Tags

, ,

Toe maar, vooruit met dat referendum (Joop van Holsteyn, opinie/Trouw, 5 oktober)

De koudwatervrees voor het referendum zit diep, aldus Joop van Holsteyn, maar het is helemaal geen aantasting van de democratie zoals we die in Nederland kennen.

# Het is dat o zo Hollandse beeld [dat jongetje dat in Bert Haanstra’s film niet in het water durft te springen tijdens zijn eerste zwemles, jw] dat zich opdringt bij het zien van de reactie van een aanzienlijk deel van de politieke en bestuurlijke elite op het recente referenduminitiatief. Formeel moet een en ander nog definitief worden bepaald, maar het moet raar lopen als met de bijna 450.000 ‘ongeschoonde’ handtekeningen dat initiatief voor een referendum over het associatieverdrag van de EU met Oekraïne onvoldoende wordt ondersteund. Dat referendum gaat er komen.

# De koudwatervrees voor het referendum zit in Nederland echter diep, en is vastgelegd in spelregels, immers, na twee ronden bij het verzamelen van handtekeningen moet bij het referendum nogmaals een participatiedrempel worden gehaald. Slechts bij een opkomst van 30 procent wordt de uitslag geldig geacht. Een merkwaardige eis, vooral omdat de uitslag hoe dan ook een advies is en geen dwingend, besluit. Anders dan her en der wordt beweerd of gesuggereerd, tast het referendum in zijn huidige vorm dan ook op geen enkele wijze de vertegenwoordigende democratie aan. Sterker nog, vanwege het in essentie vrijblijvende karakter van dat zogenoemde referendum kan zelfs worden betwist of die kwalificatie ‘referendum’ gepast is. Gekozen politici hebben en houden het laatste woord.

# Gaat de drempel van 30 procent gehaald worden? Dat is de vraag. Ten eerste is van belang hoe het onderwerp ervan wordt gepresenteerd en gepercipieerd. Gaat het om een bescheiden, primair in termen van handel te begrijpen EU-overeenkomst, met instemming van Nederland, met een land waarmee we verder niet te veel van doen hebben? Daarvan gaat weinig mobiliserende werking uit. Echter, als het een eerste stap betreft op weg naar EU-lidmaatschap van Oekraïne en met die kwestie van verbreding zaken van verdieping van het Europese integratieproces in het debat worden betrokken, dan ligt het anders. Voor een referendum in het teken van ‘de’ EU zal de opkomstdrempel worden gehaald. Waarbij het overigens van belang is dat de meest prominente aanjagers van het referendum hun voorname zaak recht doen en in optreden en stijl laten zien dat het een proces betreft dat inderdaad van gewicht is. Het referenduminstrument is te belangrijk maar ook, in Nederland , te fragiel om uitsluitend in handen van kwajongens te leggen. Een deel van het kiesgerechtigde publiek wil daar niet mee geassocieerd worden.

# Toch benieuwd of het ooit zover komen zal, dat het referendum in Nederland breed gezien en gedragen zal zijn. Als een in potentie welkome aanvulling op en mogelijk nuttige correctie van de werking van de vertegenwoordigende democratie.’

Een in te voeren officieel referendum zal zeker zijn nut kunnen vervullen als aanvulling op de huidige vertegenwoordigende democratie, die zelf onder druk staat gezien de steeds slinkende opkomstcijfers en de niet meer aantoonbare groei van de politieke partijen die het politieke bestel moet stutten.

Vanwege die zwakte van dit politieke bestel kan een invoering van een regelmatig te houden referendum wel degelijk een verfrissend effect hebben omdat de politici dan geconfronteerd worden met het gebrek aan publieke steun voor parlementaire- of regeringsvoorstellen. Dat jaagt het publieke debat aan, waarmee het matig gesteld is in ons land.

Conclusie is dat, mits een referendumvraag goed wordt voorbereid en de uitslag een scherp contrast laat zien met de opvattingen van de heersende politieke meerderheid, een referendum vanwege de publieke meningsvorming in dagbladen en op de buis, een nuttige impuls kan betekenen voor onze democratische cultuur. Van Holsteyn heeft met zijn beschrijving van kernbegrippen duidelijk gemaakt dat een referendum niets is om bang voor te zijn. Mits het instrument niet wordt gehanteerd door kwajongens. Maar dat aspect is bij de huidige organisatoren van het eerste burgerlijke referendum het zwakke punt helaas. Ik ga ook stemmen, maar stem voor het associatieverdrag met Oekraïne. En dus tegen Jan Roos en Thierry Baudet c.s. En meerderen zijn dat dus van plan te gaan doen, gelet op ingezonden brieven in kranten (zoals ook in Trouw van vandaag).

Advertisements