Tags

,

We hebben een nieuwe taal nodig (Erica Meijers, de Helling, nr 2 zomer 2015, pp.21 e.v.)

In welke wereld doet de politieke kunstenaar zijn werk? Sociologe Saskia Sassen sprak tijdens de eerste Life Hack van het kunstobject Hacking Habitat. Haar thema voor deze avond: onzichtbaarheid. Haar sleutelwoorden: uitbanning, complexiteit en geweld in de globale economie.

‘Vandaag zien we de scherpe randen van het systeem almaar toenemen. Onder een scherpe rand versta ik het moment dat gewone, vertrouwde situaties extreme trekken aannemen. Zo extreem dat de middelen waarmee we gewoonlijk de toestand van onze samenleving meten, ze niet meer waarnemen. Ze vallen buiten de categorieën van onze statistieken.

‘In die zin worden ze onzichtbaar. Neem bijvoorbeeld de mededeling van het IMF en de ECB in januari 2013, dat het met Griekenland weer de goede kant opging. Hoe kwamen ze daarbij? Ze gingen af op cijfers over winst van bedrijven, export enzovoort, maar in hun metingen kwam zo’n dertig procent van de Griekse werkende bevolking helemaal niet voor, al die kleine bedrijfjes wiens eigenaren zelfmoord gepleegd hadden, of formeel bankroet waren. Dat verdwijningsproces uit de cijfers noem ik we economische zuivering, naar analogie van etnische zuivering. Die blijven buiten beeld als je alleen spreekt van crisis en ongelijkheid. Ook de enorme vernietiging van het milieu wordt meestal niet meegeteld bij dit soort economische rapporten. Al die plaatsen die we geheel hebben uitgeput, waardoor ze in feite dood zijn. We zouden kaarten moeten ophangen in de kleuterscholen, al die plekken aanwijzen en zeggen: ‘Kijk kinderen, dat hebben pappa en mamma gedaan!’ De ironie is natuurlijk dat de meeste van ons op prachtige plekken wonen. Ik liep vandaag door Utrecht en ik denk dat het mooier is dan het in eeuwen is geweest. Dat soort dingen draagt ook bij aan de onzichtbaarheid.”

Hoe verhoudt zich die onzichtbaarheid tot de globalisering?

“De idee van globalisering suggereert het tegenovergestelde, namelijk dat iedereen met elkaar verbonden is. Het geeft individuen toegang tot een veel grotere zone dan voorheen, fysiek, digitaal, door reizen en toerisme. In werkelijkheid is er minder ruimte beschikbaar: minder land waar voedsel op kan worden verbouwd, minder schoon water, minder lucht om in te ademen.

Ondanks globalisering gaan we nog uit van landsgrenzen als markering van ons gebied, maar het gebied van de meeste naties is gekrompen. In veel landen zijn hele delen niet meer bruikbaar, bijvoorbeeld door milieuschade. Maar je ziet ook in de steden: denk aan al die wijken die verlaten zijn doordat mensen uit hun huis gezet zijn omdat ze de hypotheek niet meer konden betalen. Niemand komt daar meer. En de mensen die het betreft hebben geen waarde meer als consument, die hebben dus economisch ook afgedaan. Bovendien wordt consumptie steeds minder belangrijk bij het produceren van economische waarde; heel veel mensen worden daardoor economisch afgeschreven en daardoor in veel metingen onzichtbaar.

‘Een ander element is dat onze regeringen armer zijn geworden en over minder middelen beschikken om aan deze situatie iets te doen. Veel van het gemeenschapsgeld is naar de private sector overgeheveld. En multinationale bedrijven die veel schade aanrichten, zijn extreem rijk en gaan onbelemmerd hun gang.’

Conclusie: deze tekst van wetenschapper Sassen spreekt voor zichzelf. Dit nieuws dringt nauwelijks door in de maatschappij en daarom is het belangrijk dat het tijdschrift voor politiek en cultuur de Helling (GL), hieraan aandacht heeft besteed.

Advertisements