Tags

, ,

Het postmoderne Europa redt het niet tegen de groeiende dreiging van de premoderne wereld, vindt ook Jeanine Hennis (Ko Colijn, De wereld/Vrij Nederland, 20 juni)

Robert Cooper: The Breaking of Nations (12 jaar geleden gepubliceerd)

Als de 21ste eeuwse chaos van twee kanten komt, is een imperialisme 2.0 een vergissing

‘Daar is eerst de premoderne wereld, bestaande uit gebieden waar chaos heerst, de staat niet (meer) de centrale autoriteit is en zeker geen geweldsmonopolie heeft. Criminaliteit, corruptie, elkaar bestrijdende milities maken van deze gebieden aantrekkelijke vestigingsplaatsen voor terroristen en uitvalsbases voor gevaren en vluchtelingen naar gezegender streken.

‘Coopers tweede wereld is de moderne wereld van staten. Die hebben zich sinds hun geboorte bij de vrede van Westfalen (1648) tot verschillende, maar in elk geval ordelijke en soevereine organisaties ontwikkeld. China, de VS, Rusland, India en veel andere staten opereren in deze ‘zone’. Ze hebben door hun bestuurlijke kracht, een ferme dosis nationalisme en hun beschikking over hard power de kans en wil om hun stempel op de wereldorde te drukken. Dat lukt de een beter dan de ander; het is Amerika tot nu toe het beste gelukt om politieagent van de wereld te zijn, maar het kost steeds meer moeite om zich de anderen van het lijf te houden. Het gaat om hegemonie, controle over het systeem, geredeneerd vanuit strakke nationale belangen.

‘Coopers derde wereld is die van de postmoderne staten. Daar wonen wij, Nederlanders en andere Europeanen. In de EU zijn we versmolten geraakt, poolen bevoegdheden met elkaar, denken niet vanuit nationale maar gedeelde belangen, zien niks in oorlog voeren of dreigdiplomatie om de boze buitenwereld te controleren, en als het niet anders kan, doen we dat bij voorkeur door het inzetten van soft power, zoals markttoegang, voetbal of studiebeurzen.

‘Twaalf jaar geleden schreef Cooper dat het postmoderne Europa het niet zou redden tegen de groeiende dreiging van de premoderne wereld. Misschien wel meer dan toen is Jeanine Hennis het daarmee eens, en nu wil ze dringend dat Europa wat minder postmodern wordt en wat meer modern. (…)’

De beschrijving van Coopers derde wereld van postmoderne staten, waar hij kennelijk alleen de EU onder rangschikt, maakt duidelijk dat er een kloof bestaat tussen zijn beschrijving van eenheid door ‘versmoltenheid, poolen van bevoegdheden, en het denken in gedeelte belangen in plaats van nationale belangen’, en de praktische realiteit van elke dag binnen de EU, want die gesuggereerde eenheid bestaat in het geheel niet. Er bestaat binnen de EU, en dat niet alleen wegens de chaos in Griekenland, op alle fronten ruzie en gebrek aan overeenstemming op welk dossier dan ook.

Kortom, de EU hoort binnen het door Cooper gestelde kader van de wereldorde, gewoon nog tot de tweede wereld en het zal voorspelbaar nog decennia duren voordat de EU de derde wereld is binnengegaan. Dus hoeven we met die derde wereld tegenover het dreigende gevaren van de eerste wereld vooralsnog geen rekening te houden. De derde wereld is nog een gewone utopie, waar deze wereld nog helemaal niet aan toe is, en al helemaal niet binnen de EU. We moeten als EU eerst orde op zaken stellen op letterlijk alle fronten van de interne markt. Dat blijkt een eindeloos grotere klus dan de oervaders van de Europese Gemeenschap zich konden voorstellen.

Advertisements