Tags

, , ,

Benen op tafel en regeren maar (Thijs Niemandverdriet, Binnenland/NRC Handelsblad, 14 augustus)

Analyse van de laatste kabinetsperiode

Het kabinet-Rutte II gaat vandaag de laatste anderhalve jaar in. Waar liggen de gevaren voor de bewindslieden?

# Vanaf vandaag zitten we weer wekelijks in de Trêveszaal, de ministers van Rutte II. Met nog anderhalf jaar te gaan hebben ze eindelijk het economische getij me, maar ondertussen dreigt al enige tijd het spookbeeld van een uitgeregeerd kabinet.’

Hebben ze het economische getij mee? Dat is erg overdreven, want er is nog steeds sprake van een zwak of mager herstel. Met de economisch-financiële druk vanwege de Griekse schuldencrisis, de vluchtelingenproblemen die de EU ook veel geld gaat kosten aangezien er toch een oplossing moet worden gevonden, en de dreigende Brexit, zal er nog geen sprake kunnen zijn van een ’economisch getij me hebben’, zoals onder Paars. Toen was er sprake van een hoogconjunctuur en daarvan is nu geen sprake.

En ook het idee binnen journalistieke kring dat het kabinet uitgeregeerd zou zijn is natuurlijk volstrekte flauwekul. Het grootste probleem wordt nergens genoemd, omdat de PGB-kwestie daarbij ‘peanuts’ zijn. Het gaat natuurlijk om de politieke erfenis van oud-minister Ivo Opstelten. Dat ministerschap is een grote puinhoop geworden vanwege de reorganisatie van de politie, en dan nog de ICT-knelpunten. Het tweede knelpunt van formaat is de ‘zwakheid van uitvoering van regeringsbeleid’, zoals de scheidend president van de Algemene Rekenkamer op Verantwoordingsdag rapporteerde bij de aanbieding van haar nota dit jaar.[1] En realistisch politiek inzicht en ervaring leert ook dat er permanent nieuwe problemen opduiken of ‘ontstaan’. Er is dus nooit een mogelijkheid van een uitgeregeerd kabinet, indien in ruimere context wordt geredeneerd dan enkel het regeerakkoord.

[1] Zie: Robert Giebels, ‘Kabinet is zwak in de uitvoering’, de Volkskrant (21 mei 2015)

De politieorganisatie is in feite de kern van het huidige opstand van politiebonden, en ook terecht omdat de VVD met die reorganisatie een veel te grote broek heeft aangetrokken en bovendien een verkeerde politieambtenaar als leidinggevende heeft aangesteld. Dat wordt dus een gebed zonder einde met een eindeloze loopgravenoorlog. Die reorganisatie is eigenlijk al mislukt vanwege de duur van dat proces en ambtenaren kun je zo’n proces niet fatsoenlijk laten uitvoeren.

Het is een megaproject dat onder leiding van een burgerlijk-professionele organisatieadviesbureau had moeten worden uitgevoerd, omdat snelheid en effectiviteit de noodzakelijke voorwaarden zijn. we zien nu de resultaten zonder die voorwaarden: onzekerheid over je eigen toekomst, ‘geen bericht slecht bericht’, terwijl het werk van politieagent steeds zwaarder wordt vanwege het obstinate gedrag van het ‘volk’ als toeschouwers bij politieoptredens. Agressie tegen de politie (en ambulancepersoneel) vanwege de overheid die als volksvijand wordt gezien. De politie heeft, evenals de leerkracht op middelbare scholen, nauwelijks meer gezag om het maatschappelijk verkeer op de rails te houden. Zeker als je ziet hoe verdachten door 3,4 of 5 agenten worden besprongen. Dat is geen manier van optreden. Maar het is wel tekenend voor de spanningen van die beroepsgroep.

Ze verdienen daarom een loonverhoging van 6%, evenals de verpleegkundigen in ziekenhuizen, omdat diensten uitgesproken zwaar zijn. Daar kan geen (beleids)ambtenaar tegenop. Dus die ministeriële ambtenaren horen in salaris achteruit te gaan, om het drietal politie & brandweer, onderwijskrachten en verpleegkundigen een prestatieloon te kunnen aanbieden. Kortom, de politieorganisatie verkeert in een identiteitscrisis dankzij het disfunctioneren van Opstelten, die veel te lang is aangebleven met zijn hakkelende woordenstroom in de Kamer, waartegen geen oppositie te voeren valt. Een aanfluiting voor de democratie.

Er kan nimmer worden gesproken van een uitgeregeerd kabinet omdat de EU-problemen veel te groot zijn en die ook een wisselwerking hebben op de nationale politiek. Reken er maar op dat er nog grote kostenposten naar alle lidstaten toe komen om die Grexit/Brexit/Lexit[1] op te vangen. Lexit ben ik gisteren tegengekomen als symbolische term voor het aanstaande uittreden in de wandelgangen van de sociaaldemocraten omdat zij het huidige neoliberale beleid vanuit Brussel niet meer kunnen verdedigen. Dat wordt dan een strijd tussen de EP-sociaaldemocraten versus hun nationale collega’s, die zich steeds duidelijker eurosceptisch opstellen vanwege alle huidige spanningen binnen de EU.

# Het afgelopen jaar zijn grote hervormingen van kracht geworden. In het kabinet benadrukken ze graag dat die hervormingen grondig “gemonitord” en “gecoördineerd” moeten worden. Maar veel taken – jeugdzorg, huishoudelijke hulp en werk voor gehandicapten – zijn van het rijk naar de gemeenten gegaan. Hoeveel kan het kabinet dan nog monitoren en coördineren? Een probleemdossier blijft de haperende uitbetaling van de persoonsgebonden budgetten, die staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, PvdA) bijna de kop kostte. Ook moet blijken wat de gevolgen zijn van de ontslagrechtverandering van 1 juli. Krijgen flexwerkers straks vaker een vast contract, zoals minister Asscher (Sociale Zaken, PvdA) hoopt, of worden ze juist eerder op straat gezet?

Zeer juist is opgemerkt dat veel zorgtaken zijn overgeheveld naar de gemeenten, maar dat is geen garantie dat alles ook vlekkeloos zal verlopen; in tegendeel zelf. Tot nu toe heeft alleen de PGB voor de meeste ophef gezorgd, maar jeugdzorg is vanouds een probleemdossier en dat komt gegarandeerd dit najaar naar buiten. En dat geldt ook voor gehandicapten. Dat alles kan niet missen na de stilte van het afgelopen voorjaar. Waar veel minder geld te besteden valt, komt men automatisch in opstand, zeker gezien het feit dat er geen sprake is van rechtvaardige lastenverdeling. Dat blijft de crux waarop ieder succes wordt gebaseerd. Gebrek aan een rechtvaardige lastenverdeling betekent ook een gebrek aan draagvlak onder de bevolling en dus sabotage en onrust.

Kortom, we gaan nog een heftig najaar tegemoet, zowel in EU-verband als nationaal. De regering kan zijn borst natmaken.

[1] Een term die gisteren (13.8.2015) in De Groene Amsterdammer opdook in een artikel van Anton Jäger, ‘Na de Griekse ‘aardbeving’: # Maar bij andere delen van Europees links heeft vorige maand wel degelijk, in de woorden van de Engelse journalist Ambrose Evans-Pritchard, het equivalent van een emotionele aardbeving plaatsgevonden. Op 14 juli – een dag na het tekenen van het Griekse akkoord – sprak de Engelse publicist Owen Jones, dilettant van het nieuwe radicalisme in de Labout-partij, zich in een stuk in The Guardian plotseling voor een nee-stem in het aankomende referendum over het Britse EU-lidmaatschap. ‘Links moet nu een geloofwaardig, anti-EU-alternatief aanbieden’, schreef hij in reactie op de behandeling van Griekenland. ‘Te land hebben we het veld aan rechtse eurosceptici overgelaten, die nu een monopolie bezitten op het vlak van eurokritiek.’ Tegen het einde van het artikel introduceerde hij het ophef makende concept van een ‘lexit’ of left-exit, waarmee Europees links gezamenlijk afstand moet nemen van het EU-project. Over de gevolgen van de EU is hij kort: ugly indeed. Zelfs in naam van continentale solidariteit, of het idee van een ‘ander Europa’, valt er naar zijn mening niet meer te ijveren: ‘De Royal Mail mag dan door de Tories geprivatiseerd zijn, het is de EU die het proces begonnen is door het doorduwen van de liberalisering van de postdiensten. Wil je de spoorwegen nationaliseren? Dat betekent dat je niet alleen het spoorwegdecreet 91/440/EEC van de Europese Commissie moet zien te omzeilen, maar mogelijkerwijze zelfs het Vierde Spoorweg Pakket dat net door het Europese Parlement is goedgekeurd.’ Jones’ worden kunnen op bijval rekenen. [er volgt een kolom vol voorbeelden van namen die allemaal dezelfde taal spreken].

Advertisements