Tags

, ,

Gaan we naar een dictatuur van schreeuwende minderheden? (Column Rob van Wijk, opinie/Trouw, 25 september)

Dat een deel van de bevolking moeite heft met vluchtelingen is geen reden ze niet toe te laten

# Een democratie is geven en nemen. Het parlement besluit met meerderheden. En omgekeerd moet de meerderheid met de belangen van de minderheid rekening houden. Als die balans zoek is verkeert de democratie in crisis.

Goede praktische samenvatting.

# Precies dat [laatste] lijkt in toenemende mate te gebeuren. Het lijken kleine dingen, maar ze zijn het niet. In Den Haag wil men neutrale Pieten, terwijl 80 procent  van de bevolking die hele pietendiscussie onzin vindt. Dan is er de Gouden Koets. (…) Ik kreeg de kriebels bij die discussie en dacht aan Entartete Kunst. (…) Nu is er, aangezwengeld door GroenLinks en SP [volgens Google in 2011], de oproep om de Gouden Koets af te danken. Wat is de volgende stap? Gaan groepen die moeite hebben met bepaalde perioden in onze geschiedenis musea censureren? Of schoolboeken? Wie dit toelaat wrikt aan de fundamenten van de democratische rechtsstaat. Discriminatie wordt in een rechtsstaat opgelost met respect voor elkaars mening, niet met verboden. Want die zetten groepen juist tegen elkaar op.’

Dit zijn juiste opmerkingen van de auteur en de beschreven samenhang van de verschillende aspecten zijn in het algemeen gesproken onbekend onder het grote publiek. Dat is dus nu de opdracht aan de politiek (Kamerfracties en politieke partijen als private verenigingen) om het publiek weer te gaan inlichten over deze samenhangende factoren. Daarom is het des te vreemder dat GroenLinks en SP enige jaren geleden mee hebben gedaan in dat potsierlijke gedoe rondom de Gouden Koets. Dat is meedoen met de waan van de dag, aangezien onderscheid moet worden gemaakt tussen het (verre) verleden van het tijdperk van het kolonialisme, dat volgens het algemeen gedeelde inzicht in het huidige tijdperk in het geheel niet meer passend is; en daarom als historische rariteit beschouwd kan worden zonder daaraan actuele maatregelen aan vast te koppelen, zoals het afdanken van de Gouden Koets. Het relativeringsvermogen van GL en SP was in die voorgaande jaren afwezig.

# (…) Jammer voor Wilders, maar een democratisch gekozen parlement heeft een besluit over de opvang van vluchtelingen genomen. Dat politieke verhoudingen intussen gewijzigd zijn doet niet ter zake.’

Dit soort zuivere argumenten lijken niet tot Wilders door te dringen, en dat kan menselijkerwijs alleen verklaard worden door zijn psychisch geïsoleerde positie met dag en nacht beveiligers om zich heen. Daardoor kan hij niet anders dan geheel terugvallen op zijn eigen politieke leefwereld die met de dag meer bepaald en geregeerd wordt door een fantasiewereld, waarin zijn partij PVV tot sprookjeswereld is geworden die de natie en mogelijk ooit de wereld regeert met een toverstokje. Dat beeld werd Rutte ook gebruikt, maar alleen binnen de context van de verzuchting van de eenvoud en simpelheid van dat denken, zonder de persoonlijke omstandigheden van de hoofdpersoon erbij te betrekken; hetgeen ook niet mogelijk was geweest vanuit zijn functie van premier. Die link kan in de context van deze blog wel gelegd worden vanwege de politieke implicaties, die complex zijn. Is het immers niet Alexander Pechtold die bewijst hoe moeilijk het is om de politicus Wilders verbaal te bestrijden omdat iedere kritische opmerking aan zijn adres als een boemerang terugkeert? Alle zinvolle verwijten in de richting van Wilders worden getransformeerd in zinloze jij-bakken waarmee dus geen feitelijke dialoog kan worden aangegaan. Discussie op basis van logica en zinvolle opbouw van erkende argumenten zijn zinloos. Daarom lijkt het erop dat het parlement zich heeft neergelegd bij het feit dat er met deze politicus geen zinnig woord uit te wisselen valt. En wordt dat ook niet meer uitgeprobeerd. De kunst lijkt nu om alleen in enkele volzinnen aan volzinnen aan te geven waar het in de vertogen van Wilders aan ontbreekt, zodat die opmerkingen in de Handelingen worden opgenomen. Meer valt er aan Wilders niet meer te repareren of te corrigeren.

# Bovendien deden Kamer en regering precies wat ze moesten doen: een afweging maken van de internationale belangen van Nederland, medemenselijkheid en particuliere belangen van burgers die met de vluchtelingenopvang worden geconfronteerd. Het is begrijpelijk dat een groot deel van de bevolking moeite met die vluchtelingen heeft. Maar dat is op zich geen reden om ze niet toe te laten.’

Juist dit argument werd door de PVV-fractie in de afgelopen week in de Kamer niet ge-(be)noemd en dat is ook logisch, omdat zij de factor medemenselijkheid hebben verwisseld met ‘eigen volk eerst’, dat als uitlating niet werd gebezigd, maar wel bedoeld. De woordvoerder van PVV en Groep-Bontes gebruikten daarom radicale betogen in hun poging de onjuistheid van dit beleid aan te tonen. Dat die poging geheel in de mist bleef hangen was te wijten aan zowel het irritante en schreeuwerige (vanuit hun vermeende gelijk) van die uitlatingen, als vanuit het gebrek aan mededogen met de vluchtelingen, zodat die uitlatingen niet anders dan uiterst asociaal overkwamen.

# Ook intellectuelen als Thierry Baudet roeren nu in de poel van angst en afkeer. Hij bepleitte in deze krant (Filosofisch Elftal, 11 september) voor het terugveroveren van Nederland op de EU en schopte vervolgens tegen de ‘politieke elite die het land op geen enkele manier vertegenwoordigt’. Deze uitspraak zou kloppen als het volk zich in geen enkel besluit zou herkennen. Pure demagogie dus. Voorts is dit soort argumenten waarvan niet-democratische politici zich bedienen. Het is zorgelijk als intellectuelen dat ook gaan doen.

Dit zijn juiste constateringen, en wel juist vanwege de overeenkomst tussen Wilders uitlatingen als die van Baudet. De vraag die resteert is alleen waarom de laatste dat niet in de gaten heeft. Een gepromoveerd historicus die politiek dwaze opmerkingen plaatst, is onbegrijpelijk. Jeugdige overmoed?

# Als we niet uitkijken schuiven we op in de richting van een dictatuur van schreeuwende minderheden. Die schreeuwers mogen wat mij betreft een voorbeeld nemen aan de elite van de 10 procent hoogste inkomens die 70 procent van de totale inkomstenbelasting betalen. Uit die groep hoor ik nooit geluiden dat zij niet accepteren dat 90 procent van de bevolking meebepaalt hoe hun geld wordt uitgegeven.’

Deze opmerkingen zijn volledig juist. Probleem binnen onze democratie is echter een andere factor niet door de auteur benoemd wordt. De ‘dictatuur van de schreeuwende minderheden’ is geen toevallig beeld, aangezien het hier – sinds de Fortuyn-revolte geopenbaard – om minderheden gaat die altijd tot de ‘gedwongen‘ zwijgende massa’s hebben behoord, die nooit de kans kregen zich te uiten. Nu zijn er de sociale media waarvan ze gretig, maar anoniem gebruikmaken, maar voorafgaande aan het tijdperk van die nieuwe sociale media kregen ze geen toegang tot de ingezonden brievenrubrieken: omdat hun bijdragen niet voldeden aan de geldende normen van schrijfvaardigheid. En gelet op de oersaaie ambtelijke teksten die de (Tweede en Eerste) Kamerleden voordragen, is de politiek zich dat probleem ook helemaal niet bewust. En zo geredeneerd valt er nog heel wat te verbeteren aan ‘onze’ democratie, voordat het moment komt dat iedereen zich ‘weer’ – zowel (bewuste als apolitiek) niet-stemmers, als degenen die zich afkeren van dit bestel: politieke organisaties betekent altijd clans van vriendengroepen en strategische spelletjes – thuis voelt in de politiek. Want dat is de norm.

Advertisements