Tags

, ,

Schuld is goed (Column Lukas Daalder, Beurs, Katern Ondernemen/fd, 5 augustus)

# “Debt miracle: why the country that borrowed the most industrialized first”

Wordt deze titel niet teveel vanuit ons eigen perspectief van de huidige opvattingen van onze stand van de economie gelezen en geïnterpreteerd? Waarmee ik bedoel dat de auteurs Jaume Ventura en Hans-Joachim Voth, schrijvend over het feit dat ‘de Britse overheidsschuld aan het begin van de industriële revolutie (1760-1780) een slordige 100% van het BBP bedroeg, een percentage dat tijdens de zeventig jaar die nodig waren om de revolutie te laten voltrekken, opliep tot rond de 250%. Deze stijging had verder niet al te veel met de technologische veranderingen te maken, maar hing samen met de vele oorlogen die het Britse rijk gedurende deze periode voerde.’

Ik heb tijdens mijn college’s economische geschiedenis geleerd dat oorlogen ‘macro-economisch’ een groeimpuls betekenden, niet te zien als een groei om der wille van de groei, maar vanwege de noodzakelijke wederopbouw na de puinhopen die het resultaat waren van iedere oorlog; ‘creatieve destructie’ om het maar eens zo uit te drukken.

Ik ben als babyboomer de eerste generatie van de mensheid die geen oorlog heeft meegemaakt in mijn directe leefomgeving. Ware ik Israeli geweest dan had ik al diverse oorlogen meegemaakt, waarmee ik maar wil duidelijk maken dat er in ieder voormalig oorlogsgebied veel hersteld moet worden, zowel wat steden (woonklimaat) als industriële capaciteit betreft. De grootschalige investeringen na WO1 en 2 waren noodzakelijk om weer een geordende en vreedzame samenleving op te bouwen, en daarover maalde niemand omdat die investeringskosten er wel op termijn wel uit zouden komen; hetgeen altijd het geval was.

De babyboomers van na WO2, om daarop terug te komen, zijn door het weldadige gebrek aan oorlogshandeling en vooral -ervaring daarom in een samenleving opgegroeid waarin stilzwijgend een nieuw economische stelsel is ontstaan, namelijk dat er nooit algehele oorlogsvernietiging heeft plaatsgevonden en er dus ook geen sprake was van een noodzakelijke wederopbouw. Dat betekent ook dat vanaf WO2 vernieuwing neerkomt op industrieel bewuste en planmatige innovatie. Daarmee ontstaat naar mijn gevoel – als niet-econoom – een heel andere manier van macro-economisch denken, doordat er geen sprake is van economische innovaties vanwege nieuw oorlogstuig (zie WO2 met Duitse Von Braun-raketten tot aan de atoombommen op Japan).

Alle oorlogen kortom, die in het premoderne Europa werden gevoerd waren dus economisch dus noodzakelijk en aanleiding tot herstel vanwege de oorlogsschade. Die factor is in het huidige moderne Europa van de EU weggevallen. Daarom kon er binnen de eurozone op Defensie bezuinigd worden vanwege de schuldencrisis binnen de eurozone en de 3%-begrotingstekortnorm: omdat er geen directe oorlogsdreiging bestaat en er voldaan moest worden aan de EMU-regels.

Een andere cruciale ontwikkeling en daarmee factor is – naar mijn idee – dat een andere ‘economische transformatie’ na WO2 is ontstaan door de opbouw van de verzorgingsstaat. Namelijk dat na de overgang van de agrarische samenleving (tot de Industriële Revolutie) naar de vroeg/hoog/laatindustriële samenleving, we nu in de postindustriële samenleving zijn aanbeland (met als kenmerk dat ruim 80% van de beroepsbevolking in de commerciële en non-commerciële – dus overheidsgefinancierde – dienstensectoren werkzaam zijn) zodat de inkomensverhoudingen structureel gewijzigd zijn. De premoderne wereld bestond voor 90% uit boeren en landbouwers en die vormden de basis van de geldschepping, het bbp op nationaal niveau. De industriële wereld heeft alleen een kanteling binnen de maakindustrie opgeleverd: steeds meer boeren migreerden naar de stad om in de nieuwe fabrieken te werken, die het nieuwe ‘gezicht’ van de maakindustrie werd. Maar de daaropvolgende, en naoorlogse, verzorgingsstaat werd vanwege de ‘nieuwe klasse’ van immateriële dienstenverleners, die geen uitwisselbare maakindustrie vormen, maar immateriële productie vanwege de afwezigheid van een ruilmarkt van maakgoederen, overgeleverd was aan het nieuwe fenomeen van overdrachtsinkomens (belastingen en semi-overheidsdiensten als het onderwijs en gezondheidszorg), waaruit de postindustriële wereld ontstond.

Deze leverde vergeleken met de premoderne wereld het omgekeerde effect op: de dominante ‘oude’ maakindustrie wordt geautomatiseerd en robotfabrieken en biedt dus ruimte aan een nieuw type van de dienstenindustrie die geen zelfstandige geldschepper is, maar door de tastbare maakindustrie mogelijk wordt gemaakt door een stelsel van ‘overdrachten’: want de ‘dominee/pastor’ en de ‘notaris’ en de ‘arts’ – om maar drie categorieën te noemen die onmisbaar zijn in de samenleving -, leven op basis van de inkomens van de maakindustrie zelf (vandaar overdrachtsinkomens vanuit premies of belastingen).

En om nu naar het slot van dit betoog toe te werken: juist op grond van deze historische evolutie wordt nu duidelijk dat de 3%-begrotingstekortnorm een remmende factor is geworden voor het herstel van de economie van de eurozone. Dit omdat met die 3% alle (semi)overheidsdiensten worden afgeremd (en gesaneerd), doordat feitelijk de postindustriële ontwikkeling van de verzorgingsstaten onmogelijk wordt gemaakt: de 3%-norm is een premoderne norm die niet past in het postindustriële EU en de eurozone, waarin alleen Griekenland als toeristische (geen bbp-factor) en agrarische (olijven- en knoflook)samenleving de uitzondering is vanwege haar premoderne karakter. Daarom heb ik vanaf deze plaats altijd gepleit voor een minimale 4%-norm. Dat is de enig juiste postindustriële begrotingstekort-norm die geen ‘natuurlijke’ maatschappelijke evolutie tegenhoudt. Daarom heeft Daalder gelijk met zijn stelling dat schuld goed is, maar zijn redenering is anders dan de mijne. En misschien begrijpt hij mijn betoog ook niet omdat ik vanuit een andere discipline schrijf, en dat zou natuurlijk een interessant debat worden over wat er eigenlijk met onze economie mis is. Want dat er iets mis is gegaan wordt door niemand ontkend!