Tags

, , ,

In het verlengde van mijn blog van gisteren, waarin ik aankondigde dat ik het vorige week gepresenteerde rapport van de Europese Commissie over de toekomst van de EU zou gaan lezen, kom ik tot de volgende feiten die tot mijn beide conclusies leiden.

Waarom geen neoliberaal rapport?

#4# Het is nu de hoogste tijd om de funderingen te versterken en de EMU te maken tot wat ermee werd beoogd: een welvarend gebied op basis van evenwichtige economische groei en prijsstabiliteit, een concurrerende sociale markteconomie, gericht op volledige werkgelegenheid en sociale vooruitgang.

#10# Een sterkere focus op werkgelegenheid en sociale prestaties

‘De sociale en werkgelegenheidssituatie loopt in de eurozone zeer sterk uiteen, ten dele als gevolg van de crisis, maar ook door onderliggende ontwikkelingen en slechte prestaties voorafgaand aan de crisis. Het moet de ambitie van Europa zijn om het op sociaal gebied tot een ‘triple A’-status te brengen.

‘Dat is ook economisch noodzakelijk. De EMU kan pas succesvol zijn wanneer de arbeidsmarkten en socialezekerheidsstelsels in alle lidstaten van de eurozone goed en rechtvaardig functioneren. Werkgelegenheid en sociale problemen moeten daarom een vooraanstaande plaats innemen in het Europees Semester. Werkloosheid, en vooral langdurige werkloosheid, is een van de voornaamste oorzaken van ongelijkheid en sociale uitsluiting. Daarom zijn efficiënte arbeidsmarkten die een hoog werkgelegenheidsniveau bevorderen en die schokken kunnen opvangen zonder dat deze buitengewoon grote werkloosheid veroorzaken, van het grootste belang – zij leveren een bijdrage aan de soepele werking van de EMU en bevorderen een meer inclusieve samenleving.

‘Er is geen ‘one-size-fits-all’-aanpak, maar de lidstaten staan vaak voor dezelfde uitdagingen: meer mensen van alle leeftijden aan werk helpen; het goede evenwicht vinden tussen flexibele en vaste arbeidsovereenkomsten; een scheiding voorkomen tussen ‘insiders’ met een hoge mate van bescherming en hoge lonen en ‘outsiders’; de belasting op arbeid naar andere terreinen verschuiven; aan werklozen steun op maat bieden om hen weer aan een baan te helpen, zoals beter onderwijs en een leven lang leren, om er maar een paar te noemen. Los van arbeidsmarkten is het belangrijk ervoor te zorgen dat iedere burger toegang heeft tot adequaat onderwijs en dat er een doeltreffend sociaal beschermingssysteem voorhanden is om de meest kwetsbare groepen in de samenleving te beschermen, met inbegrip van een minimum aan sociale bescherming. Onze bevolking veroudert snel, en er zijn nog omvangrijke hervormingen nodig om ervoor te zorgen dat pensioen- en gezondheidsstelsels die ontwikkeling kunnen bijbenen. Tot die hervormingen behoort het aanpassen van de pensioenleeftijd aan de levensverwachting. Om het welslagen van de EMU op lange termijn te waarborgen, zouden we een stap verder moeten gaan en de aanzet moeten geven tot een sterkere integratie van de nationale arbeidsmarkten door geografische en professionele mobiliteit te vergemakkelijken, mede via een beter geregelde erkenning van beroepskwalificaties, een eenvoudiger toegang tot banen in de overheidssector voor niet-onderdanen en een betere coördinatie van socialezekerheidsstelsels [blijven dus intact].

(…)

‘De landspecifieke aanbevelingen dienen concreet en ambitieus te zijn, met name wat de verwachte resultaten betreft en het tijdschema voor het bereiken daarvan. Tegelijkertijd moeten zij hun ‘politieke’ karakter behouden, dat wil zeggen dat de lidstaten een zekere mate van vrijheid moeten hebben om te bepalen wat voor maatregelen ze precies willen nemen [soevereiniteit!]. De nationale hervormingsprogramma’s die de lidstaten jaarlijks opstellen, zouden als basis moeten dienen voor voorafgaand overleg over hun hervormingsplannen.’

Met deze voorbeelden uit de Inleiding van het Vijf Presidenten Rapport mag worden benadrukt en bewezen geacht dat er sprake is van een evenwicht tussen economische en sociale basisuitgangspunten in dit rapport, zoals wij dat gewend zijn in onze sociale markteconomie. Daarmee is een gebruikelijk verwijt dat de EU en de Europese Commissie een neoliberaal beleid voeren (in de strikte definitie dat alleen naar economische groei en welvaart wordt gekeken zonder dat sociale elementen of sociale zekerheidstradities in de vorm van sociale wetgeving daarbij een rol spelen, niet te zake doende en ongefundeerd. Op dat punt mag iedereen die gevoelig is voor dit eeuwige dilemma tussen ‘links’ en ‘rechts’ zich gerustgesteld voelen.

Tot slot een opmerking over het sprookjeskarakter van dit rapport. Ik heb in de tekst steeds opmerkingen geplaatst tussen []-vierkante haakjes, als er mijns inziens sprake is van op dit moment illusies en ongerechtvaardigde hoop en verwachtingen, die namelijk hun tijdbeslag moeten krijgen. In de gekozen formulering van de auteurs dienen deze hervormingen erg snel ingang te vinden of ingevoerd te worden. Dat acht ik utopisch. En de Commissie komt er nog wel achter dat dergelijke hoogstaande verwachtingen alleen frustraties en desillusies kunnen oproepen.

Bijlage: bewerkte Inleiding

Inleiding in: Een hechte en rechtvaardige economische en monetaire unie

De euro is een succesvolle en stabiele munt [sprookje]. Hij wordt door 19 lidstaten van de EU en meer dan 330 miljoen burgers gebruikt. Hij heeft de leden van de EMU prijsstabiliteit verschaft en hen beschermd tegen externe instabiliteit. Ondanks de recente crisis is het nog steeds de op één na belangrijkste munteenheid in de wereld [van wrakkige munteenheden], met een aandeel van bijna een kwart van de wereldwijde deviezenreserves, terwijl bijna zestig landen en gebieden in de hele wereld hun munt aan de euro hebben gekoppeld.

Europa herstelt zich van de ernstigste financiële en economische crisis in zeventig jaar. De uitdagingen van de afgelopen jaren hebben nationale regeringen en EU-instellingen gedwongen snelle [geldinjecties] en buitengewone [bankenunie in een handomdraai geschapen] stappen te nemen. Zij moesten hun economieën stabiliseren en alles wat via het geleidelijke en soms moeizame proces van Europese integratie tot stand is gebracht, beschermen. Daardoor kon de integriteit [is dit begrip van toepassing na alle ingrepen vanuit ECB die verdragsrechtelijk niet waren toegestaan?] van de eurozone als geheel behouden blijven en heeft de interne markt niet aan kracht ingeboet.

Nu de economische groei [mager herstel dat nog moet uitmonden in groei] en het vertrouwen [is daar sprake van?] in een groot [sic] deel van Europa weer terugkeren, is het echter duidelijk [wenselijk!] dat de snelle oplossingen van de afgelopen jaren moeten worden omgezet in een duurzame, rechtvaardige en democratisch gelegitimeerde basis voor de toekomst. Het is ook duidelijk dat met 18 miljoen werklozen in de eurozone veel meer moet worden gedaan om het economisch beleid te verbeteren.

Europa’s economische en monetaire unie (EMU) is als een huis waaraan tientallen jaren is gebouwd maar dat nog slechts gedeeltelijk af is. Toen het door de storm werd getroffen, moesten de muren en het dak snel worden verstevigd. Het is nu de hoogste tijd om de funderingen te versterken en de EMU te maken tot wat ermee werd beoogd: een welvarend gebied op basis van evenwichtige economische groei en prijsstabiliteit, een concurrerende sociale markteconomie, gericht op volledige werkgelegenheid en sociale vooruitgang. Om dit doel te bereiken, zullen we verdere stappen moeten nemen om de EMU te voltooien.

De euro is meer dan alleen maar een munt. Het is een politiek [qua besluitvorming] en economisch project. Alle leden van onze monetaire unie hebben hun vroegere nationale valuta voor eens en altijd opgegeven [dat is het ideaal maar de vraag is of dat ideaal duurzaam is] en delen hun monetaire soevereiniteit blijvend met de andere landen van de eurozone. Daar staat tegenover dat zij profiteren [sprookje] van een geloofwaardige [wordt zo niet ervaren zolang de crisis niet werkelijk voorbij is en met een lidstaat als Griekenland duurt dat eindeloos lang] en stabiele munt in een grote, concurrerende en krachtige interne markt. Deze gemeenschappelijke lotsbestemming [daarvan is pas sprake als dat gevoel door iedereen gedragen wordt en daarvan is geen sprake] vraagt om solidariteit in tijden van crisis en de naleving van gemeenschappelijk overeengekomen regels door alle lidstaten.

Deze afspraak werkt echter alleen als deze alle partijen voordeel [klinkt als profijtbeginsel] oplevert [neen, als alle burgers van de EU dat zo ervaren]. Deze voorwaarde kan slechts worden vervuld als alle landen, zowel individueel als collectief, maatregelen nemen om de nationale aanpassingsinstrumenten die zij bij toetreding hebben opgegeven [bewust hebben gedeeld], te compenseren [hoezo compensatie?]. Zij moeten allereerst beter in staat zijn crises te voorkomen door hoogwaardige governance op Europees [sprookje] en nationaal niveau [corruptie en clièntelisme in een handomdraai laten verdwijnen? Leuk sprookje met de toverstaf!] , duurzaam budgettair en economisch beleid en een rechtvaardige [duurt een generatie voordat clièntelisme en corruptie verdwenen zijn] en efficiënte [bestaande contrasten tussen premodern en post/laatmodern] overheidsadministratie. Ten tweede moet elk land wanneer zich schokken voordoen – wat onvermijdelijk is [sic] – doeltreffend kunnen reageren [met bestaande verschil in culturen per lidstaat blijft dit een illusie].

Zij moeten intern schokken kunnen opvangen doordat zij gedurende de gehele economische cyclus over voldoende veerkrachtige economieën en toereikende budgettaire buffers beschikken [de huidige eerste halve eeuw een sprookje]. Immers, aangezien het monetair beleid voor de gehele eurozone uniform wordt vastgesteld, speelt het nationale begrotingsbeleid [nationale soevereiniteit wordt dus niet aangetast] een cruciale rol in het stabiliseren van de economie wanneer zich op lokaal niveau een schok voordoet. En in een situatie waarin alle landen een en dezelfde wisselkoers hebben, moeten zij over flexibele economieën beschikken die snel op negatieve ontwikkelingen kunnen reageren [dit duurt nog minstens 30 jaar voordat dit bereikt is]. Anders riskeren zij dat recessies diepe, blijvende littekens nalaten.

Toch zullen de relatieve prijzen zich nooit zo snel aanpassen als de wisselkoersen. En we hebben gezien dat de druk van de markt de begrotingsstabilisatoren van een land in een periode van economische malaise kan ondermijnen. Alle economieën zullen, indien zij op permanente basis van de eurozone wensen [van ‘wensen’ is geen sprake onder deze structurele maatregelen] te profiteren, ook in staat moeten zijn de impact van schokken gezamenlijk op te vangen door middel van risicodeling binnen de EMU [met alle verschillen van mening in bijv. ECB]. Op korte termijn kan deze risicodeling worden bereikt door geïntegreerde financiële markten en kapitaalmarkten (particuliere risicodeling), in combinatie met de noodzakelijke gemeenschappelijke achtervang – dat wil zeggen een laatste financieel vangnet – voor de bankenunie. Op middellange termijn dient, naarmate de economische structuren convergeren naar de beste normen in Europa, de risicodeling binnen de openbare sector te worden uitgebreid door middel van een mechanisme voor begrotingsstabilisatie voor de eurozone als geheel.

Het voorkomen van onhoudbaar beleid en het individueel en collectief opvangen van schokken heeft noch voor, noch tijdens de crisis goed gewerkt. Hoewel sindsdien belangrijke institutionele verbeteringen zijn doorgevoerd, blijven de oorspronkelijke tekortkomingen nog doorwerken. Er is thans sprake van een aanzienlijke divergentie in de eurozone. In sommige landen is de werkloosheid op zijn laagst, terwijl deze in andere landen nog nooit zo hoog is geweest; in sommige landen kan het begrotingsbeleid anticyclisch worden ingezet, terwijl in andere landen het herstel van de budgettaire ruimte jarenlange consolidatie vergt.

De bestaande divergentie maakt de hele Unie kwetsbaar. Wij moeten deze divergentie opheffen en een nieuw convergentieproces op touw zetten. Het welslagen van de monetaire unie op individueel niveau hangt van het succes ervan voor haar leden als geheel. Tegen de achtergrond van de toenemende globalisering zijn lidstaten bovendien gehouden om, ook in hun eigen belang, deugdelijk [bron van ruzies binnen regeringen lidstaten] beleid te handhaven en hervormingen door te voeren die hun economieën flexibeler en concurrerender maken.

Er moet op vier terreinen vooruitgang worden geboekt: ten eerste in de richting van een echte economische unie die ervoor zorgt dat iedere economie de structurele kenmerken bezit om in de monetaire unie te kunnen gedijen. Ten tweede in de richting van een financiële unie die de integriteit van onze munt in de gehele monetaire unie waarborgt en risicodeling met de particuliere sector versterkt. Dit betekent voltooiing van de bankenunie en versnelde totstandbrenging van de kapitaalmarktenunie. Ten derde in de richting van een begrotingsunie die zowel voor een houdbare begroting als voor begrotingsstabilisatie zorgt. En ten slotte in de richting [voorzichtige formulering?] van een politieke unie die het fundament vormt van alle bovengenoemde elementen dankzij werkelijke democratische [waarvan nog geen sprake is] verantwoording [ook volledig afwezig en vandaar dit sprookjeskarakter van dit rapport], legitimiteit en institutionele versterking.

Deze vier unies zijn allemaal afhankelijk van elkaar. Daarom moeten zij tegelijkertijd tot stand [maakbare samenleving weer terug?] worden gebracht en moeten alle lidstaten van de eurozone aan elke unie deelnemen. In elk geval zal de vooruitgang moeten plaatsvinden via opeenvolgende stappen op korte en op langere termijn, maar het is cruciaal dat het volledige stappenplan vandaag wordt vastgesteld en goedgekeurd [dus als blauwdruk en dus een tweede Verdrag v Maastricht]. De maatregelen op korte termijn zullen het vertrouwen thans slechts vergroten indien zij het begin vormen van een breder proces, een brug naar een volledige en echte EMU. Na een crisis die vele jaren heeft geduurd, moeten regeringen en instellingen de burgers en markten nu tonen dat de eurozone meer zal doen dan overleven. Zij moeten inzien dat zij zal gedijen [er wordt teveel gevraagd; hoe wordt de eurosceptische revolte tegengegaan?].

Om deze visie [liever ‘stappenplan’] op langere termijn te kunnen verwezenlijken dienen de maatregelen op korte termijn ambitieus te zijn. Zij moeten het Europese huis nu [heeft de Commissie dat in eigen hand? Nee dus!] stabiliseren en voorbereidingen treffen voor een voltooiing van het bouwwerk op middellange termijn. Dit impliceert onvermijdelijk een verdere deling van soevereiniteit [dit rapport blijft consequent van deling van soevereiniteit spreken en niet van ‘verloren gaan van nationale soevereiniteit en dat is positief] op termijn. Ondanks het onmiskenbare belang van economische en budgettaire regels en de naleving daarvan, kan de op één na grootste economie van de wereld niet louter middels op regels gebaseerde samenwerking worden beheerd [terechte constatering]. De eurozone kan zich slechts stapsgewijs in de richting van een echte economische en monetaire unie ontwikkelen indien wordt overgegaan van een stelsel van regels en richtsnoeren voor het uitstippelen van nationaal economisch beleid naar een systeem waarbij de soevereiniteit in sterkere mate wordt gedeeld met gemeenschappelijke instellingen, die voor het grootste deel al bestaan en die deze taak geleidelijk op zich kunnen nemen. In de praktijk zou dit inhouden dat de lidstaten accepteren dat in toenemende mate gezamenlijk [hoe gaat men de conflictstof die zeker ontstaat, oplossen?] wordt beslist over aspecten van hun nationale begroting en hun economisch beleid. Een succesvolle [sic] afronding van het proces van economische convergentie en financiële integratie zou de opmaat kunnen vormen voor een zekere mate van risicodeling op overheidsniveau, wat tegelijkertijd gepaard zou moeten gaan met een grotere mate van democratische participatie en verantwoording [eindelijk deze begrippen benoemd! Maar hoe te organiseren?], zowel op nationaal als op Europees niveau. Een dergelijke stapsgewijze aanpak is noodzakelijk omdat voor een aantal van de meer ambitieuze maatregelen wijzigingen in het huidige wettelijke EU-kader nodig zijn, sommige meer diepgaand dan andere, evenals aanzienlijke vorderingen op het gebied van economische convergentie en harmonisatie van de regelgeving in de lidstaten van de eurozone [met concrete voorbeelden van wat de Commissie hiermee bedoelt, wordt de lezer beter bediend].

Dit verslag heeft een tweeledig doel: de eerste stappen te beschrijven waarmee dit proces vandaag een aanvang neemt, en een duidelijke koers uit te stippelen voor de maatregelen op langere termijn. Het proces wordt in twee achtereenvolgende fasen georganiseerd (zie de routekaart in bijlage 1):

Fase 1 (1 juli 2015 – 30 juni 2017): In deze eerste fase (‘al doende verdiepen’) zouden de EU-instellingen en lidstaten van de eurozone voortbouwen op bestaande instrumenten en een zo goed mogelijk gebruik maken van de bestaande Verdragen. Dit komt in het kort neer op het stimuleren van het concurrentievermogen en de structurele convergentie, de voltooiing van de begrotingsunie, de vaststelling en handhaving van verantwoordelijk budgettair beleid op nationaal en EU-niveau en de versterking van de democratische verantwoordingsplicht.

Fase 2: In deze tweede fase (‘voltooiing van de EMU’) zouden verdergaande, concrete maatregelen worden overeengekomen om de economische en institutionele architectuur van de EMU te voltooien. Hierbij zou met name het convergentieproces een bindender karakter krijgen door een reeks gezamenlijk overeengekomen benchmarks op het gebied van convergentie die in wetgeving kunnen worden vastgelegd. Een van de voorwaarden voor elk lid van de eurozone om deel te kunnen nemen aan een schokabsorptiefunctie voor de eurozone in deze tweede fase, is het boeken van aanzienlijke vooruitgang in de richting van deze normen – en de voortdurende naleving ervan wanneer zij eenmaal bereikt zijn.

Laatste fase (uiterlijk 2025): Aan het eind van fase 2, en wanneer alle stappen geheel zijn voltooid, zou een hechte EMU een stabiel en welvarend oord zijn voor alle burgers van de lidstaten van de EU die de euro als munt gebruiken, en zou zij aantrekkelijk zijn voor andere EU-lidstaten indien zij zich zouden willen aansluiten [eerst maar afwachten wat het referendum in het VK gaat opleveren].

De voorzitters van de EU-instellingen zullen de uitvoering van de in dit verslag gedane aanbevelingen op de voet volgen. Ter voorbereiding van de overgang van fase 1 naar fase 2 zal de Commissie in het voorjaar van 2017 een ‘Witboek’ indienen waarin de in fase 1 gemaakte vorderingen worden beoordeeld en de noodzakelijke volgende stappen worden vermeld, waaronder maatregelen met een wetgevend karakter om de EMU in fase 2 te voltooien. Het Witboek zal gebruik maken van analytische input van een adviesgroep van deskundigen die de wettelijke, economische en politieke randvoorwaarden van de in dit verslag vervatte voorstellen voor de langere termijn nader zal onderzoeken. Het zal in overleg met de voorzitters van de andere EU-instellingen worden opgesteld.

In dit verslag worden ideeën aangedragen die na verdere bespreking in wetten en instellingen kunnen worden omgezet. Dit moet door middel van een breed opgezet, transparant en inclusief proces gebeuren – een proces dat onverwijld zou moeten beginnen.”

Advertisements