Tags

, ,

Oppositie legt Mansveld op pijnbank (Bart Zuidervaart, vandaag/Trouw, 30 september)

Staatssecretaris wilde kritisch ProRail-rapport binnenskamers houden, Kamer verontwaardigd

Over deze samenvattende subtitel de volgende opmerking. In het Kamerdebat bleek dat Mansveld het interne rapport niet naar de Kamer wilde sturen juist vanwege het interne karakter ervan en nadat het door De Telegraaf-site werd gepubliceerd, werd dat argument onmogelijk gemaakt. Maar het is wel logisch en verdedigbaar om interne rapporten die het bedrijf geacht worden doorlichten, intern te houden. Dat geldt vanzelfsprekend voor het private bedrijfsleven (zonder overheidssteun, in contrast met de banken die door overheidssteun gered moesten worden). Voor bedrijven die gekenmerkt worden door (de aanwezigheid van) één aandeelhouder in de vorm van de Staat, gelden andere regels, maar de vraag is of dat publiekelijk duidelijk genoeg is. Het debat heeft op dat punt geen duidelijkheid opgeleverd. Daarom zullen de Handelingen van dit debat komende dagen worden bestudeerd. Vooralsnog is er voor de duidelijke verontwaardiging van de Kamer geen grond, aangezien de Kamer helemaal geen recht heeft op alle nota’s en notities of rapporten die worden uitgebracht. De Kamer behoort alleen geïnteresseerd te zijn in alle relevante stukken die inzicht kunnen geven voor wat betreft de controlerende functie van de Kamer.

Feit is dat deze staatsecretaris Mansveld heeft toegestemd in de aanvaarding van een portefeuille die extreem moeilijk is en vergelijkbaar met de functie van collega-staatssecretaris Van Rijn van VWS. Maar toen ik gisteravond het CV van Mansveld tot mij liet doordringen, is zij in principe iemand met een duidelijke wil en stevig doorzettingsvermogen, alsmede vechtlust, en tot slot een praktisch ingestelde persoonlijkheid. Zij is dus wat potentie betreft een geschikte bewindspersoon op deze functie, maar heeft tijd nodig om ingevoerd te raken en het juiste politieke instinct te ontwikkelen om op die basis een krachtig bewindspersoon te worden.

Vandaar dat haar verdediging van moed getuigde en weliswaar bij heeft bijgedragen aan de mist die ontstond door onduidelijke antwoorden; maar daar staat het chaotische optreden van de oppositie in de Kamer (als een gelijkwaardige factor) tegenover. Dat de oppositie in deze regeringstermijn niet in staat is om breuk tussen de coalitiefracties te forceren, is daarvan de verklaring en resultante. Dat ligt aan het gebrek van een gemeenschappelijk en effectief oppositioneel strijdplan om een gezamenlijke vuist te vormen en dit wordt gedeeltelijk veroorzaakt door de emotioneel heel verschillende karakters van de huidige oppositiefracties. Het is niet anders. Daarmee wordt mijn conclusie begrijpelijk dat deze oppositie op onterechte basis te vaak ‘verontwaardigd’ is. Deze oppositie maakt van zichzelf kortom te vaak een lachertje.

Advertisements