Tags

, ,

Politieke zuiverheid pakt in Griekenland snel destructief uit (Jule Hinrichs, Economie & Politiek/fd, 29 juni)

Waar ultralinks binnen Syriza niet veel op heeft met Europa, heeft de Griekse kiezer dat wel

‘De harde beloftes die de partij voor de verkiezingen van eind januari aan de burgers deed, mochten niet geschonden worden. Nu dat toch dreigde, heeft Tsipras de consequentie getrokken en een referendum uitgeschreven.

Clièntelisme

‘In Tsipras’ optiek is hier de ‘zuiverheid’ van de politiek in het geding, en die staat sinds enkele jaren bij een flink deel van de Griekse politici hoog in het vaandel. Zij willen afstand nemen van het clièntelisme en de corruptie die de Griekse politieke mores decennia lang hebben vervuild. De in 2009 als premier aangetreden George Papandreou heeft zich ingezet voor verandering van de politieke cultuur. Hij probeerde dit van binnenuit in de sociaaldemocratische partij Pasok die nota bene is opgericht door zijn eigen vader Andreas, zo ongeveer de hogepriester van het clièntelisme.’

Vanwege het lidmaatschap van Griekenland van de EU en helemaal sinds de acute Griekse crisis sinds dit afgelopen weekend, is het in belang van de EU belangrijk wat de inhoud betekent van de ‘politieke zuiverheid’. Je kunt hiermee namelijk twee kanten uit.

In de eerste plaats gaan we mee in de betekenis van de regering-Tsipras, namelijk dat ‘harde’ beloften tijdens de verkiezingscampagne niet gebroken mochten worden. nu dat toch dreigt voelt Tsipras zich gelegitimeerd na vijf maanden onderhandelen een referendum uit te schrijven. Na de tweede opmerking gaan we op deze punten in technische zin in.

In de tweede plaats gaan stellen we hiertegenover de Nederlands staatsrechtelijke opvatting dat politieke zuiverheid in de eerste plaats met zuivere argumenten en dat betekent in dit geval staatsrechtelijk zuivere argumenten, die dus nu ook Europees geagendeerd moeten worden omdat we anders tot Sint Juttemis met dit probleem blijven worstelen.

Ad. 1: De beloften die Syriza tijdens de verkiezingscampagne aan het electoraat heeft gedaan, waren technisch onuitvoerbare beloften en dat is een redelijk veel voorkomend gebruik in westerse democratieën. Maar het is ook populistisch en in mijn definitie van populisme als het napraten van de wensen van de bevolking, ook al zijn daar technisch grote vraagtekens bij te plaatsen, overnemen. In de Griekse situatie ‘afstand nemen van het clièntelisme’ en ‘corruptie die de Griekse politieke mores’. Syriza heeft daarin ethisch volkomen gelijk, maar in juridische zin niet aangezien je niet zomaar afstand kunt nemen van internationale verdragen die door voorgaande regeringen zijn vastgesteld. In dat geval had de regering-Syriza een andere route moeten nemen, namelijk eerst onderhandelen hoe dit ‘politieke dilemma’ opgelost moet worden in de bestaande internationale gremia. Als gebleken zou zijn dat hierover überhaupt niet onderhandeld kan worden dan alleen in de fijne marges van betrokken afspraken, dan had dat inzicht voorgelegd moeten worden aan datzelfde electoraat. Ik geef toe dat deze redeneringen in minder ontwikkelde democratieën moeilijk uitvoerbaar is, want dat lukt in premoderne staten gewoonweg niet. Maar omdat er geen precedenten bestaan, dient het nu wel geagendeerd te worden op het politieke niveau.

Als dat immers niet gebeurt, is zichtbaar wat in alle Europese lidstaten wél gebeurt: de opkomst van populistische partijen die anti-EU zijn en erg sceptisch zijn over de toekomst van de EU. Dit probleem en dilemma is nooit ter discussie gesteld aangezien onze politieke leiders van mening waren dat er maar niet hardop over Europa gesproken diende te worden om niet met alle bezwaren geconfronteerd te worden. dit thema gold decennia als een taboe en nu zijn de gevolgen erg zichtbaar geworden.

Allemaal angsthazen in de politiek dus, van links tot rechts en door de hele unie heen. Alleen vanwege dit politiek-psychologische gedrag heeft Wilders zijn opmars kunnen maken omdat hij nooit afdoende is tegengesproken en er groeiende angst ontstond onder zijn politieke concurrenten, en met name binnen de VVD-top, zodat de kwaliteit van het liberalisme sterk ter discussie kwam te staan.

De conclusie van dit dilemma is dat we inderdaad naar ‘politieke zuiverheid’ moeten streven, maar dan inderdaad door alle vormen van clièntelisme en corruptie uit te schakelen en alleen ‘staat(recht)kundige’ argumenten zuiver in te zetten. Dat Syriza zich afzet tegen corrupte politici in het verleden geeft hen niet het recht om daarmee ook dwars tegen allerlei verdragen en gemaakte afspraken in te gaan, want dat is juridisch onhoudbaar. Als het verkiezingsprogramma van Syriza aan het Hof van Justitie in Straatsburg zou zijn voorgelegd, dan luidde de uitspraak of het vonnis dat er sprake is van tegenstrijdige opvattingen, en was het gedaagde Griekenlans onverrichterzake naar huis gestuurd. Kortom, Tsipras had die strijd voor de rechter verloren.

Daarom valt het te verklaren dat de eurogroep en de Commissie, maar ook de Europese Raad (van regeringsleiders) ervan uitgingen dat de Griekse regering op het allerlaatste moment, en zelfs in de laatste seconde, net vóór dinsdagavond als de deadline IMF afloopt, overstag zou gaan. Zodat met die stap de eigen publieke Bühne hiermee bediend zou (kunnen) worden, maar deze verwachtingen bleken ongegrond. De Griekse regering heeft dus de EU gewoon belazerd; misleid. Er is een spelletje (van pappen en nathouden) gespeeld door een stel politieke nieuwelingen, die het aanzien van Griekenland heeft geschaad. Een andere conclusie is niet mogelijk.

Conclusie: er moet op Europees niveau worden uitgevochten wat politieke zuiverheid betekent opdat politieke emoties buiten de deur kunnen worden gehouden. Met emoties gaat de EU gegarandeerd het schip in want alleen met technisch ‘zuiver’ management valt de EU te redden. Rationaliteit dient de doorslag te geven en het gevoelsleven te sturen. Niet andersom. Dat is immers de basis van de Europese en Griekse beschaving.

Advertisements