Tags

, , ,

Pessimistische Nederlander hervindt eindelijk zijn kooplust. Kunnen winkeliers al juichen? (Mathijs Bouman, Weekend/fd, 24 oktober)

Pessimistische Nederlander hervindt eindelijk zijn kooplust. Kunnen winkeliers al juichen?

# Alleen in Zwitserland, Canada en de meeste Scandinavische landen zijn de inwoners nog net iets gelukkiger dan wij. Nederland staat volgens het ‘World Happiness Report’ van de Verenigde Naties op de zevende plaats op de ranglijst van geluk; net achter Finland en net voor Zweden. Nederlanders zijn gelukkig, maar dat laten we niet graag merken. Niet als we mopperen op Twitter of internetfora. Zeker niet tijdens inspraakavonden in gemeentezaaltjes.

Onder de oppervlakte broeit een veenbrand die bijna ontembaar is en sinds de moord op Fortuyn alleen maar verergert. En er is natuurlijk ook een relatie tussen het verzet tegen azc’s en het onveilig werken door ambulancepersoneel, brandweer, OV-bestuurders en politiepersoneel. Alles wat met de politiek en de politieke partijen te maken heeft lusten de bepaalde delen van de bevolking rauw. Wie vanochtend bijvoorbeeld Kamerbreed (radio1) heeft beluisterd, kan zich ook voorstellen dat de mensen een steeds grotere hekel krijgen aan politici. Ze spreken dwars tegen elkaar in en de presentator heeft regelmatig dezelfde problemen als een docent die ordeproblemen heeft voor een klas in het VO. Het is dat er volwassenen aan tafel zitten, maar het juiste voorbeeld wordt niet gegeven. Daarom is deze maatschappij alleen nog maar een overlevingszaak geworden, ieder voor zichzelf en ‘Ikke, ikke, ikke en de rest mag stikke’. Wij zijn dus helemaal niet gelukkig en we kunnen concluderen dat die onderzoeken niet op de praktijk van alle dag zijn afgestemd. In feite doet zich een parallel voor met de dood van Fortuyn: Paars 1 en 2 hebben het economisch goed gedaan, maar toen kwam er een stem vanuit de praktijk en toen bleek dat het land in crisis verkeerde. De politici spreken alleen de inner circle en hebben geen benul wat er zich onder de bevolking leeft en gaande is.

# En ook als de enquêteur van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) langskomt om ons te vragen naar ons vertrouwen in de economie, zetten Nederlanders graag hun bokkenpruik op. Het was niks, het is niks en het zal ook nooit wat worden. Het consumentenvertrouwen was gedurende de afgelopen dertig jaar dan ook gemiddeld negatief. Met een waarde van min zeven waren er in drie decennia gemiddeld een meer pessimisten dan optimisten.

Het is logisch dat het consumentenvertrouwen gedurende de afgelopen dertig jaar gemiddeld negatief was, want om een symbolisch voorbeeld van de reddingsacties voor de banken te noemen, als er dan plotseling wel miljarden klaar staan en beschikbaar zijn, en nu met de miljarden die nu naar de vluchtelingen gaan, dan ontstaat een kortsluiting met de bevolking. Zolang de politiek geen redelijke uitleg weten te leveren en de politici onderling zitten te bekvechten en elkaar onder de zoden aan het schoffelen zijn, dan geeft dat al aan hoe weinig benul politici hebben over hoe er geregeerd moet worden en hoe de bevolking een en ander eenduidig kan en moet worden uitgelegd. Eigen schuld, dikke bult, politici!

# Dat geldt ook voor de deelindicatoren waaruit de index van het consumentenvertrouwen is opgebouwd. Over het economische klimaat oordeelden we sinds 1986 flink negatief: deze deelindicator komt gemiddeld uit op min twintig. Over de eigen financiële situatie waren we iets minder somber, maar met een gemiddelde van min twee overheersten ook bij deze deelindicator de pessimisten. Het beschikbaar gezinsinkomen steeg sinds 1986 met meer dan 50%, maar echt tevreden daarover waren we blijkbaar niet.

Uit deze omschrijving blijkt dat de economische deelindicatoren allemaal macro-economische grootheden zijn en dus er dus geen enkele emo-factoren zijn opgenomen. Dat is dus de sleutel tot de verklaring van de eenzijdigheid van deze cijfers en dit onderzoek. Het CBS mag al zijn modellen gaat bijstellen en dat geldt vanzelfsprekend ook voor het CPB. Met dit onderzoeksmateriaal kan de bevolking he-le-maal niets; de bevolking – ook al wordt de steekproef representatief geacht te zijn – wordt er verder in het geheel niet bij betrokken en dat zet kwaad bloed. Dus als de pleuris uitbarst vanwege brutaaltjes onder de vluchtelingen enerzijds, en hooligans anderzijds, dan mag de EU de grenzen helemaal sluiten om een burgeroorlog te voorkomen. Het parlement mag vervolgens naar huis worden gestuurd, omdat in ieder geval de toonaangevende politici niets beters kunnen en weten te doen dan het gedrag van een kippenhok nabootsen en daarmee is niemand gediend.

Advertisements