Tags

, , , ,

Stelling: Na lezing van het interview met oud-premier en oud-centrale bankvoorzitter Lucas Papademos van Griekenland, wordt duidelijk waarom ik de knuppel in het hoenderhok durf te werpen. Vanuit mijn achtergrond van politiek filosoof (specialisme politieke wetenschappen) en afgestudeerd op het liberalisme in ons land, poneer ik hierbij de volgende politiek-economische hypothese, namelijk dat formeel gesproken het neoliberalisme een economische school of richting vertegenwoordigt[1] onder de vele scholen van en in de 20ste eeuw – en onderdeel kan worden genoemd van de Chicago School -, maar dat is nu bijzaak. Binnen het politieke liberalisme geldt neoliberalisme als het eenzijdige economische – en bewust partijpolitiek streven van de VVD vanaf de jaren ’70 van de vorige eeuw) – aspect van de veelvormigheid van het moderne Nederlandse liberalisme.[2]

De Griekse schuldencrisis laat zien dat het neoliberalisme in de praktijk pas kan bestaan als er een ontwikkelde economische infrastructuur van de laatkapitalistische samenleving bestaat. Indien deze niet bestaat, zoals nu uit de Griekse situatie blijkt, dan is er sprake van wat ik premoderne samenleving noem en een dergelijke samenleving bezit niet de economische infrastructuur die in een postmoderne samenleving kan meekomen. Kortom, de bezuinigingen die via de Eurogroep, mede namens de Europese Commissie (EC) worden uitonderhandeld, zijn zinloos (zoals nu recentelijk ook door het IMF bevestigd wordt), én onmogelijk omdat er geen reserves in de Griekse economie (bbp) zijn opgebouwd en, nog ernstiger, geen moderne economische infrastructuur als basis in dat land aanwezig is. De letterlijke situatie van een kale kip die je niet meer kunt plukken.

Waarom dan toch die krampachtige houding van de EC/Eurogroep om vast te houden aan de bezuinigingen die neerkomen op een mission impossible? Omdat de hulpgelden allemaal belastingcenten zijn die door de lidstaten moeten worden opgebracht (zolang de Griekse miljardairs geen vinger uitsteken! Want dan was het schuldenprobleem in één keer opgelost ). En de omvang van deze hulp is zo groot, dat de Europese ‘kassen’ worden leeggeroofd door de primitieve economische samenleving, die de Griekse is. Een bodemloze put. De EC kan dus niet anders doen en handelen dan de reddingsacties uitvoeren onder de belofte dat de schulden weer worden terugbetaald, omdat er anders geen cent naar Griekenland zou gaan, en de uitkomst duidelijk wordt: een onvermijdelijk Grexit. Maar dat gaat geheel tegen de oorspronkelijke idealen van de Europese integratie in: een onomkeerbaar proces naar integratie en samenwerking. Les 1 uit dit foutieve principe is dat het lidmaatschap van de eurozone geen onomkeerbaar beginsel is of mag zijn. Laat de EU dus weer terugkeren naar de realiteit van alledag en niet blijven steken in de illusies van de dag, de utopie van de onhoudbare uitgangspunten. Samengevat is er geen sprake van neoliberale beleidslijn in de bezuinigingsmaatregelen die aan de Grieken worden opgedrongen, want de EC kan niet anders vanwege de juridische verplichtingen. En de EC weet dat er geen geregistreerde data van de Griekse financiële vermogens bestaat (scheepvaartmagnaten[3]) bestaan, zodat er nu eerst moet worden opgebouwd aan een centrale computerregistratie van wat in een modern land normaal is, zodat er, in tegenstelling tot wat nu het geval is, geen belastinginkomsten (laat staan via een rechtvaardig belastingbeleid) zijn te halen en alleen om die reden is Griekenland ook dus ook een bewijsbaar premodern land.

Van neoliberalisme is in deze omschrijving alléén sprake in de Verenigde Staten, waar een superrijke maatschappelijke bovenlaag bestaat, die onder alle omstandigheden gevrijwaard willen (en daarmee moeten) blijven van belastingheffing. Het belastingstelsel in de VS is kortom premodern en dat is de achilleshiel van de Amerikaanse samenleving (en de Britse ook). Want een natiestaat zonder een rechtvaardig inkomens- en vermogensbeleid is uiteindelijk gedoemd ten onder te gaan. Daarom kent het Europese continent een duidelijke traditie van een gericht belastingbeleid. Rechtvaardigheid is daarmee een politiek-ethische waarde.

Tot zover de stelling om de uitspraken van Lucas Papademos beter te kunnen begrijpen.

‘Clièntelisme is een remmende factor geweest voor Griekse hervormingen’ (Giel ten Bosch, Weekend/fd, 25 juli)

Oud-premier Lucas Papademos is voorzichtig optimistisch over de bereidheid van zijn landgenoten tot veranderen

# V Waarom heeft Griekenland niet gedaan wat het drie jaar geleden beloofde over de hervormingen van de economie?

‘Laat ik eerst benadrukken dat Griekenland de afgelopen drie jaar veel beloften heeft waargemaakt. Dit is vaak vergeten tijdens de onderhandelingen van de afgelopen vijf maanden. De bezuinigingen die zijn doorgevoerd zijn substantieel, gelijk aan ongeveer 11% van het bbp. Desalniettemin is het een feit dat sommige hervormingen zijn uitgesteld of slechts gedeeltelijk zijn uitgevoerd. Dat was het gevolg van meerdere factoren die elkaar versterkten. Een daarvan is de druk die is uitgeoefend door de gevestigde orde van machtige groepen.’

Commentaar: En als je aan het stakingsrecht komt, kom je aan de democratie en dat maakt het onderhandelen machteloos.

# V Cliëntelisme.

‘Ja, dat is een remmende factor geweest. Dan gaat het om het kortetermijnvoordeel van bepaalde sociale groepen, politici en marktpartijen. De vertraging in het vrijgeven van beschermde beroepen bijvoorbeeld laat zien hoe sterk die gevestigde belangen zijn en hoe zwak de politieke wil is om zo’n hervorming door te voeren. Daarbovenop komt de beperkte mogelijkheid of bereidheid van het ambtenarenapparaat om sommige hervormingen uit te voeren. Terwijl ze zijn afgesproken en in de wet zijn vastgelegd.

# V Waarom zou het deze keer wel lukken?

‘Er zijn verschillende redenen om voorzichtig optimistisch te zijn, ervan uitgaande dat we van onze fouten leren. Nu begrijpt een grote meerderheid van het Griekse volk dat hervormingen nodig zijn om de economie te verbeteren en de groei te herstellen. De overheid heeft benadrukt dat ze bereid is hervormingen uit te voeren, met de nadruk op het aanpakken van belastingontduiking en het verbeteren van de kwaliteit van het ambtenarenapparaat. En elke tranche die wordt overgemaakt zal samenhangen met hervormingen die zijn uitgevoerd. . Ik hoop, en ik verwacht, dat er deze ker bij het betalen van de volgende tranche meer naar hervormingen wordt gekeken dan naar de bezuinigingen. In het verleden was het omgekeerde het geval.

# V Wat vindt u van de tactieken van de laatste onderhandelingen?

‘Tot einde mei hadden de langdurige, bittere en vruchteloze onderhandelingen zeer nadelige gevolgen voor de Griekse economie. Terwijl het vertrouwen tussen Griekenland en zijn Europese en internationale partners en instituties is verdampt. Sommige zeggen dat de tactiek op een pokerspel leek. En dat het gebaseerd was op de aanname dat het uitstellen van een deal tot het allerlaatste moment voordelig zou zijn voor het Griekse onderhandelingsteam, gebaseerd op de veronderstelling dat een Grexit de eurozone meer zou kosten dan Griekenland. Dit was een dubieuze, zo niet foute, beoordeling. Deze onderhandelingstactiek was onacceptabel en heft bewezen ineffectief en schadelijk te zijn.’

# V Hoe verklaart u het feit dat 75% van de Griekse bevolking in de euro wil blijven?

‘Een overweldigende meerderheid van het Griekse volk realiseert zich dat een Grexit rampzalige gevolgen voor de economie en hun persoonlijke welzijn zal hebben. Veel burgers herinneren zich de jaren tachtig en negentig, toen de inflatie dubbele cijfers bedroeg, soms tussen de 15% en 20%, terwijl de groeiprestaties matig waren. Van 1997, toen het land zijn best deed om tot de eurozone te mogen behoren, tot 2007, kende Griekenland daarentegen een groei van rond de 4%, met prijsstabiliteit. Het wantrouwen jegens de politiek en de ervaringen uit het verleden liggen ten grondslag aan de overweldigende steun voor de euro van het Griekse volk. (…)’

# V Is dit het laatste hulpprogramma dat Griekenland nodig zal hebben?

‘Ik hoop het echt, en ik verwacht het ook. Natuurlijk zijn er veel uitdagingen. Maar het is belangrijk dat de onderhandelingen snel en succesvol worden afgerond. Essentieel is dat de Griekse autoriteiten het programma echt omarmen. Ik geloof dat het Griekse volk, ondanks de enorme opofferingen van de laatste vijf jaar, bereid is tot het uiterste te gaan om dit hulpprogramma succesvol af te ronden, zodat dit het laatste is.’

Commentaar: Het is prachtig dat Papademos gelooft dat het Griekse volk tot het uiterste bereid is te gaan, maar feitelijk is er sprake van de noodzaak tot een opbouw van een geheel nieuwe industriële structuur, van een omvang van de naoorlogse Wederopbouw, zoals wij die kennen vanuit de hulp van het Marshallplan van destijds. Dat doel wordt natuurlijk niet bereikt met alleen aflossing van bestaande schulden. Daar ligt dus een (waarschijnlijk) niet dilemma voor de Eurogroep en het IMF, hoewel de nieuwe topeconoom van het IMF voldoende oog heeft op deze gecompliceerde situatie. Het zou mij niet verbazen als Maurice Obstfeld de aanjager was van de nieuwe IMF-strategie.[4] Dan zijn we eindelijk op de goede weg.

Er bestaat tot slot één duidelijke neoliberale norm binnen de EU en dat is de EMU-norm van 3%-begrotingstekort. In een rijke en economisch gezonde EU is een 3%-noem van de dwaze aangezien alle noodzakelijke postindustriële en infrastructurele diensten, zoals onderwijs, gezondheidszorg, sociale voorzieningen, veiligheid in de vorm van defensie, politie, justitie en brandweer (die allemaal bestaan uit overdrachtsuitgaven en dus semi-overheidsgelden), onmogelijk maken. Bekend is dat de 3%-norm ooit door oud-minister Bert de Vries in het kabinet Lubbers III (1989-1994) een willekeurig percentage is genoemd. Dat lijkt mij, en met mij iedereen, een juiste inschatting toen van hem. En nu in onze huidige tijd met ons huidige inzicht kunnen we inmiddels spreken van een blunder in het EMU-Verdrag. 3%-norm is daarmee te kwalificeren als een neoliberale norm, die hele beroepssectoren (zoals de hierboven genoemde) in de achterstand drukt vanwege de ideologie dat de overheidssector en overheidsuitgaven zo klein mogelijk moeten zijn, maar in moderne begrippen is een 4%-norm een fatsoenlijk, redelijk en normaal percentage; dat zou de nieuwe norm moeten worden. kortom, iedereen die achter de 3%-norm blijft staan is neoliberaal en iedereen die voor een minimaal 4% opteert is een modern denkend econoom, politicus en burger.

[1] Dr. G. Meijer, Neoliberalisme. Neoliberalen over de economische orde en economische theorie. Van Gorcum Assen/Maastricht, 1988

[2] https://aquariuspolitiek.wordpress.com//?s=enige+aspecten&search=Go

[3] http://www.iexprofs.nl/forum/Topic/1266720/Koffiekamer_Oplossing-voor-Griekenland.aspx

[4] https://aquariuspolitiek.wordpress.com/2015/07/21/nieuwe-topeconoom-maurice-obstfeld-van-het-imf-heeft-een-goede-visie-op-verdere-integratie-eurozone-nrc/

Advertisements