Tags

, ,

Iedereen respecteert de Grondwet behalve de Tweede Kamer (Marc de Werd, Opinie/NRC Handelsblad, 31 augustus)

Godsdienst- , gewetens- en meningsvrijheid, het verenigingsrecht, het bijzonder onderwijs en het petitierecht behoren tot ons nationaal erfgoed, maar de Tweede Kamer houdt vast aan een verbod voor de rechter om wetten te toetsen aan deze Nederlandse grondrechten. Dat maakt ons te afhankelijk van Europees recht dat tot stand komt in landen als Albanië en Roemenië, meent raadsheer Marc de Werd.

Mijn samenvattend commentaar op deze samenvatting van het artikel: De ervaring met Europese wetgeving leert dat deze progressiever en meer hervormingsgezind is dan de afzonderlijke nationale grondwetten. Dat de auteur angst kent voor de vermeende teloorgang van ons nationale erfgoed houdt geen stand omdat zaken zoals genoemd godsdienst- , gewetens- en meningsvrijheid, het verenigingsrecht ook op soortgelijke wijze binnen de Europese wetten geformuleerd staan en aanwezig zijn. Dat de Tweede Kamer vasthoudt aan het toetingsverbod van de rechter aan de Grondwet, accentueert dat de parlement het (politieke) primaat heeft en niet de rechter en daar valt veel voor te zeggen. Maar inmiddels heeft de Tweede Kamer zoveel van haar authentieke gezag verloren, dat niemand meer een hand in het vuur durft te steken voor de stelling dat het parlementaire debat boven iedere twijfel is verheven. Het argument van het toetsingsverbod is daarmee verloren gegaan.

Terecht wordt daarom opgemerkt dat de betrokkenen in rechtszaken, zoals advocaten en rechters zich allemaal voegen naar het Europese recht . Dat is dus een voldoende garantie voor een voortvarende en moderne rechtspraak. En daar hebben genoemde landen als Albanië en Roemenië geen enkele invloed ten negatieve op. Alleen het bijzonder onderwijs zal in het Europese kader en context niet begrepen worden, maar wie maalt daar nu om. Dat is en blijft een Nederlandse aangelegenheid.

# Het Nederlandse parlement echter acht zichzelf voldoende in staat om wetten te maken die in overeenstemming zijn met de Grondwet. Belangrijkste overweging tégen een toetsingsrecht: niet-gekozen rechters mogen zich niet bemoeien met het product van wél gekozen parlementariërs. Dat ons land niet alleen een democratie is (waarin de meeste stemmen gelden), maar ook een rechtsstaat (waarin de speelruimte van de politiek wordt beperkt door hetgeen rechtens toelaatbaar is), wordt op die manier onderbelicht.’

Dit is een vreemde redenering wat dat ons land niet alleen een democratie is, maar ook een rechtsstaat, geldt voor alle lidstaten van de Unie, aangezien deze twee elementen onderling aanvullend zijn en het niet zo kan zijn dat de ene lidstaat een democratie is zonder rechtsstaat en vice versa. Dat is dus een scheve schaats van deze auteur. Een tweede kanttekening geldt bij de volgende passage:

# De Grondwet verbiedt rechters niet alleen wetten aan de Grondwet te toetsen (artikel 120) maar verplicht rechters tegelijkertijd wetten buiten toepassing te laten als deze in strijd zijn met mensenrechtenverdragen (art. 93 en 94). Dat leidt tot de bizarre situatie dat rechters via een achterdeur iets moeten doen wat hen via de voordeur verboden wordt, namelijk het toetsen van wetten aan grondrechten.’

Deze grondwettelijke bepaling (art. 93 en 94) stelt dat internationale verdragen boven de grondwet gaan en dat is voor een handelsnatie als de onze ook niet verwonderlijk. De internationale verdragen zijn door regering en parlement goedgekeurd en kunnen daarom op voorhand al niet strijdig zijn aan de Grondwet. Kortom, deze redenering en argumentatie van de auteur is erg krampachtig. Voor de volledigheid de Grondwetsartikelen:

Artikel 93: Bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties, die naar haar inhoud een ieder kunnen verbinden, hebben verbindende kracht nadat zij zijn bekend gemaakt.

Artikel 94: Binnen het Koninkrijk geldende wettelijke voorschriften vinden geen toepassing, indien deze toepassing niet verenigbaar is met een ieder verbindende bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties.

Vermoedelijk heeft dit laatste artikel nooit enige praktische problemen opgeleverd na een nieuwe gesloten internationaal verdrag. Geen problemen zijn derhalve ooit ontstaan.

Advertisements