Tags

,

Hfd 1. Waarom zoveel ongelijkheid? / Twee grote sprongen

#16# Zoals met alle technologische revoluties het geval was, was ook[1] deze geen kwestie van een keuze. De technologie van grondbewerking, van landbouweconomie [sic!], diende zich aan. En daarmee veranderede als vanzelf de menselijke samenleving. De landbouwproductie creëerde voor het eerst het basisgegeven van een echte economie: het overschot. Wat is dat? Overschot ontstaat wanneer de opbrengst van de grond meer dan voldoende is om ons te voeden en om de zaden te vervangen die we dit jaar gebruikt hebben (en die we vorig jaar opzij hadden gelegd), én wanneer we in staat zijn opbrengsten apart te houden voor toekomstig gebruik.[2] Denk aan graan dat je opslaat voor slechte tijden, bijvoorbeeld als hagelbuiten een volgende oogst verwoesten. Of denk aan zaad om het toekomstige overschot nog groter te maken.’

Allereerst de vraag waarom in één zin het begrip technologische revolutie wordt gekoppeld aan grondbewerking? De auteur kan niet anders bedoelen dat het gewoon om technologische ‘ontwikkelingen’ gaat in plaats van ‘revoluties’, aangezien revoluties betrekking heeft op grootschalige en maatschappij-veranderende ontwikkelingen. De (Eerste) Industriële Revolutie heeft pas halverwege de 19e eeuw plaats, terwijl het opgevoerde citaat zo algemeen beschreven is alsof er tijdens de geschiedenis van de mensheid altijd revoluties hebben plaatsgevonden. Dat is dus aperte onzin.

Wat betekent vervolgens het begrip ‘keuze’ of ‘geen keuze’ hier?

Maar een belangrijker, want wezenlijke vraag, is wat het begrip ‘landbouweconomie’ betekent, aangezien de ‘economie’ als stelsel en theorie pas door Adam Smith is gemunt en geintroduceerd. Dat begrip hoort dus nadrukkelijk tot de periode van het ‘op weg zijn’ naar de Industriële Revolutie, die de overgang mogelijk maakte van de landbouwsamenleving naar de industriële van de massaproductie, die in de landbouwgemeenschappen niet bestond. Massaproductie werd pas mogelijk door de hoogbouw die kon ontstaan en door stoomfabrieken die toen voor het eerst gebouwd werden. Ook de stoomtreinen werden toen geïntroduceerd. Ik heb tijdens het college sociale en economische geschiedenis van prof. dr D(ik) van Arkel geleerd dat eerdere fundamentele ontdekkingen of uitvindingen zoals de ons bekende boekdrukkunst bij toeval werden gedaan door monniken die schrijvend ontdekten, dat als je een ijzeren drukletter op zand gooit, je een afdruk van die letter ziet. Maar andere voorbeelden van toevallige uitvindingen waren het wiel (in het oude Egypte) en het zadel dat de ruiters als soldaten mogelijk maakten en daarmee legers en geografische veroveringen. Al deze basisontdekkingen worden door Varoufakis niet genoemd of beschreven (maar wel Aboriginals!) en dat kan te maken hebben met dit ‘kinderboek’, maar dan moet hij niet gaan schermen met ‘technologische revoluties’, want ook een te zwaar woord voor een jong kind.

# Hier moet je op twee dingen letten. Ten eerste kun je met jacht, vissen en het verzamelen van noten en vruchten moeilijk een overschot creëren, omdat vissen, hazen en bananen na een tijdje gaan bederven en rotten. Dit in tegenstelling tot koren, mais, rijst en gerst, die je kunt bewaren. Ten tweede de mogelijkheid van de productie van een landbouwoverschot de volgende wonderen voor de maatschappij tot gevolg: schrift, schuld, geld, staten. Legers, geestelijkheid, bureaucratie, technologie, en zelfs de eerste vorm van biochemische oorlogvoering. Laten we ze een voor een bekijken…’

Hier worden ook weer voor het gemak alle mogelijke maatschappelijke ontwikkelingsprocessen door elkaar gegooid. Van landbouwoverschotten was eerder door de hele menselijke geschiedenis sprake, maar de auteur noemt die andere beschavingen niet. Dus heeft het er veel van weg dat iedere grote aardse beschaving een eigen evolutie heeft meegemaakt en gekend. Dit ondergraaft het betoog van Varoufakis. Maar ook kan onder landbouwoverschotten pas gesproken als sprake is van een georganiseerde en gestructureerde samenleving zoals de klassieke Egyptische van de farao’s, maar helaas zijn die structuren niet meer te onderzoeken en verklaren omdat de gegevens of data eenvoudigweg ontbreken, hoe de archeologie ook zijn best doet. En niemand zou willen beweren dat de Egyptische tijdperken, ondanks de bouwtechnische hoogstandjes van toen hoogontwikkelde en technologisch hoogstaande culturen en beschavingen waren (vergelijkbaar met de Griekse en Romeinse?). Toch kwamen ze tot zeer bijzondere bouwwerken, die wij hen niet nadoen. Daarvan was overigens ook sprake in het oude Mesopotamië.

Maar beter toetsbaar: wijlen Van Arkel stelde dat de bureaucratie als westers fenomeen pas door Alexander de Grote is ingevoerd, om daarmee zijn voor die tijd immens grote rijk goed te kunnen organiseren en te besturen. Bureaucratie is dus een technisch fenomeen dat alleen nodig was om expansiedrift beheersbaar te kunnen maken.

(wordt vervolgd)

Deze serie teksten zullen aan ter beoordeling en controle worden voorgelegd aan de opvolger van prof. van Arkel.

[1] Voorgaande zin: ‘Mensen leerden de grond alleen maar te bewerken omdat ze honger hadden [of gewoon moesten eten; later werd belasting geheven op de grondopbrengst door de kasteelheer]. Dankzij hun slimme manier van jagen hadden ze de meeste beesten uitgeroeid, en omdat ze in getal zo waren toegenomen, groeiden er aan de bomen onvoldoende vruchten voor iedereen. Honger dwong de mens ertoe technieken te bedenken om de grond te bewerken. [of deze zinnen waar zijn moet aan specialisten worden gevraagd]

[2] Denk aan de graanschuren in Egypte uit het oude testament.

Advertisements