Tags

,

VVD’er geeft Tweede Kamer boekhoudles (Philip de Witt Wijnen, Economie/NRC Handelsblad, 29 augustus)

Interview Pieter Duisenberg | Het stoorde hem enorm dat Kamerleden basale (financiële) vragen niet stellen. Nu is er de methode-Duisenberg.

# De methode-Duisenberg is letterlijk uit het bedrijfsleven overgenomen en werkt als volgt. Analoog aan een audit committee van een raad van commissarissen van een onderneming benoemt de Kamercommissie OCW uit haar midden tweebegrotingsrapporteurs’. In het eerste seizoen was dat Duisenberg zelf met voormalig wiskundeleraar Paul van Meenen van D66. De twee rapporteurs lopen zowel eind september de begroting voor het komende jaar door als, in mei, het dan door de minister gepresenteerde jaarverslag over het voorgaande jaar. Aan de hand van een standaardvragenlijst, met zes hoofdvragen en 28 subvragen, maken ze een analyse van beide documenten. In een PowerPoint-presentatie rapporteren zij die aan de commissie.

# „Zie de Rekenkamer als de externe accountant van de regering. Wij gebruiken die aanbevelingen ook voor ons oordeel, net zoals een raad van commissarissen de conclusies van de accountant gebruikt voor een eigen oordeel over de directie en het gevoerde beleid.

# „De Rekenkamer toetst vooral op rechtmatigheid, of belastinggeld binnen de juridische kaders wordt uitgegeven. Dat is doorgaans in 99,7 procent van de gevallen zo. Daarmee weet je alleen nog niet of belastinggeld goed is uitgegeven. Die doelmatigheidstoets doet de Rekenkamer ook, maar steekproefsgewijs, met een paar thema’s per jaar. Een actief parlement wil dit zelf doen en structureel op alle terreinen.

# „De Kamer krijgt door deze methode een betere informatiepositie, om haar controlewerk beter te kunnen uitoefenen. En we kijken meer naar de lange termijn. Doordat we per commissie twee rapporteurs gestructureerd en objectief naar de begroting laten kijken voorkom je dat ieder individueel Kamerlid zelf elk jaar met al die dikke dossiers voor z’n neus gaat zitten en er iets willekeurigs uitpikt om op te schieten.”

# Er is zeker belangstelling, maar ik weet niet precies waarom sommige commissies er nog niet toe zijn overgegaan. Het is hun vrije keuze. Ik snap best dat dit niet per se leuk werk is, waarmee je kunt scoren. Het is monnikenwerk, dat veel tijd kost. Ik heb uren met Paul met een rekenmachine boven de begroting gehangen. Dat moet je maar willen.

Voor de financiële specialisten die in iedere fractie zitten toch een peulenschil!

# „Allereerst door het met z’n tweeën te doen, zowel van oppositie als van coalitie. Mijn ervaring is dat we over 99 procent van de onderwerpen geen discussie hebben. Bij een enkel geval komt de politieke kleur wel om de hoek kijken. Dan besluiten we er geen oordeel goed of fout bij te zetten, maar maken gewoon een feitelijk staatje met cijfers. En als de een ergens een rood stoplichtje wil zetten en de ander een oranje, dan komen we daar doorgaans als volwassen mensen wel uit.”

 

Vraag: Een rapporteur van een regeringspartij kan zijn bewindspersoon ook juist onhandig beschadigen.

# „Het kan soms inderdaad pijnlijk zijn. Maar als blijkt dat een minister op een bepaald onderdeel gewoon een onvoldoende scoort zou je als Kamerlid geen knip voor de neus waard zijn als je dat niet durft te signaleren. Zo zagen we in onze commissie dat de doelstelling om alle leraren in 2017 in het lerarenregister op te nemen [waarin vakbekwaamheid wordt bijgehouden, red.] nog lang niet op schema ligt. De teller staat op 2 procent. Je hoeft niet van de oppositie te zijn om vast te stellen dat dat in dit tempo niet gaat lukken.”

# Duisenberg kan Klaver geruststellen: „Na een toets van alle kale feiten blijft er genoeg over om politiek mee te bedrijven. Bij het debat straks over de begroting zullen we het echt weer veel oneens zijn.”

Deze Duisenberg-methode lijkt zeker een grote aanwinst te zijn voor het parlementaire debat. Het is wonderbaarlijk dat deze methode niet al veel eerder is ingevoerd, omdat er toch regelmatig oud-‘bedrijfslevengangers’ in de Tweede Kamer terechtkomen. En door met deze methode te werken kunnen de plenaire debatten zich ook concentreren op die onderdelen uit de begroting die averij hebben opgelopen in de tijdsplanning. Maar wat nu als de Kamer zelf, zoals met de pgb’s, een opdracht aan een overheidsinstelling als de SVB hebben opgedragen, waarbij veel ICT-problemen blijken op te treden. In die gevallen dreigen tijdsplanningen in een grote chaos uit te monden. Hadden er en andere oplossing moeten worden gezocht? Dat vraagstuk blijft dus hangen.