Tags

, ,

Minister Dijsselbloem tijdens het leningenprogramma voor Griekenland van gisteren, woensdag 19 augustus (dl 1):

# Voorzitter. Ik zal op enkele aspecten ingaan. Zoals de minister-president al zei, is de afweging om opnieuw steun te verlenen aan Griekenland, overigens onder striktere voorwaarden dan ooit tevoren, geen makkelijke afweging geweest, ook niet voor het Nederlandse kabinet, noch voor de eurogroep. Dat is ook een van de redenen waarom er zo veel vergaderingen aan zijn gewijd. Dat zeg ik in reactie op de opmerking van de heer Pechtold over het aantal vergaderingen.

# Een van de leden vroeg hoe het kan dat het vertrouwen nu ineens terug is. Dat is dus ook niet terug. Dat zal heel geleidelijk en door consistente uitvoering van de afspraken terug moeten komen. Dat volgen we dan ook stap voor stap. Daarom zijn er al eerste pakketten van maatregelen, nog voordat er een overeenkomst is gesloten, door de Grieken aangenomen in het parlement. Dat was een van de voorwaarden: eerst leveren, want pas dan kunnen we beoordelen of er iets van vertrouwen terugkomt. Dat gaat dus lang duren.

Uit deze omschrijving van de gang van zaken binnen het Eurogroep overleg blijkt dat er tijdens de laatste EuroTop geen risico werd genomen door het ‘Europese gezag’. Het betekent ook dat alle uitgesproken wantrouwen in dit Kamerdebat, vooral richting premier Rutte voorbarig is, maar ook dat de Grieken zich geen foutieve handelingen, noch dat andere lidstaten die dezelfde neiging zouden hebben, dit uit hun hoofd zullen laten. Daarmee hebben dus, concluderend, alle eurosceptici binnen de Kamer ongelijk.

# Hoe lastig de afweging is geweest, blijkt ook wel uit dit Kamerdebat. Sommigen zijn tegen omdat de voorwaarden te streng zijn. Sommigen vinden de voorwaarden juist te slap en hebben niet het vertrouwen dat het zal gaan werken. Sommigen zijn ertegen omdat ze voor het behoud van het vertrouwen in de euro zijn en een sterke euro willen. Daarom moet Griekenland maar weg. Anderen willen juist zo snel mogelijk van de euro af en om te beginnen willen zij daarom Griekenland eruit gooien. Sommigen vinden dat er te veel geld naar Griekenland gaat. Anderen vinden juist dat er te weinig geld naar de Griekse bevolking gaat. Een mêlee van argumenten laat zien dat het nu eenmaal moeilijk is om, in de huidige omstandigheden en met de huidige voorgeschiedenis, ja tegen dit pakket te zeggen.

Toch is dat nodig. Dat is nodig onder de juiste voorwaarden. Iedereen die zegt dat deze voorwaarden niet de juiste zijn en geen effect zullen hebben, moet eens een analyse maken van het functioneren van de Griekse overheid, de Griekse publieke instellingen en de economie in Griekenland. Dit heeft niets te maken met links en rechts. Men mag mij pragmatisme verwijten, maar als een land zó aan de rand van de afgrond hangt, dan is enig pragmatisme niet onverstandig. In een economie waarin niemand meer bereid is te investeren omdat er geen vertrouwen is dat je als ondernemer een faire kans hebt om je boterham terug te verdienen, is pragmatisme het enige wat helpt om de economie weer op gang te brengen.

We hebben een pakket in elkaar gestoken dat inderdaad strenger is dan voorgaande pakketten. Er zijn al drie subdelen van dat pakket aan voorwaarden aangenomen in het Griekse parlement. Daarmee heeft de Griekse regering al meer veranderd in wet- en regelgeving en beleid in Griekenland dan de vorige regering voor elkaar had gekregen. En dat is inderdaad verbazingwekkend als je haar ideologische programma zag. Dit is de situatie, hoe bizar ook, waarvoor we nu staan. Aan dit traject gaan we de Griekse regering ook houden.’

Ter afsluiting van dit eerste deel (van de bespreking van het hectische debat in de Kamer), dat wat mij betreft heeft slechts één spreker in dit debat grote indruk heeft gemaakt en dat is de minister van Financiën, Jeroen Dijsselbloem. Jammer dat Mark Rutte als lijsttrekker een grote blunder heeft gemaakt door een foutieve belofte te doen en dat hij dat euvel in dit debat niet op de juidte wijze heeft gepareerd, maar aan de hand van dit Kamerverslag is aantoonbaar dat de gehele oppositie steeds sterker groeit naar populistische uithalen, die het parlementaire debat volledig verzieken. Meer dan ooit geldt dat populisme en volksvermaak identiek zijn geworden – ook logisch want het populisme veronderstelt het napraten van volkse wijsheden die weinig anders zijn dan meningen en vooroordelen – en dat de waan van de dag regeert.

Advertisements