Tags

, ,

Ook bij IMF beginnen oude twijfels te sluimeren (René ten Bos, Opinie & Dialog/fd, 24 augustus)

Plato schreef reeds dat rijken nooit meer dan vier keer zoveel mochten verdienen als armen

# Hoe je het ook wendt of keert, ook op plaatsen waar je dat niet verwacht, dringt kennelijk de gedachte door dat te grote inkomstenverschillen niet goed zijn voor de stabiliteit in de wereld. Natuurlijk, een beetje liberaal kan dergelijke zorgen altijd pareren met een nietzscheaanse geste: al het gemopper op de rijken die steeds rijker worden, is niets anders dan wrok en ressentiment. Het beste is om je er niets van aan te trekken. Maar dergelijk soeverein schouderophalen is wel uitzonderlijk geweest in de geschiedenis van het economische denken.

# De oude Grieken maakten zich al grote zorgen over mensen die te rijk werden. Waarom eigenlijk? De reden daarvoor was dat rijkdom van alle soorten macht de enige is die zich niet zomaar laat begrenzen. Politieke, fysieke of expertisemacht lopen altijd tegen hun limieten. De koning, de vechtersbaas en de wetenschapper weten dat er vroeg of laat een einde aan hun macht kan komen. Is het niet een concurrent of een vijand, dan is het wel het zwakkere gestel naarmate je ouder wordt of uiteindelijk zelfs de naderende dood. Rijkdom, zo dachten de oude Grieken, kent dergelijke begrenzingen niet, enerzijds omdat het menselijke verlangen dat haar aandrijft zelf ook grenzeloos is en anderzijds omdat je met rijkdom ook alle andere vormen van macht kunt kopen. Wie rijk is, kan politiek invloedrijk worden, huurt bodyguards in of zorgt bijvoorbeeld voor gezondheidsexperts in zijn of haar omgeving. Geen wonder dat het verlangen dat rijkdom drijft, zonder maat is. Deze onmatigheid moet dus bepaalde grenzen opgelegd worden.

# Plato schreef al 2500 jaar geleden dat de rijken in de stadstaat nooit meer dan vier keer zoveel mochten verdienen als de armen. De samenleving die er niet in slaagt onmatigheid in te tomen, zal volgens hem nooit stabiel kunnen zijn en aan stabiliteit moet al het andere ondergeschikt worden gemaakt.

# Dat is de communis opinio geweest tot pakweg de achttiende eeuw. Eigenlijk rustte er op onmatige vormen van rijkdom net zo’n soort taboe als op incest. Zoals het libidineuze verlangen met een absolute en universele grens moest worden geconfronteerd, zo moest dat ook met het verlangen naar rijkdom gebeuren. Wat men er ook van denkt, in de achttiende eeuw zijn verschillende filosofen en economen gaan morrelen aan het taboe op ongebreidelde rijkdom. Dit is het moment waarop volgens sommigen het liberalisme tot leven wordt gewekt. Nu, driehonderd jaar later, zien we dat ook in liberale instellingen als het IMF oude platonische twijfels weer beginnen te sluimeren.

Ja, want het begint de grote massa te irriteren dat er zulke exorbitante verschillen op aarde bestaan. Meestal ontstaan door handigheid en overtreffende slimheid vergeleken bij anderen, maar daarom ook tegelijkertijd onethisch en dus een vorm van witteboordencriminaliteit. Maar altijd ten koste van medeburgers hier op aarde. Daarom is het uitstekend dat het IMF bij deze praktijken vraagtekens zet. De wereld wordt alleen beter als er grenzen aan deze bovenmatige rijkdom worden gesteld. Zonder die grenzen blijft deze wereld een onrechtvaardig en mensonwaardig oord om in te leven en werken.

Advertisements