Tags

, ,

Dé route voor klimaatclubs (Joyeeta Gupta[1], het laatste woord/Het Parool, 1 juli)

De winst van Urgenda in de zaak over klimaatverandering tegen de Nederlandse staat kan wereldwijde gevolgen hebben.

‘Tijdens mijn eerste jaren in Nederland speelde Nederland een leidende rol in het mondiale klimaatbeleid. Premier Lubbers en belegde een klimaatconferentie voor regeringsleiders en Ed Nijpels leidde de Noordwijkconferentie over klimaatverandering. (…) Daarna werden politieke en economische belangen belangrijker. Dat werd versterkt door de crisis van 2008.

‘De rechtelijke uitspraak van vorige week in de door Urgenda aangespannen zaak biedt Nederland de kans zijn mondiale leiderschapsrol op het gebied van klimaatpolitiek te herpakken. Het is niet het eerste vonnis in de wereld, dat iets met klimaatverandering te maken heeft, maar deze uitspraak is zonder precedent, omdat de nadruk ligt op de verantwoordelijkheid van de staat om als ontwikkeld land zijn burgers en de leefomgeving te beschermen. Het vonnis vertaalt de wetenschappelijke kennis in een kwantitatieve doelstelling: de staat wordt verantwoordelijk gesteld voor een vermindering van de uitstoot in 2020 met ten minste 25 procent ten opzichte van 1990.

‘Dit expliciete vonnis ondermijnt de argumenten van economen en politicologen die stellen dat het zinloos is maatregelen te nemen zolang niet iedereen meewerkt, omdat anders de een profiteert van het goede gedrag van de ander, en uiteindelijk resultaat uitblijft; het zogenoemde free-rider-probleem.

Effectieve maatregelen werden lang verhinderd door twee kwesties. Allereerst de economische en politieke vraag wie als eerste zijn emissies moet verminderen. Arme landen vinden dat zij het recht hebben zich te ontwikkelen alvorens hun emissies te verminderen. Rijke landen brengen daartegenin dat het zinloos is hun emissies te verminderen zolang die in de armere landen groeien. De reactie van die landen hierop is , dat gelijke reductiedoelstellingen in een ongelijke wereld leiden tot onbillijke resultaten.

‘Daarnaast speelt een maatschappelijk vraagstuk. Mensen in de ontwikkelde wereld voelen zich niet persoonlijk bedreigd door klimaatverandering. Ze zijn vaak afhankelijk van hun auto en hun spaargeld en pensioenen zijn veelal (deels) geïnvesteerd in de fossiele brandstofsector. Onze rijkdom zit opgesloten in het fossiele brandstofsysteem.

‘Die twee factoren veroorzaakt de impasse tussen de VS en de ontwikkelingslanden in het mondiale klimaatonderhandelingsproces. De Noordijkconferentie maakte al duidelijk dat de VS niet bereid is kwantitatieve doelen te stellen. Zou de VS wel hebben meegedaan met de doelstellingen het Kyotoprotocol, dan was het politiek onmogelijk geweest voor Canada, Rusland, Japan en Nieuw-Zeeland om zich hieraan te onttrekken. Het zou tevens de boodschap aan China en andere ontwikkelingslanden hebben gegeven, dat het tijdperk van fossiele brandstoffen achter ons ligt. Er had dan mondiaal een switch naar duurzame energie kunnen plaatsvinden.

‘Het probleem van het huidige systeem is dat samenwerking tussen staten op basis van vrijwilligheid plaatsheeft en dat egoïstische staatspolitiek het hele systeem kan gijzelen. Dit – in combinatie met de VS die China gebruikt als excuus voor het eigen gedrag – is moeilijk te accepteren. Het baanbrekende van de Nederlandse uitspraak is dat het juist deze argumentatie ontkracht. De uitspraak kan het machtsevenwicht binnen het mondiale proces herstellen. Het geeft maatschappelijke bewegingen wereldwijd de mogelijkheid creatief gebruik te maken van juridische instrumenten. Deze bewegingen kunnen de politieke impasse doorbreken met een appèl op de wetenschap en rechtvaardigheidsbeginselen. Het Nederlandse vonnis kan een reeks van rechtszaken ontketenen die dominerende staten politiek kunnen uitdagen.

‘De Nederlandse regering kan nog tegen de uitspraak in beroep gaan, maar de uitkomst is onzeker. Intussen lopen zowel de staat als vervuiler het risico in de toekomst aansprakelijk te worden gesteld voor de gevolgen. De rimpeling die deze uitspraak nu veroorzaakt kan uitgroeien tot een tsunami van rechterlijke uitspraken die staten verantwoordelijk stellen voor de bescherming van hun burgers zonder rekening te houden met het bestaan van free riders.’

Dit betoog gaat dwars in tegen de tekst van Hans Wiegel die in NRC Handelsblad schreef:

Rechter moet niet zeggen wat de staat moet doen (Hans Wiegel, Opinie/NRC Handelsblad, 1 juli)

Dit is geen uitspraak, maar een opvatting over het klimaat. Mr. Hofhuis verstoort de trias politica.

‘Wat zijn de kosten van deze op korte termijn gevorderde mindere uitstoot? Mogelijk zo’n 50 miljard euro!

‘Hoe zijn die op te brengen? Een forse belastingverhoging voor burgers en bedrijven? Diep snijden in de lonen en de uitkeringen? Allemaal politieke vragen. Kleine opmerking terzijde: we zouden ook in ijltempo een aantal nieuwe kerncentrales bouwen. Die stoten geen CO2 uit, zoals we weten.[2]

‘Terug naar de kern. De Haagse rechter mr. Hofhuis tast in feite de trias politica en zo de basis van onze parlementaire democratie aan. Dat alleen al is onaanvaardbaar.’

Wiegel had de pech dat op dezelfde avond als zijn ingezonden opiniebijdrage de bijdrage van prof. Gupta verscheen en daarvan zal Wiegel – die natuurlijk op alle kranten is geabonneerd om op de hoogte te blijven – met verbijstering kennis hebben genomen. En daarmee zal hij ook moeten erkennen dat er met betrekking tot het Haagse vonnis geen sprake is van de strijdigheid met de trias politica. Het zijn de wisselende tijdsomstandigheden die rechter dwingen tot noviteiten in de rechtspraak. Hulde dus aan de rechter Mr Hofhuis.

Wiegel heeft weer stof tot nadenken gekregen.

[1] Is hoogleraar milieu en ontwikkeling aan de UvA en lid van de Adviesraad Internationale Vraagstukken.

[2] Maar leveren wel uiterst ernstige stralings- en milieuproblemen zoals de meest recente ramp van Fukushima ons heeft geleerd, mijnheer Wiegel.

Advertisements