere optuiging van sociale zekerheid via het basisinkomen, zal dit stelsel niet alleen EU-toestemming noodzakelijk maken, maar waarschijnlijk mondiaal ingevoerd moeten worden, om daarmee een level playing field mogelijk te maken.

Als een ander de kastanjes uit het vuur haalt, kan de rest rustig toekijken

# Dat Finland nu als proeftuin wil fungeren is alleen maar mooi. Als een ander de kastanjes uit het vuur haalt, kan de rest rustig toekijken. Het voordeel is dat de Finnen niet alleen skispringers zijn, maar ook goede marathonlopers. Als ze ergens aan beginnen, houden ze het lang vol.

Of de Finnen het lang zullen volhouden is maar de vraag want binnen de kortste keren kan ook ontdekt worden dat dit stelsel onuitvoerbaar is, onder meer door de hierboven genoemde argumenten. In de jaren tachtig is het basisinkomen intern in alle toenmalige politieke partijen in ons land besproken (van links tot rechts) en het was toen duidelijk dat er geen politieke meerderheid bestond – of haalbaar was – voor een volkomen onoverzienbaar experiment. Alleen de WRR heeft hierna een studie gedaan in 1981: ‘Vernieuwingen in het arbeidsbestel’[1]. Niemand kon immers bij gebrek aan enig precedent voorzien of alle complicaties wel zouden kunnen worden ingecalculeerd en opgelost; en de conservatieven in het land voelden helemaal niet voor dit experiment. Heden zouden VVD en CDA ook mordicus tegen zijn, maar lopen er ook genoeg sociaaldemocratische economen (Rick van der Ploeg en Willem Vermeend) rond die dit ook economisch onhaalbaar vinden. Kortom, het is een opwelling vanuit de bevolking die geen idee heeft wat de consequenties van een invoering zijn, en alleen maar angst voelen dat robotisering en digitalisering de hele arbeidsmarkt zal ondermijnen. De rijksoverheid heeft hierin nu zeker een taak om algehele voorlichting te geven over het ‘verschijnsel’ arbeidsmarkt en basisinkomen.

Maar, zoals gezegd, dat is nog nergens gebeurd – zelfs in Azië niet dat veel verder geïnnoveerd en gedigitaliseerd is dan de EU – zodat slecht vastgesteld kan worden dat er werkgroepen – zowel binnen de overheid als burgerinitiatieven – om alle ins en outs op een rijtje te krijgen en om zo op een brede maatschappelijke discussie uit te komen.

# Als Finland goed landt, hoeft Nederland niets te vrezen.

Inmiddels is mijn vermoeden dat het project in Finland niet goed kan landen, want daartoe zijn alle noodzakelijke en voldoende) voorwaarden afwezig.

[1] www.wrr.nl/publicaties/publicaties

Advertisements