Tags

,

hfd 3 Waarom zoveel ongelijkheid?

#14# Waarom zijn de Aboriginalstrijders niet in Dover aan land gegaan om tijdens een snelle opmars naar Londen iedere Engelsman die zich verzette om te brengen? Ik durf te wedden dat op jouw school geen enkele leraar zelfs maar heeft durven nadenken over deze vraag. En toch is die vraag belangrijk. Als we hem niet uitvoerig [sic!] beantwoorden, lopen we het risico dat we er zonder meer van uitgaan dat Europeanen intelligenter zijn en meer in hun mars hebben. De tegenovergestelde redenering, dat de Aboriginals betere mensen en dus niet een zelfde soort meedogenloze kolonialen waren, overtuigt evenmin. Die zou alleen geldig zijn als ze zeewaardige schepen hadden gebouwd, de wapens en macht hadden verworven om de Engelse kusten te bereiken, het Engelse leger op de vlucht hadden gejaagd, maar er desondanks voor hadden gekozen de Engelsen niet te onderwerpen, maar ze hun land in Sussex, Surrey en Kent te laten behouden.

‘Dus blijft de vraag: waarom is er zulke ongelijkheid tussen volkeren? Zijn sommige volken slimmer dan andere? Of is er iets anders, iets wat niets te maken heeft met afstamming of het DNA van mensen, dat verklaart waarom je in de straten van de stad waar je woont nooit de armoede hebt gezien die je waarnam toen je rondwandelde in Thailand?’

Deze vraag die een antwoord zou moeten geven op de probleemstelling waarom er zoveel ongelijkheid bestaat, lijkt te worden gezocht op een erg vreemde manier, namelijk door Engelsen te vergelijken met Aboriginals. Het hadden dus net zo goed Eskimo’s of Maya’s kunnen zijn. ook als inleidende opmerkingen over het raadsel van de ongelijkheid onder de mensen een raadselachtige aanpak. Niemand zou hierop komen om zo’n openingsalinea te verzinnen. Of wordt er een poging gedaan om Darwins evolutietheorie te introduceren?

#14a# Markten, iets anders dan economie In de maatschappij waarin je opgroeit heerst de foutieve opvatting dat economie gelijk is aan ‘de markt’. Wat zijn markten precies? Markten zijn het domein van ruil. In de supermarkt vullen we ons karretje met producten en die ‘ruilen’ we voor geld; het geld wordt daarna weer geruild voor andere producten door degene die het geld int (de eigenaar van de supermarkt, de werknemer van de supermarkt, die betaald wordt van het geld dat wij aan de kassa betalen, enzovoort). Als er geen geld bestond, zouden we de verkoper andere goederen in ruil hebben gegeven. Een markt is dus een plek waar geruild wordt. In onze tijd kan het zelf een digitale plek zijn, bijvoorbeeld als je me vraagt apps van iTunes voor je te kopen of boeken bij Amazon.

‘Dit betekent dat er al markten waren in de tijd dat we nog in bomen leefden, voordat we de landbouwproductie hadden ontdekt. ‘

Dit laatste is niet waar. In de tijd dat we nog in bomen leefden als primitieve soort mensapen, bestond er nog geen gemeenschap van mensen en waren we nog individuele kleine familiestammen die met elkaar de jacht of visvangst benutten om in het eten voor het gezin te kunnen voorzien. Plantaardig voedsel deed de rest, met name kleine indianengemeenschappen in het Amazone gebied, dus in de oerwouden, bestonden deze leefgemeenschappen zonder ruilmiddelen, want die waren nog niet nodig. Ruilmiddelen ontstond pas in gespecialiseerde leefgemeenschappen die producten met elkaar moesten ruilen die moeilijk op waarde waren in te schatten. Ruilmarkten zijn dus een uiting van een geciviliseerde samenleving, op dorpsniveau of een kasteelomgeving, waarin je werd beschermd door de kasteelheer. Hier slaat Varoufakis dus aan het fantaseren. En zijn fantasie heeft hij ook gebruikt en ingezet voor zijn rol als speltheoreticus. Het vervolg op de laatste zin volgt:

‘Als een van onze voorouders een ander een banaan aanbood en daarvoor een appel terugvroeg, was dat evengoed een vorm van ruil; een niet-ontwikkelde markt waar de prijs van een appel een banaan was en omgekeerd. Voor het creëren van een echte markt was nog iets anders nodig: we moesten gaan produceren, in plaats van alleen maar op besten te jagen, vissen te vangen en bananen te verzamelen.’

Deze slotalinea van ‘Markten iets anders dan economie’ is ook niet overtuigend. Het verschil tussen leefomstandigheden van de primitieve jagers en visvangers en natuurproducten en van markten is dat deze laatste per definitie bestond uit ontwikkelde samenlevingsvormen zoals landbouw, en dus gecultiveerde productie, waar je tegenwoordig moestuinen onder kunt verstaan. Landbouw bedrijven vereiste al een kennis en kunde van zaaitechniek vanuit overerving van generatie op generatie. De Middeleeuwen kunnen als praktisch voorbeeld genoemd worden van een premoderne samenleving op dorpsniveau. Ieder drop was een zelfstandige leefgemeenschap, waarin die producten werden opgebracht waar iedere gemeenschapsmens van kon leven. Pas in deze evolutionaire vorm is geld tot ontwikkeling gekomen, zoals de Romeinse munten.

Advertisements