Tags

,

Gaat kappersprijs voor meer werk? (Peter de Waard, De kwestie, Economie/de Volkskrant, 2 juli)

‘Uit gedegen onderzoek is gebleken dat het verhogen van de belasting op producten en diensten in ruil voor een verlaging voor de belasting op arbeid heilzaam is voor de duurzaamheid en de werkgelegenheid.’

Dat dit een uitkomst is van gedegen onderzoek neem ik direct aan van columnist De Waard, maar ik vraag me tegelijkertijd af waarom deze uitruil heilzaam is voor duurzaamheid en werkgelegenheid. Ja, de werkgelegenheid wordt waarschijnlijk bevorderd vanwege lagere arbeidskosten omdat dat mogelijk wordt gemaakt door verhoging van de indirecte belastingen. Ik kan me vagelijk iets herinneren van de schoollessen economie (De kern van de economie van Arnold Heertje) dat Frankrijk een land is dat traditioneel voor hoge indirecte belastingen heeft gekozen om daarmee lagere directe belastingen mogelijk te maken. Dat is dus een politieke keuze die gemaakt kan worden. ik hoor het wel als ik ernaast zit.

Maar dat er met hogere indirecte belastingen en dit verhoging van belastingen op producten en diensten ook de duurzaamheid wordt bevorderd, dat begrijp ik niet. Duurzaamheid is toch een kwestie van hoe producten worden gemaakt, van duurzaam basismateriaal dus en van duurzame energie die in het productieproces worden toegepast?

‘Het is geen lood om oud ijzer, zoals de econoom Sweder van Wijnbergen eerst tegen deze krant zei en later nog eens in de NRC neerpende, omdat ‘mensen nu eenmaal werken om te consumeren’. Voor consumenten klopt dit strikt genomen, maar niet voor producenten of werkgevers. Zij moeten eerst de lonen betalen en moeten dan maar afwachten of de producten ook daadwerkelijk worden verkocht.

‘In 1990 lanceerde de econoom Piet van Elswijk al een plan voor een belastingsysteem dat rekening hield met die tijdsfactor. Na veel vijven en zessen besloot het ministerie van Sociale Zaken onder leiding van Ad Melkert een laboratoriumexperiment te laten houden door de Universiteit van Amsterdam, onder leiding van de hoogleraar Frans van Winden. Daaruit bleek dat producenten bij een verlaging van de brutoloonkostensubstantieel’ meer mensen gingen aannemen, zonder dat de totale belastingontvangsten daalden.’

Volgens mijn gevoel voor logica is deze verlaging van de brutoloonkosten identiek aan ‘lagere arbeidskosten’, zoals ik bij de eerste klanttekening schreef. In dat geval is mijn herinneringsvermogen nog in orde. Indien niet, dan hoor ik het wel.

‘Het rapport verdween in een diepe lade, omdat Melkert een heilig geloof had in zijn Melkertbanen en Willem Vermeend zich onsterfelijk wilde maken met een eigen belasting hervorming. Dit kabinet, dat geen gebrek aan durf kan worden verweten, haalde het er weer uit maar stopt het nu weer terug omdat Pechtold en Klaver hun veto hebben uitgesproken.’

Ik zal nog uit de betreffende krantenverslagen moeten natrekken waarom Pechtold en Klaver hun veto hebben uitgesproken. Volgens mij heeft Pechtold dat gedaan vanwege zijn hekel aan belastingverhogingen vanuit de klassieke economische theorie, want dat hoort bij neoliberalen. Maar dat kan dus niet de oorzaak zijn van het veto van Klaver.

‘Natuurlijk kan worden betoogd dat een verhoging van de btw de laagste inkomens het meeste treft. Maar hier had gemakkelijk een mouw aan kunnen worden gepast door de btw-tarieven te differentiëren: per bedrijfstak of per product (lagere tarieven op populaire diensten en producten).’

Ik zou denken: lagere tarieven op noodzakelijk diensten en producten, en zeker die van eerste levensbehoeften. Want er bestaat bij lagere inkomens geen behoefte aan allerlei luxe producten. En dan blijft bij lagere belastingen op arbeid meer netto-inkomen over en dus meer bestedingsvrijheid.

‘Daarover hadden de gedoogpartijen keihard moeten onderhandelen, zodat de hervorming tot meert gelijkheid zou leiden.’

Maar dat zou weer tegen alle principes van de VVD zijn ingegaan!

‘Maar hervormen is iets voor Grieken, niet voor Nederlanders die zich liever blindstaren op de kapperskosten dan nadenken over meer werk en meer duurzaamheid.’

Hier toch een principiële kanttekening. Het eerste zinsdeel is wat mij betreft niet van toepassing omdat de Grieken op alle fronten hun volkshuishouding moeten bijstellen, omdat die onder de voorgaande regeringen helemaal niet zijn aangepakt, gemoderniseerd. Ons land heeft zijn overheidshuishoudboekje wel op orde en heeft daarmee een onvergelijkbare positie dan de Grieken. ik neem aan dat De Waard dit met mij eens is en dat het hier om een slip of the tongue or pen gaat.

En wat de kapperskosten betreft, dat is van dezelfde type onzin en flauwekul als de verhoging van de btw op het hotelwezen op de Griekse eilanden, want dat zet hoegenaamd geen zoden aan de dijk. Daarin maakt de regering via haar eerste basisconcept zelfde denkfout als de Trojka die dat soort onzinnigheden heeft voorgeschreven aan de Grieken. onzinnigheden, tenzij men niet om dit soort voorstellen kon heenkomen vanwege het gebrek aan een volwaardige industriële productiecapaciteit bij de Grieken. Zij hebben op kleine werven na geen industrie, want toerisme levert wel geld op van vakantiegangers (dus ‘import’ van vreemde valuta’s), maar is geen toegevoegde bbp-factor. Dat is het wezenlijke probleem van de Grieken, naast hun veel te hoge of zelfs exceptionele staatsschuld. Die factoren ontbreken bij ons. En daarmee hebben wij recht van spreken en de Grieken niet.

Tot slot heeft De Waard gelijk als hij met deze zin eigenlijk, want impliciet, aangeeft dat een belastinghervorming anno 2015 niet los van een arbeidsmarktbeleid kan worden bezien waarmee de regering genoodzaakt wordt een visie aan te bieden hoe een verzadigde arbeidsmarkt tot groei kan komen of worden gebracht via innovatieve marktsegmenten, zodat ‘werk’ en ‘duurzaamheid’ geconcretiseerd kunnen worden. Want daarover wordt waarschijnlijk – dit belastingplan is nog niet officieel gepubliceerd vanwege onvoldoende parlementaire steun – in alle talen gezwegen. Huiswerk dus voor de komende vakantiemaanden voor dit kabinet, zodat er iets substantieels klaar kan liggen voor Prinsjesdag.