Tags

, , ,

Kosten (Column Jaap van Duijn, DFT, 9 oktober)

# De inflatie in de eurozone kwam in september uit op -0,1%. Ook in de VS is er geen inflatie meer, terwijl in Japan – waar alles is gedaan om de prijzen omhoog te krijgen – de inflatie gewoon weer richting nul gaat. Tegelijkertijd worden ramingen voor de reële groei in de wereldeconomie naar beneden bijgesteld.

# De omzet van een bedrijf is het product van het aantal spullen dat het verkoopt en de prijzen waartegen dat gebeurt. Wat te doen in een wereld waarin prijzen niet stijgen en de volumegroei ook heel laag is? De omzet van ondernemingen als Unilever, Philips en AkzoNobel is nu lager dan een paar jaar geleden, maar de aandeelhouders verwachten wel hogere winsten. Voor de ondernemingen betekent dit maar één ding: zorgen dat de kosten omlaag gaan. Als de kosten meer dalen dan de omzet, kan er toch nog meer winst worden gemaakt.

# Kostenverlaging wordt zo de belangrijkste opgave voor de bedrijfsleiding en er gaat dan ook geen dag voorbij of er verschijnt een bericht van een onderneming die grootscheepse bezuinigingen aankondigt. In hun bezuinigingsdrang worden bedrijven in ieder geval door twee ontwikkelingen geholpen. De eerste is de afkoeling van de Chinese economie, die ervoor gezorgd heeft dat grondstoffen en energie stukken goedkoper zijn geworden. In Nederland zijn de producentenprijzen in de industrie nu 7% lager dan een jaar geleden. De tweede steun in de rug komt van de centrale banken die lenen goedkoper hebben gemaakt dan het ooit tevoren was. Grote ondernemingen hebben daarvan geprofiteerd door oude leningen zoveel mogelijk af te lossen en voor recordbedragen aan nieuw geld op de kapitaalmarkt op te halen.

# Voor de meeste bedrijven is arbeid de belangrijkste kostenpost en vrijwel altijd richten bezuinigingsinspanningen zich dan ook vooral op het verlagen van de arbeidskosten. Dat betekent mensen ontslaan en de arbeidsvoorwaarden aanpassen. Maar hiermee komen we in een vicieuze cirkel terecht. Wat rationeel is voor een individuele onderneming, namelijk het snijden in de arbeidskosten, werkt macro-economisch helemaal verkeerd uit.

Hierin schuilt dus de paradox tussen micro/(meso) economie en de macro-economie, en ook de klassieke vakbonden zoals de FNV hebben hierop geen antwoord en willen eindelijk gerechtigheid voor de werknemers om de nul in de lonen van de afgelopen jaren weer in evenwicht te brengen, en zeker waar de directiesalarissen wel gegroeid zijn. Het probleem van de (waarschijnlijk internationale) vakbeweging is het dilemma tussen de beide factoren: ‘Wat rationeel is voor een individuele onderneming, namelijk het snijden in de arbeidskosten, werkt macro-economisch helemaal verkeerd uit.’ Hoe kom je daar uit?

# Al die mensen die werken en alle lonen die zij verdienen, vormen immers de basis voor de koopkracht in een economie. Zij bepalen daarmee de totale consumptie, de belastinginkomsten van de overheid, indirect de investeringen van bedrijven en daarmee een belangrijk deel van de ontwikkeling van het nationaal inkomen. Een land waar bedrijven vooral bezig zijn met bezuinigen, maakt zichzelf afhankelijk van het buitenland. Maar als ondernemingen daar hetzelfde doen, bijten die bedrijven in hun eigen staart. De micro-bezuinigingen leiden tot macro-stagnatie en dat is in feite wat nu gebeurt.’

# Sinds 2009 zijn de lonen bij ons met gemiddeld 1,2% per jaar gestegen en van het netto-banenverlies van 400.000 is nog maar 100.000 ongedaan gemaakt. Met bezuinigen alleen komt een economie niet op gang.

Dat is dus het kenmerkende verschil tussen de oude economische uitgangspunten en de nieuwe economische werkelijkheid sinds de 21ste eeuw. Hoe komt de economische theorie (en wetenschap) daar uit? Die oplossing te vinden vormt de sleutel tot het structurele herstel, die er met het huidige geworstel niet gaat komen. Want het blijft een economenstrijd.