Tags

, ,

‘Het had heel anders kunnen lopen’ (Thijs Broer en Max van Weezel, Vrij Nederland, september 2015)

In gesprek met Felix Rottenberg en Jan Marijnissen over de ontwikkeling die hun partijen, de PvdA en de SP, de afgelopen veertig jaar hebben doorgemaakt. Over verzet en vernieuwing. ‘Samsom kiest voor het defensief, dan word je de bedrijfsleider van het kabinet.’

# Vraag: Maar intussen regeert de PvdA met de VVD

Rottenberg, fel: ‘Dat is ook veel te snel gegaan. Het waren overhaaste ondoordachte onderhandelingen. Dit regeerakkoord leidt onder meer tot sluiting van sociale werkplaatsen en verslechtering van de positie van jonge arbeidsgehandicapten. Ook strategisch was het heel onverstandig. Ik heb nooit begrepen waarom Diederik zich er meteen bij heeft neergelegd dat de VVD niet ook met de SP wilde praten. Dan had het heel anders kunnen lopen.’

Dat dit totale onzin is blijkt uit de volgende argumenten. In de eerste plaats is de rechterflank in de politiek sterker tevoorschijn gekomen in 2012[1] en dat ging ten koste van links: PvdA (39; gecorrigeerd naar 38) + SP (15) + GL (3; gecorrigeerd naar 4) + PvdD (2) = 59. Mocht D66 hierbij als ‘links’ worden meegerekend met 12 zetels dan komt links uit op 71 zetels, duidelijk kleiner dan Kamermeerderheid.

Rechts komt uit op VVD (40)+ PVV (15) + CDA (13) + D66 (12) + CU (5) + SGP (3) + 50+ (2)= 91. Dit mag een overweldigende meerderheid worden genoemd.

Is vanwege deze nieuwe parlementaire verhoudingen er een overhaast en ondoordacht kabinet (dat staat er niet letterlijk maar het komt er wel op neer) gevormd? Neen is het antwoord, aangezien deze opgetreden versplintering en met name de afwezigheid van grote partijen die in het verleden boven de 50 zetels kwamen, er een nieuwe politieke situatie is ontstaan. Daarop hebben de grote overwinnaars VVD en PvdA uitstekend op geanticipeerd vanwege de noodzakelijke herstructurering dat dit bestel nodig had. Het gaat niet – en zelfs nooit – meer in blokken, maar om de grootste fracties die noodgedwongen aan tafel komen te zitten. kortom, een breuk met de oude vertrouwde links-rechtstegenstellingen en de vertrouwde zuilendemocratie, in termen van Arend Lijphart de ‘pacificatiepolitiek’. Maar geen enkele partij heeft vermoedelijk deze verandering in eigen strategisch denken geïncorporeerd en verinnerlijkt. Foutje, bedankt!

Ten tweede is er de onzinnige bewering dat vanwege het regeerakkoord er in de ogen van Rottenberg sprake is van een stuitende sluiting van sociale werkplaatsen en verslechtering van de positie van jonge arbeidsgehandicapten. Mijn wedervraag aan Rottenberg is of hij niet op de hoogte is van de EMU-regels die alle lidstaten dwingen hun overheidsschulden en begrotingstekorten terug te dringen. Om die reden wordt de gehele sociale en semi-overheidssectoren zwaar aangepakt. Op deze plaats is altijd de stelling verdedigd dat na het einde (want dan bestaat de rust daartoe) van de euroschuldencrisis er geëvalueerd dient te worden of de toegepaste saneringen niet zijn doorgeslagen en of er geen maatregelen genomen moeten worden om averechts effect te corrigeren. De bestaande beschaving mag immers niet ondergraven worden; de verzorgingsstaat niet afgebroken. Ik heb op basis van deze noodzaak tot terugblik en evaluatie zelfs de stelling verkondigd dat de 3%-begrotingstekortnorm neoliberaal kan worden genoemd omdat deze norm tot maatschappelijk asociale verschijnselen brengt en dat kan de bedoeling niet zijn. Tegenover die neoliberale classificatie staat dan de ware liberale norm van 4% omdat die 3%-norm een willekeurige norm is, die niet wetenschappelijk gestaafd kan worden. Dat de 3% het gemakkelijker maakt om hervormingen door te drukken is tot daar aan toe, maar als na evaluatie blijkt dat die 3% de herstel van de economie heeft tegengehouden, dan betekent dat een verkeerde norm in het Verdrag van Maastricht. Dat dient dan direct hersteld te worden, namelijk een van de vele weeffouten van dat verdrag. En als Rottenberg met geen enkel woord refereert aan die Brusselse normen, dat maakt hij de blunder dat hij de feitelijke politieke omstandigheden niet in het juiste perspectief plaatst en dus ouderwets sociaaldemocratisch aan het redeneren is; ouderwets betekent hier dan gewoon conservatief, want onhoudbaar als de juiste maatregelen moeten worden genomen. Achteraf kun je misstanden corrigeren en herstellen, maar zomaar bepaalde maatregelen verwerpen, zonder daarbij de gewenste nuance aan te brengen, mag je niet verwachten van een oud-voorzitter van een grote partij die meer dan eens regeringsverantwoordelijkheid heeft gedragen. Hij moet van de hoed en de rand weten. Dat blijkt niet uit dit interview. Schande dus. Pure demagogie.

In de derde plaats: ‘Ook strategisch was het heel onverstandig. Ik heb nooit begrepen waarom Diederik zich er meteen bij heeft neergelegd dat de VVD niet ook met de SP wilde praten.’ Raar hè dat de VVD niet met de SP om de tafel wilde zitten, met het uitzicht op eindeloze haarkloverijen en dus geen effectief kabinet. Hoe kan Rottenberg zo dom zijn om daarvoor geen begrip te hebben. Ook hier speelt weer een conservatief argument: Rottenberg is nog zo verklonken aan de oude links-rechts tegenstellingen, dat hij hoe dan ook in die oude blokken is blijven hangen/steken. Het enige alternatief is inderdaad door Rutte en Samsom bewandeld, namelijk de nieuwe politieke zakelijkheid. Die zal ook in de toekomst blijven spelen, want die politieke versnippering en fragmentatie zal niet meer verdwijnen. Daarvoor is de politiek zelf te onduidelijk geworden en keert het grote publiek zich daarvan af. De hele politieke gemeenschap had tot de conclusie moeten komen dat de oude vormen van kabinetsformatie niet meer van toepassing zijn en dat een nieuwe zakelijkheid, te weten dat de grootste verkiezingswinnaars – met de aanwezige meerderheid in de Kamer – direct aan tafel gaan zitten; in 2012 VVD en PvdA met een op dat moment stabiele meerderheid van 79 zetels. Ze hadden dus ook een praktisch argument om er geen andere partij bij uit te nodigen – hoewel D66 wel voor de hand had gelegen, tenzij het einde van Paars2 nog traumatisch heeft nagewerkt – want dat lokt meer interne strijd en tegenkrachten uit.

Ik hoef na deze ene passage het interview niet verder te bespreken, want zinloos. Rottenberg voor wie ik altijd respect heb gehad, is hierbij geheel door het ijs gezakt en heeft zijn partij geen dienst bewezen. Ik heb mijn strategische stem in 2012 op Samsom uitgebracht omdat ik hem gewoonweg de beste vond en ik ben er – als geen partijlid PvdA – zeker van dat hij een zware strijd met zijn eigen achterban heft moeten voeren vanwege klassieke valbondsijzervreters binnen die partij, en nu zichtbaar bij Rottenberg, die de tijdgeest niet heeft begrepen. Maar wie wel eigenlijk als je het overbekende politieke gekakel iedere dag weer in de media en op het scherm beluistert.

Samsom op zijn beurt heeft een formidabele eindspurt in de campagne van 2012 gerealiseerd door de opkomende ster van dat moment Emile Roemer duidelijk te verslaan en tijdens die zelfde campagne bleek ook Samsom de enige met een authentieke visie; een zeldzaamheid in ons politiek bestel. Daarom blijf ik hem verdedigen en als hij met zijn politieke ‘gevoelswaarde’ – zie het vluchtelingendebat – niet meer door de PvdA wordt geaccepteerd en opnieuw lijsttrekker wordt, dan breng ik nooit meer een stem uit en behoor ik tot de structurele niet-stemmers in dit land. Dat vanwege de algehele verrotting van dat bestel. En dit is niet zomaar en woordgrapje, maar geheel gemeend. Nooit iemand zo’n blunder zien maken. Weg ermee.

[1] https://www.google.nl/search?q=verkiezingsuitslag+2012&biw=1778&bih=861&tbm=isch&tbo=u&source=univ&sa=X&sqi=2&ved=0CCAQsARqFQoTCMSusMvx6ccCFeQV2wodOrwNAQ&dpr=0.9#imgrc=QkSXeGQ8nncudM%3A