Tags

, , ,

Maakt technologie Utopia mogelijk? (Peter de Waard, De kwestie, Economie/de Volkskrant, 21 augustus)

Pleidooi voor postkapitalisme vol gratis producten en vrije tijd

# Het einde van het kapitalistisch systeem is in zicht. Het zal niet gebeuren door een volksopstand zoals het communisme overkwam; het systeem wordt steen voor steen afgebroken door de informatietechnologie.

# In Groot-Brittannië en de VS is het boek Postcapitalism, a guide to the future (Postkapitalisme, een gids naar de toekomst), waarin het nieuwe systeem wordt gepresenteerd, een hype. Het is geschreven door economisch journalist Paul Mason van Channel 4 en in voorpublicaties verschenen in The Guardian. Inmiddels heeft ook The Financial Times het boek geprezen: ‘Zelfs als je het huidige kapitalistische systeem liefhebt, zou het een fout zijn dit boek te veronachtzamen.’

# Er zijn drie redenen waarom het kapitalistische systeem in Masons ogen ten dode is opgeschreven. In de eerste plaats vermindert de behoefte aan arbeid. Digitalisering en robotisering zullen de komende jaren in steeds sneller tempo banen vernietigen. Vast werk wordt vervangen door flexibel werk waarbij de grens tussen werk en vrije tijd en die tussen werk en salaris vervaagt.

Volkomen juist gezien.

# Ten tweede zal het prijsmechanisme niet meer werken. Prijsmechanisme is gebaseerd op schaarste, maar steeds meer goederen en diensten zullen gratis en in overvloed beschikbaar zijn. Nu is informatie daarvan al een voorbeeld. ‘Er is geen beperking aan de keren dat we artikelen uit Wikipedia kunnen kopiëren en verder verspreiden.’ Maar door 3D-printen zal dat ook voor veel goederen gelden.

Hier doet zich de complicatie voor dat internet steeds commerciëler wordt en dat er dus meer betaald moet gaan worden voor bepaalde (journalistieke) producten. De vraag is alleen of dat over de hele linie gaat gelden of niet.

# En ten derde doet de markt zelf haar werk niet meer. De deeleconomie, coöperaties, crowdfunding, kredietunies en andere losse verbanden nemen de plek in van hiërarchisch geleide bedrijven met hun beursnoteringen. Het kapitalistisch systeem bloeide dankzij het aanpassingsvermogen, maar daarvan is de grens bereikt, zoals blijkt uit de opeenstapeling van onoplosbare problemen: groeiende ongelijkheid, klimaatverandering, oplopende schulden, demografische zorgen en een steeds cynischer wordend electoraat.

Zou best kunnen kloppen.

# Wat er na het kapitalisme komt is voer voor goeroes. Mason doet een duit in het zakje. Hij voorspelt een postkapitalistisch systeem van netwerken, vrije tijd en gratis producten en diensten. ‘Dat zal eerst haast ongezien het oude systeem binnendringen, maar zal uiteindelijk doorbreken en de economie opnieuw vormgeven.’

Dat ‘ongezien binnendringen’ van dat postkapitalistisch systeem is natuurlijk onmogelijk, want zodra het grootste deel van de bevolking werkloos is vanwege het gebrek aan betaalde banen, komt er eerst een groot maatschappelijk conflict tussen de baanlozen en de baanbezitters. Wat dat oplevert valt nog niet te voorzien. En er zal geen sprake zijn van gratis producten vanuit de eigen vrije tijd, maar van een uitwisseling van vergelijkbare vaardigheden, gebaseerd op ieders specialismen. Wat bedoel ik daarmee? Dat de jeugd van die postkapitalistische maatschappij ook opgeleid moet worden; als er geen scholen meer bestaan met bevoegde onderwijzers (waarom zou het onderwijs helemaal wegvallen?) dan zullen gepensioneerde vrijwilligers uit de maatschappij die functie gaan vervullen, maar wel in ruil voor producten waar zij behoefte aan hebben. Er ontstaat dus een wederzijdse uitwisseling van specialismen of vaardigheden die elkaar aanvullen. ‘Voor wat hoort wat’, zoals een volkswijsheid luidt.

# In dat systeem zijn bedrijven volledig geautomatiseerd en werkt nog maar een beperkt aantal mensen op vrijwillige basis voor geld. De rest krijgt een gegarandeerd basisinkomen en kan doen wat hij of zij leuk vindt, bijvoorbeeld romans schrijven op internet. Centrale banken waken over de geldhoeveelheid. Het is een nieuwe wereld van zekerheid en gelijkheid, alsof Thomas More’s Utopia in de 21ste eeuw alsnog een werkelijkheid wordt, na zo veel in duigen gevallen dromen. Het is gelukkig een optimistische visie. Maar de afloop kan ook heel anders zijn.’

Het lijkt mij onwaarschijnlijk, zo niet onmogelijk, dat er een volledig geautomatiseerd productiestelsel komt mét nog een halve of nog geringer aantal geldverdieners, want dat vraagt om problemen. Twee mogelijkheden: Of er is nog algemeen geld dat verdiend wordt, of er bestaat in dat postkapitalistische stelsel een universeel basisinkomen zonder belastingheffing, maar waar iedereen onder valt. Want dat betekent een maatschappelijke orde waarin alle soorten producten – zelfs oorlogsmateriaal – op vrijwillige basis en naar behoefte worden geproduceerd. Want de geldverdieners zijn natuurlijk de zeer rijken aan de ene kant en de basisinkomens, die op een minimaal niveau door het leven moeten gaan en die ongelijkheid breekt de samenleving op.

Advertisements