Tags

, , ,

Op basis van oude krantartikelen kan gemakkelijk een lijst worden samengesteld van thema’s die geschikt zijn om crisismaatregelen van de afgelopen jaren te evalueren. Wat is er in ieder geval niet goed gegaan en wat dient dus ‘hersteld’, dan wel aangepast te worden wil er geen sprake zijn van onjuiste saneringen? Hierbij een eerste voorbeeld.

Moeten we onze ouders weer in huis nemen? (Anton van Kempen, Forum/de Volkskrant, 31 juli 2009) Deze tekst kan niet op de zoekfunctie van de Volkskrantsite worden teruggevonden en daarom een aantal samenvattende citaten.

Straks hebben we geen zorgcentra meer, schrijft Anton van Kempen. Het vastgoedbeleid in de ouderenzorg loopt hopeloos vast. Tijd om de noodklok te luiden.

‘In 2005 kondigde de overheid aan dat rente en afschrijving op investeringen in nieuwbouw of renovatie van verzorgings- en verpleeghuizen, niet meer automatisch zouden worden vergoed. Er zou een relatie worden gelegd met de feitelijk geleverde hoeveelheid zorg. Minder bewoners, dan ook een lagere vergoeding. Dit nieuwe stelsel moet zorginstellingen stimuleren verzorgings- en verpleeghuizen te bouwen, die aansluiten bij markt en behoefte.

‘Een goed uitgangspunt. Maar al vier jaar lang kan de staatssecretaris van VWS niet aangeven welke vergoedingen straks gelden. De beoogde systeemwijziging is dermate ingewikkeld dat ambtenaren er niet meer uitkomen.

‘Als gevolg daarvan ligt de ontwikkeling voor nieuwe zorgcentra zo goed als stil. Zorgaanbieders wachten af. Het College bouw zorginstellingen dat de taak had plannen te toetsen op kosten en kwaliteit, is inmiddels afgeschaft. De sector tast in het duister. De Tweede Kamer was toegezegd dat medio 2009 duidelijkheid gegeven zou worden. De langverwachte brief kreeg de Kamer één dag voor het reces. De titel van de brief is veelzeggend: ‘Een tussenstand.’

‘in de brief wordt slechts aangegeven waar de sector minimaal op kan rekenen. Welnu: één ding is duidelijk. De in de brief opgenomen vergoedingen zijn volstrekt onvoldoende. Daar komt bij dat de brief geen uitspraak doet over de vraag of de nieuwe normen ook gelden voor bestaande verzorgings- en verpleegtehuizen, want dat zou nog enig soelaas bieden. De rente- en afschrijving op de bestaande bouw zijn relatief laag. De meeropbrengsten op deze huizen zouden kunnen worden aangewend om de tekorten op nieuwbouw te dekken.

‘De vergrijzing neemt toe. Het aantal ouderen dat kan steunen op meerdere kinderen, neemt snel af. De vereenzaming onder ouderen wordt steeds groter. Dementie wordt volksziekte nummer 1, maar bouwen voor ouderen, die vroeger of later intensieve zorg nodig hebben, doen we niet meer. Waar kunnen we straks, als kinderen, onze vader of moeder nog met een gerust hart laten wonen en verzorgen? Zelf in huis nemen? Willen we terug naar de tijd van weleer?

‘Het wordt tijd om de alarmklok te luiden. De meeste verzorgings- en verpleegtehuizen dateren uit de jaren zeventig. Ze zijn functioneel en meestal ook bouwkundig in slechte staat en toe aan vervanging. Bij vervangende nieuwbouw zijn er vele vraagstukken op te lossen. De praktijk is, ook los van onduidelijke regelgeving, al weerbarstig genoeg. Zo is er het vraagstuk van de tijdelijke huisvesting: waar laten we de huidige bewoners tijdens de vervangende nieuwbouw?

Hoe betalen we de te realiseren parkeerplekken? Gemeenten leggen vaak extreem hoge parkeernormen op. In veel gevallen dwingt dit tot ondergrondse parkeeroplossingen en die zijn onbetaalbaar. Immers, de AWBZ betaalt verpleegplaatsen en verzorgingsplaatsen, maar geen parkeerplaatsen. Ook het aantrekken van leningen wordt steeds lastiger. Banken stellen in deze tijd van de kredietcrisis, steeds hogere eisen aan de liquiditeits- en solvabiliteitspositie van zorginstellingen.

‘Een groter wordend vraagstuk is het feit dat woningcorporaties, die vaak als partner van zorginstellingen fungeren, steeds minder bereid zijn om ‘onrendabel’ te investeren in zorgvastgoed. De Woningwet geeft weliswaar aan dat zij prestaties moeten leveren op het terrein van wonen met zorg, maar zij beschouwen zorgvastgoed als incourant en rekenen steeds vaker een hoger risico-opslag.

‘Tenslotte wordt steeds duidelijker dat kleinschalig wonen (een speerpunt van beleid van dezelfde staatssecretaris[1]) zo goed als onmogelijk wordt gemaakt. Als ideale groepsgrootte voor kwalitatief goede zorg aan demente bejaarden, geldt een groep van zes bewoners. De bezuinigingen op de zorgtarieven maken dat 24-uurstoezicht en ondersteuning alleen nog maar betaalbaar is voor groepen van acht bewoners. Alle ontwikkelde plannen zijn dus al weer achterhaald en moeten worden herzien.’

Weliswaar is dit artikel inmiddels zes jaar oud en zal er veel veranderd zijn, maar zeker is ook dat de saneringen in de huidige kabinetsperiode bepaald zwaarder hebben gedrukt op deze zorgsector. Niet voor niets dat de huidige Staats Van Rijn zoveel hinder heeft ondervonden met het PGB-budget en het belasten van de SVB met deze opdracht. Zulke opdrachten blijken in een kort tijdsbestek – noodzakelijk om de boeteclausules vanuit Brussel te vermijden – onmogelijk te realiseren. Daar is zelfs ‘technocraat’ Van Rijn achtergekomen.

Los van alle veranderingen die inmiddels hebben plaatsgevonden, biedt deze (en andere volgende) tekst voldoende aanknopingspunten om Algemene Politieke Beschouwingen mee te vullen, maar wel pas nadat de eurocrisis definitief tot een einde is gebracht. Volgend jaar?

Mocht dat einde van de (euro)crisis namelijk niet aan de orde zijn – en dat kan als er weer een andere crisis is uitgebroken, zodat er wederom nieuwe crisismaatregelen genomen moeten worden – de ruimte om te evalueren sterk beperkt is aangezien de verschillende departementen op leven en dood gaan strijden wie de (magere) herstelbudgetten worden toegekend. Er zal hoe dan ook ooit moeten worden geëvalueerd om na te kunnen trekken waar onvermijdelijke ‘gaten’ zijn gevallen in het beschavingspeil van onze samenleving. Daarom draait uiteindelijk alles om. Het gaat niet aan dat een rijk land als het onze deze gaten laat zitten. er zullen dus ook nieuwe beschavingsnormen moeten worden vastgesteld, waarvoor een breed draagvlak nodig is. Anders kan het parlement beter worden opgeheven als er geen controle op de regering meer mogelijk is.

[1] mw. dr. M. Bussemaker (tot 23 februari 2010) [bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Ministerie_van_Volksgezondheid,_Welzijn_en_Sport%5D

Advertisements