Tags

, , ,

Ja, ook in Nederland EU-referendum (Peter van Ham, Opinie/NRC Handelsblad, 20 juli)

Nederland verdient een eerlijk en open debat over de voor- en nadelen van een federaal Europa. Als het aan Brussel ligt. Komt dat er nu snel, na de existentiële crisis over Griekenland. Maar niet zonder volksstemming.

# De EU heeft vorige week weer een grote stap gezet richting een Verenigde Staten van Europa. Het Griekse eurodrama maakt duidelijk dat een monetaire unie zonder politieke unie gewoonweg niet werkt. De eurogroep probeert het fiscale en economische beleid van de eurozone te coördineren, maar dat blijft behelpen.

# Maar af en toe wordt er ook in Brussel duidelijke taal gesproken. Vorige maand presenteerde Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie, een rapport getiteld De Voltooiing van Europa’s Economische en Monetaire Unie. Dit zogeheten ‘Vijf Presidenten Rapport’ is een blauwdruk van een toekomstig federaal Europa, met alles erop en eraan: een sterke EU-regering en een volledige economische, financiële, fiscale en politieke unie.

Helaas wordt door de auteur niet duidelijk uit doeken gedaan wat onder een sterke EU-regering en politieke unie moet worden verstaan, en daar moet dus het Vijf Presidenten Rapport op nageslagen moeten worden. Het is mij niet duidelijk wat de toegevoegde waarde van een sterke EU-regering naast de Europese Commissie, de Raad en de eurogroep zou kunnen zijn. Als mijn indruk juist is dat uiteindelijk de Raad in nauwe samenwerking met de eurogroep de Griekse crisis tot een bevredigende oplossing hebben gebracht, dan krijgt de EU-regering iets krampachtigs. Tenzij de Commissie wordt gepromoveerd tot deze regeringsvoorstel, maar dan komen er geheid conflicten met de Europese Raad. Vooralsnog is dit een raadselachtig plan van Juncker.

# Het meest revolutionaire idee in het Vijf Presidenten Rapport is de stap richting een Europese begrotingsunie. Een Europese Budgettaire Raad moet in de toekomst de nationale begrotingen coördineren, hetgeen uiteindelijk een bindend karakter zal krijgen middels EU-wetgeving, in het voorjaar van 2017 komt de EU met voorstellen om deze Begrotingsunie definitief vorm te geven.

# Dit rapport wordt natuurlijk in het Nederlandse parlement uitvoerig behandeld, na het zomerreces. De vraag is echter of Nederland nog wel echt iets te zeggen heeft over de toekomst van de EU. Het Griekse drama heeft immers het publieke geheim ontboezemd dat de belangrijke beslissingen door Duitsland en Frankrijk worden genomen, en dat andere landen zich daarbij hebben neer te leggen. Landen die niet tot de eurozone behoren – zoals Groot-Brittannië – vallen helemaal buiten de boot.’

De vraag is of deze formulering van deze laatste alinea zo wel juist gesteld is want tamelijk absolutistisch gesteld. Dat de Griekse crisis met de duidelijke deadline van vorig weekend noopte efficiënte besluitvorming waarbij de as Berlijn-Parijs dominant was, heeft altijd al gespeeld. En zeker in een crisissituatie. Maar dat wil niet zeggen dat die as zich altijd als een neerbuigende as opstelt. En in het ‘Griekse’ weekend werd wel het besluit genomen waarin eigenlijk iedereen zich kon vinden van de aanwezige Europese top. En dat er in alle nationale parlementen het reddingsplan ook op gemakkelijke meerderheden kon rekenen, toont aan dat er sprake was van eensgezindheid om de Grieken – en nu weliswaar onder druk, maar toch … – te helpen. Er was dus geen sprake van dat andere landen zich daarbij hebben neer te leggen. In tegendeel, de kritiek naar de Grieken was overduidelijk aanwezig van die eurolanden die al zware bezuinigingen en saneringen achter de rug hadden. Met andere woorden, er kan worden geconcludeerd dat de woorden van de auteur te zwaar zijn aangezet. Er was geen weerstand tegen de lopende gang van zaken tijdens de afgelopen top. Maar dat neemt niet weg dat het in de toekomst anders kan uitpakken en daarmee zijn we als EU-burgers gedwongen om alert te blijven op het verschijnsel ‘meerderheidsdictaten’ van de grootste fracties in het Europees Parlement (van christen- en sociaaldemocraten).

# Het management van de eurozone dus aan de vooravond van een stap richting een politieke unie waarbij de lidstaten vee soevereiniteit aan Brussel overdragen. Deze toekomstige Verenigde Staten van Europa worden door sommigen gezien als de enige manier om zowel het eurotraject als de EU zelf te redden.

Mocht het waar zijn dat de politieke unie méér is dan alleen een coördinatie of gecoördineerd economisch bestuursapparaat, zoals in allerlei interviews met staatslieden en regeringsleiders wordt uitgedragen, – en waartegen onder die vlag weinig bezwaar kan worden gemaakt -, dan moet geconstateerd worden dat de tekst van de auteur veel mist laat hangen van de juiste omschrijving van de gehanteerde begrippen. Daarover moet dus meer duidelijkheid ontstaan.

# Maar ook de voorstanders zullen moeten erkennen dat Nederland, net als alle andere EU-lidstaten, op de drempel staat van een nieuwe , federale Europese Unie. Het Vijf Presidenten Rapport windt er dit keer geen doekjes om. Niemand kan nu nog beweren dat het niet zo’n vaart zal lopen of dat de Nederlandse regering binnen de Europese Raad dit proces kan beïnvloeden of zelfs stoppen.

Alles lijkt af te hangen van de fractieverhoudingen binnen het Europees Parlement. Als daar een meerderheid bestaat voor de federatief verband voor de EU, dan lijkt daar de zaak beklonken, maar de Commissie loopt in dat geval het grote risico dat met dit rapport dwars wordt ingegaan tegen de publieke opinie en die is zeker in meerderheid tegen de politieke unie. Dat heeft de Commissie een probleem, want een referendum per lidstaat zal dan worden afgedwongen en dan hangt barbertje.

Tot slot zij opgemerkt dat de begeleidende brief bij het Vijf Presidenten Rapport van minister Koenders van Buitenlandse Zaken aan de Tweede Kamer, geheel overeenkomt met mijn commentaar in deze blog.[1] Daaruit mag worden afgeleid dat het genoemde Commissierapport voor kritiek en kanttekeningen vatbaar is. Morgen een blog over dit Junker-rapport.

[1] Algemene appreciatie kabinet

Het kabinet heeft zich op het standpunt gesteld dat de focus van het rapport zou moeten liggen op drie speerpunten: 1. Moderne economieën door structurele hervormingen 2. Verdieping van de interne markt en 3. Kwalitatief hoogwaardig en betrouwbaar openbaar bestuur in de lidstaten via een Better Governance Agenda. Vanuit dit oogpunt kan het kabinet zich in grote lijnen vinden in de voorstellen die het rapport poneert voor de korte termijn, waarbij wat het kabinet betreft nog sterker de nadruk moet komen te liggen op verdieping van de interne markt en Better Governance.

Het kabinet is meer gereserveerd over een aantal denkrichtingen die in het rapport worden beschreven voor de lange termijn. Nederland is daarbij ook in het algemeen geen voorstander van een vastgelegd lange termijn pad voor ontwikkeling van de EMU. Eerst moet immers bezien worden hoe de EMU binnen de huidige kaders kan worden versterkt voordat nut en noodzaak van verdergaande stappen op de lange termijn nader wordt bezien. Het kabinet verwelkomt de notie uit het rapport dat reële convergentie naar een hoog niveau een voorwaarde is voor uitwerking van stappen ten aanzien van de langere termijn.

In lijn met deze Nederlandse inzet is het positief dat het rapport de focus heeft op de korte termijn en niet wordt voorgesteld nu besluiten te nemen ten aanzien van de lange termijn. Dit sluit aan bij de inbreng van de meerderheid van de lidstaten in het consultatieproces, waarin werd aangedrongen nu de aandacht uit te laten gaan naar verbeteringen aan de EMU die op korte termijn realiseerbaar zijn. Wat de lange termijn betreft wordt voorgesteld hierop in 2017 terug te komen.

Appreciatie op onderdelen

Economisch terrein

Voorstellen Dit hoofdstuk is gericht op aanjagen van nationale hervormingen middels bestaande instrumenten. Verdere convergentie tussen lidstaten naar “best practices” staat centraal, evenals de institutionele vormgeving zoals voorgesteld door Nederland in de Better Governance agenda. Er worden enkele concrete voorstellen voor de korte termijn gedaan: – Voorgesteld wordt om in alle eurozone lidstaten een onafhankelijke autoriteit in het leven te roepen om de concurrentiekracht van lidstaten te monitoren. De autoriteit kan volgens het rapport op deze wijze bijdragen aan het tegen gaan van economische divergentie tussen lidstaten en het “ownership” van lidstaten om noodzakelijke hervormingen door te voeren verhogen. Dit is ook

Pagina 3 van 7

Directie Integratie Europa

Onze Referentie Minbuza-2015.324265

al door enkele lidstaten afgesproken in het kader van het Euro Plus Pact. Naast deze functie zou de autoriteit het effect van hervormingen op concurrentiekracht moeten beoordelen. Nederland wordt met België genoemd als lidstaat die al beschikt over een dergelijke autoriteit (het Centraal Plan Bureau). Daarnaast wordt voorgesteld dat deze autoriteiten op Europees niveau hun acties coördineren in een los samenwerkingsverband (geen nieuw instituut). De Commissie zou de bevindingen van de autoriteiten moeten meenemen bij de stappen binnen het Europees Semester. – Opgeroepen wordt tot sterkere coördinatie van economisch beleid. Het Europees Semester moet verbeterd worden door meer focus op prioriteiten, minder rapportages en meer tijd voor discussie. Er zou met name meer aandacht moeten zijn voor implementatie van landenspecifieke aanbevelingen, door regelmatig de voortgang te bespreken (peer review) en het benchmarken van “best practices”. Ook zou de samenhang tussen aanbevelingen voor de hele eurozone en die voor lidstaten verbeterd kunnen worden. – De Macro Economische Onevenwichtigheden Procedure (MEOP) moet beter worden benut en de correctieve arm zou direct moeten worden geopend bij buitensporige onevenwichtigheden. De procedure zou ook beter moeten kijken naar onevenwichtigheden voor de eurozone als geheel. – Europa moet een sociale ‘triple A’ ambiëren. Het rapport wijst daarbij op de noodzaak van goed functionerende arbeidsmarkten en sociale zekerheidssystemen in de lidstaten. Tijdens het Europees Semester zouden deze onderwerpen dan ook hoog op de agenda moeten staan. Er wordt daarnaast gewezen op de noodzaak van nationale hervormingen van gezondheidszorg- en pensioenstelsels in het kader van hun financiële houdbaarheid. Ook wijst het rapport op het belang van de verdere integratie van arbeidsmarkten door het verbeteren van de arbeidsmobiliteit, wat bijvoorbeeld ziet op de erkenning van beroepskwalificaties en een betere coördinatie van sociale zekerheid stelsels. – Het belang van het vervolmaken van de interne markt wordt benadrukt. Onbenut potentieel is o.m. aanwezig in de goederen- en dienstenmarkt, de digitale interne markt, de energiemarkt en de kapitaalmarkt.

Voor de lange termijn wordt voorgesteld om het convergentieproces te formaliseren en meer bindend te maken door standaarden te ontwikkelen voor verschillende beleidsterreinen en deze vast te leggen in EU wetgeving. Gedacht kan worden aan: arbeidsmarkten, concurrentiekracht, bedrijfsklimaat, openbaar bestuur en aspecten van belastingstelsels (gemeenschappelijke vennootschapsbelasting). Het rapport stelt dat eerst verdere analyse op dit punt benodigd is.

Eerste appreciatie

De voorstellen op economisch terrein sluiten wat de korte termijn betreft grotendeels aan bij de drie speerpunten van het kabinet. Het verder hervormen van nationale economieën is essentieel om het groeipotentieel van de eurozone te versterken en crises in de toekomst beter het hoofd te kunnen bieden. Het kabinet heeft in zijn schriftelijke bijdrage opgeroepen tot oprichting van onafhankelijke instituten voor beleidsevaluatie en is verheugd dat dit terug komt in het rapport. De nationale ‘competitiveness authorities’ zouden zich op de concurrentiekracht in

Pagina 4 van 7

Directie Integratie Europa

Onze Referentie Minbuza-2015.324265

brede zin moeten richten. Een toekomstig voorstel hiertoe wordt met belangstelling afgewacht. Ook het versterken van het Europees Semester, het beter benutten van de MEOP en het benchmarken van hervormingen op politiek niveau sluiten aan bij de Nederlandse inzet. Het kabinet is van mening dat politieke discussies over belangrijke hervormingsterreinen bijdragen aan een brede overeenstemming over de belangrijkste uitdagingen voor de eurozone en het “ownership” van lidstaten vergroten. In de Eurogroep is reeds een start gemaakt met het regulier agenderen van belangrijke hervormingsterreinen.

Het ten volle benutten van de interne markt is een essentieel onderdeel van het veerkrachtiger maken van de EMU. Het kabinet onderschrijft volledig de conclusie in het rapport dat de interne markt nog niet af is en benadrukt dat de vervolmaking van de interne markt een essentiële bouwsteen is voor de EMU. Vanuit dit oogpunt had het kabinet graag gezien dat verdieping van de interne markt nog uitgebreider aandacht had gekregen in het rapport. Een goed functionerende interne markt versterkt het aanpassingsvermogen van economieën en draagt bij aan een efficiënte allocatie van productiefactoren, waardoor de stabiliteit van de EMU wordt versterkt. In het bijzonder ontwikkeling van de Europese kapitaalmarkt, verdieping van de interne markt voor diensten, versterking van de Europese energiemarkt en verbetering van de digitale interne markt dragen volgens Nederland bij aan het verhogen van het concurrentievermogen van de Unie en vormen derhalve een belangrijke randvoorwaarde voor succesvolle investeringen, structurele hervormingen en begrotingsconsolidatie. Ook een verdere integratie van arbeidsmarkten kan de schokbestendigheid van Europese economieën versterken. Grensoverschrijdende mobiliteit van werknemers is binnen de EU één van de vier fundamentele vrijheden van de EU, het kabinet is van mening dat dit veel voordelen met zich mee brengt. Voordelen voor de betrokken werknemers, maar ook voor de Nederlandse economie en samenleving. Een belangrijke voorwaarde hiervoor is wel dat de negatieve effecten van EU-arbeidsmobiliteit aangepakt worden, waarbij het uitgangspunt is: ‘gelijk loon voor gelijk werk, op dezelfde plek’.

De derde pijler van de Nederlandse inzet, Better Governance, komt in verschillende passages in het rapport terug. Openbaar bestuur wordt als één van de onderdelen benoemd waarop verdere convergentie naar best practices noodzakelijk is. Het kabinet onderschrijft dit. Een toekomstbestendige EMU vereist optimaal functionerend en betrouwbaar openbaar bestuur in de lidstaten voor het nakomen en handhaven van EMU afspraken, verhoogde concurrentiekracht en om het vertrouwen van lidstaten, burgers en ondernemers in de EMU te herstellen. De introductie van de genoemde “competitiveness authorities” kan bijdragen aan het versterken van de governance op nationaal niveau.

Het kabinet ziet geen noodzaak het convergentieproces in wetgeving te verankeren. Het kabinet is van mening dat allereerst het huidige instrumentarium ten volle moet worden benut en het vertrouwen in de EMU onder lidstaten, burgers en ondernemers moet worden hersteld.

Financieel terrein

Voorstellen Deze passage beschrijft de voortgang die is gemaakt om te komen tot een

Pagina 5 van 7

Directie Integratie Europa

Onze Referentie Minbuza-2015.324265

financiële unie. Daarnaast wordt een vervolgtraject geschetst. Voor de vervolmaking van de bankenunie zal in chronologische volgorde de Bank Recovery and Resolution Directive (BRRD) volledig geïmplementeerd moeten worden, overeenstemming bereikt moeten worden over brugfinanciering, een gemeenschappelijke backstop voor het Single Resolution Fund (SRF) moeten worden opgezet en ten slotte een Europees depositogarantiestelsel (DGS) gelanceerd moeten worden. Ook wordt stilgestaan bij de effectiviteit van het directe herkapitalisatie instrument van het Europese Stabiliteitsmechanisme (ESM) en de rol van het European Systemic Risk Board. Daarnaast wordt het lanceren van een kapitaalmarktunie als prioriteit aangeduid.

Eerste appreciatie

De afgelopen jaren is in het kader van de bankenunie gewerkt aan de verdere harmonisatie van wet- en regelgeving voor banken (single rule book). Voor een effectief functionerende bankenunie is het van belang dat de lidstaten de overeengekomen regelgeving zo snel mogelijk en adequaat implementeren. Nederland hecht er, in lijn met het rapport, dan ook veel belang aan dat implementatie van de BRRD zo snel mogelijk wordt afgerond.

In de backstopverklaring van de Eurogroep (d.d. 18 december 2013) is opgenomen dat er voor de overgangsperiode gewerkt zal worden aan een systeem waarbij in laatste instantie brugfinanciering aan het SRF verstrekt kan worden. Het systeem van brugfinanciering moet uiterlijk 1 januari 2016 beschikbaar zijn. Wat Nederland betreft blijft ten aanzien van brugfinanciering gelden dat in de overgangsperiode nationale overheden alleen verantwoordelijk zijn voor hun eigen nationale bankensector. Over het opzetten van een gemeenschappelijke backstop zijn in de verklaring tevens afspraken gemaakt. In de backstopverklaring staat dat er gedurende de overgangsperiode gewerkt wordt aan een gemeenschappelijke backstop die volledig operationeel zal zijn zodra het SRF volledig is gemutualiseerd en op de middellange termijn begrotingsneutraal zal zijn, zodat de kosten hiervan teruggevorderd worden op de Europese bankensector.

Nederland ziet een Europees deposito garantiestelsel als sluitstuk van een bankenunie, omdat dit Europese risicodeling met zich mee brengt. Hiervoor is echter eerst verdere harmonisatie van regelgeving voor banken nodig (single rule book) en dient de bankenunie zich voldoende te hebben bewezen.

Over het Nederlandse standpunt t.a.v. de kapitaalmarktunie is de Kamer eerder geïnformeerd (Kamerstuk 22112, nr. 1950). Het kabinet ondersteunt de doelstelling om te komen tot een verdere eenwording van de Europese kapitaalmarkt en staat in beginsel positief tegenover de ideeën uit het groenboek. Belangrijke uitgangspunten voor een kapitaalmarktunie zijn volgens het kabinet: (i) het vergroten de beschikbaarheid van kapitaal, (ii) het verbeteren van toegang tot financiering en verbreding van de financieringsmogelijkheden, met name voor het mkb, en (iii) een stabiel en schokbestendig financieel en economisch systeem.

Pagina 6 van 7

Directie Integratie Europa

Onze Referentie Minbuza-2015.324265

Budgettair terrein

Voorstellen Het stuk stelt voor om een adviserend ‘European Fiscal Board’ in het leven te roepen. Deze board brengt de nationale “fiscal councils” samen en geeft een publiek en onafhankelijk oordeel over begrotingen, op basis van het Stabiliteitsen Groeipact (SGP). Voor de langere termijn wordt een budgettaire stabilisatie functie voor de eurozone als mogelijkheid benoemd voor de opvang van economische schokken die niet (geheel) opgevangen kunnen worden door nationale begrotingen. Randvoorwaarden voor het opzetten van de stabilisatie functie zijn o.m. verdere convergentie en het mag de prikkel tot gezonde overheidsbegrotingen niet wegnemen.

Eerste appreciatie Het kabinet onderkent het belang van een onafhankelijk en objectief oordeel over de budgettaire inspanning van lidstaten. Verdere toelichting is echter noodzakelijk alvorens een oordeel kan worden gegeven over nut en noodzaak van een adviserende ‘European Fiscal Board’. Een vraag zal daarbij zijn of een dergelijk orgaan al dan niet los van de Commissie zal opereren.

Nederland heeft zich meermalen uitgesproken tegen een budgettaire stabilisatie functie (zie ook Kamerstuk 21501, nr. 20). Er zijn betere alternatieven om schokken op te vangen. Een conjuncturele neergang kunnen landen opvangen via hun eigen buffers; de regels van het SGP zijn hier ook op ingericht. Ook flexibele economieën en goed functionerende kapitaalmarkten dragen bij aan de schokabsorptiecapaciteit. Voor een asymmetrische schok met grote gevolgen is het noodfonds ESM in het leven geroepen. Voor symmetrische schokken is een gezamenlijk budget geen goede oplossing.

Institutioneel terrein

Voorstellen Deze passage vraagt onder meer aandacht voor het democratische legitimiteitsvraagstuk. Daarbij wordt gewezen op de versterking van de rol van het Europees Parlement binnen het jaarlijkse proces van economische beleidscoördinatie (Europees Semester). Ook worden voorstellen gedaan om de interactie tussen de Commissie en nationale parlementen te versterken en tussen het Europees parlement en de nationale parlementen.

Tevens wordt gesproken over versterking van de Eurogroep; op de lange termijn kan een vaste voorzitter met een helder mandaat overwogen worden. Ten slotte wordt stilgestaan bij de externe representatie van de eurozone, de integratie van intergouvernementele overeenkomsten in Europese wetgeving en – voor de lange termijn – de mogelijkheid van een eurozonethesaurie. Het voorstel voor een eurozonethesaurie is slechts beperkt uitgewerkt. De passage stelt dat op termijn meer gemeenschappelijke besluitvorming over budgettair beleid benodigd is.

Eerste appreciatie Het kabinet is van mening dat beleidsmaatregelen democratisch gelegitimeerd moeten zijn en dat zowel de totstandkoming als de uitvoering voldoende ‘checks

Pagina 7 van 7

Directie Integratie Europa

Onze Referentie Minbuza-2015.324265

and balances’ moeten bevatten om adequate verantwoording te waarborgen. Een legitiem eurozone-bestuur vereist democratisch gelegitimeerde structuren op nationaal en Europees niveau, alsmede effectieve(re) samenwerkingsverbanden tussen de nationale parlementen en tussen de nationale parlementen en het Europees Parlement, waarin vraagstukken over Eurozone-governance aan de orde kunnen komen. Dit uiteraard behoudens respect voor ieders rol en verantwoordelijkheid. Een sterkere parlementaire dimensie Europees én nationaal, waarbij geldt dat nationale parlementen dichter bij de burger staan en belangrijke dragers van democratische legitimiteit zijn, is een belangrijke voorwaarde voor het draagvlak voor de EMU.

Het kabinet is voorts van mening dat het draagvlak voor het Europees Semester allereerst versterkt moet worden door een transparante en voorspelbare toepassing van de regels. Daarnaast moet er binnen het Semester voldoende gelegenheid zijn om nationale parlementen te informeren en te betrekken. Naast besprekingen in het kader van de Art. 13 conferentie, benadrukt het kabinet het belang van het uitnodigen van Commissarissen in de nationale parlementen waar het handelen van de Commissie de specifieke lidstaat betreft, zoals in geval van opinies inzake ontwerpbegrotingen en landenspecifieke aanbevelingen. Formeel is de Commissie enkel verantwoording verschuldigd aan het Europees Parlement, maar het kabinet is van mening dat er een belangrijke meerwaarde ligt in het eveneens inzetten van politieke verantwoordingsstructuren via de nationale parlementen. De keuze voor toekomstige nieuwe parlementaire organisatievormen om de democratische legitimiteit van de EMU te vergroten zal moeten afhangen van de richting waarin het bestuur van de eurozone zich verder zal ontwikkelen.

Het kabinet hecht niet aan een permanente voorzitter van de Eurogroep. Het kabinet vindt dat de noodzaak eerst moet worden aangetoond en dat er eerst een helder mandaat zou moeten zijn voordat een permanente voorzitter overwogen zou moeten worden. Deze link wordt ook in het rapport gemaakt.

Het rapport maakt niet duidelijk wat de precieze bedoeling is van het voorstel voor een eurozonethesaurie met meer gemeenschappelijke besluitvorming over budgettair beleid. Nederland is, als bekend, in zijn algemeenheid geen voorstander van nieuwe instituten. De Nederlandse lijn is dat indien lidstaten onvoldoende voortgang boeken bij het op orde brengen van hun overheidsfinanciën de overeengekomen procedures op Europees niveau voor budgettaire beleidscoördinatie hiervoor moeten zorg dragen. Eurolanden die zich niet aan gemaakte afspraken houden, zouden conform de procedures daarvan de gevolgen moeten dragen. Het SGP biedt hiervoor het juiste kader en moet, zoals de passage ook stelt, het anker van budgettaire stabiliteit blijven. Nederland wacht de voorstellen die de Commissie aankondigt in 2017 te zullen publiceren af.