Tags

, , , , ,

Hoe robots Nederland veranderen (Petra de Koning en Wouter van Noort, Katern Economie/NRC Handelsblad, 17 juni)

Robotisering

Pas op voor groeiende ongelijkheid in de samenleving, waarschuwen onderzoekers van het Rathenau Instituut die de gevolgen van robotisering onderzochten. „Het gaat niet om de robots, het gaat om ons.”

‘Technologie is niet iets dat mensen overkomt. Gadgets, robots en software worden door onszelf gemaakt, en we beslissen nog altijd zelf hoe we ze gebruiken. Al voelt dat soms misschien anders. Dat mensen niet aan de zijlijn staan bij technologische ontwikkelingen en politici dus keuzes moeten maken – wat voor robotmaatschappij willen we? – is de belangrijkste boodschap van het rapport Werken aan de robotsamenleving van de Haagse denktank Rathenau Instituut. Het is geschreven op verzoek van de Tweede Kamer, op initiatief van D66-Kamerlid Steven van Weyenberg, en vandaag uitgebracht.’

Eindelijk een nuchtere opmerking dat technologie van de robotisering niet iets is dat de mens overkomt, maar dat de mens zelf beslist hoe deze te gebruiken. Het werd tijd voor deze terechte waarneming.

‘De onderzoekers willen dat er meer discussie komt over robots en kunstmatige intelligentie. Die ontwikkelen zich zo snel, dat ze steeds meer werkzaamheden kunnen uitvoeren. Werk dat mensen tot nu toe zelf deden. Zelfscankassa’s vervangen caissières, door automatische spraakherkenning op telefoons zijn er minder telefonistes nodig, de algoritmes van Uber komen in plaats van taxicentralemedewerkers.

Wat zijn de gevolgen van verregaande robotisering? „Niet iedereen is het erover eens dat deze golf van automatisering echt anders is dan alle voorgaande automatiseringsgolven”, zegt onderzoeker Linda Kool. Dat technologie oude banen overbodig maakt en nieuwe banen creëert, is niets nieuws. „Maar een groeiend aantal wetenschappers denkt dat het dit keer wel degelijk anders is, dat het sneller gaat.” De onderzoekers noemen mogelijkheden voor nieuw beleid.

Oppassen voor ongelijkheid

Waarschuwingen over groeiende ongelijkheid zijn in de mode, denk alleen maar aan de discussie die de Franse econoom Thomas Piketty afgelopen jaren veroorzaakte met zijn boek Kapitaal in de 21e eeuw.

‘Ook in het debat over robotisering speelt grotere ongelijkheid een belangrijke rol. Dat komt vooral door de bijdrage van de Amerikaanse hoogleraren Erik Brynjolfsson en Andrew McAfee. In hun boek The Second Machine Age dat begin vorig jaar uitkwam, waarschuwen ze voor een tweedeling tussen mensen die werk doen dat niet door robots gedaan kan worden, en werknemers die werk doen dat wel makkelijk te automatiseren is.

‘De onderzoekers delen die zorg en waarschuwen voor de gevolgen. „Baanpolarisatie is iets waar de wetenschap het over eens is”, zegt Kool. Met baanpolarisatie wordt bedoeld: door automatisering blijven er banen over voor hoog- en voor laagopgeleiden, maar verdwijnen juist banen op middelbaar niveau. „Die middengroep komt niet per se zonder werk, maar die mensen moeten doorstromen naar sectoren waar wel werk is.”

Het doorstromen geldt natuurlijk voor de huidige generatie op de arbeidsmarkt, aangezien er inmiddels al twee generaties opgegroeid zijn met de wereld van computertechnologie en deze ook makkelijker herplaatsbaar zijn dan vroeger het geval is. Het onderwijs wordt dus ook steeds meer gecomputeriseerd:

Doe meer aan onderwijs

‘Een belangrijke manier om mensen voor te bereiden is scholing. „Mensen moeten leren meegaan met nieuwe technologie. Dat gaat van leren hoe 3D-printen gaat, tot dingen waar juist mensen heel goed in zijn vergeleken met computers: creativiteit, communicatie, leren hóe je leert. Daarvoor zou meer aandacht moeten komen,” zegt Kool. „Doorhebben dat je ergens niet meer effectief in bent, en dan stappen nemen om te veranderen.”

‘Ook de Amerikaanse hoogleraren Brynjolfsson en McAfee benadrukken dat mensen zich moeten concentreren op vaardigheden waar computers slecht in zijn, om de concurrentie aan te kunnen gaan. Zij noemen creativiteit, persoonlijke zorg en werkzaamheden, waarbij fijne motoriek belangrijk is. Dat kunnen computers voorlopig niet, denken ze.

Meer maatschappelijke discussie

„Waar we vanaf moeten is technologiedeterminisme”, zegt Kool. „Dat is de houding van: de technologie die komt er aan, en help! we kunnen er niks meer aan doen. Technologie biedt veel ruimte om te handelen. Dan kun je dus ook nog heel veel sturen.” Daarom pleit het Rathenau Instituut voor een discussie over robotisering waar zoveel mogelijk mensen aan meedoen.’

Inderdaad moeten we af van technologiedeterminisme en het automatisme dat we er niets aan kunnen doen. Dat geldt met name voor de voorgaande blog over Shell in Alaska: ook technologie, maar ingezet op een energiesector die de aarde en de mens beschadigt en dus als oude technologie kan worden bestempeld of aangemerkt. Dat is het verschil tussen de algemene robotisering van de maatschappij zoals in dit rapport beschreven, tegenover de olietechnologie en helemaal de schaliegastechnologie waarbij de bodemgesteldheid simpelweg wordt vernietigd. De oliesector is oude technologie terwijl de robot een fabrieksmatig mechanisme is dat armen heeft om schroeven aan te brengen binnen de voertuigenindustrie (wegverkeer en vliegtuigtechnologie). Zo zijn er ook andere industriële takken zoals de gentechnologie, die wel degelijk ethische bezwaren kunnen oproepen. Er zijn dus vele variaties binnen deze industriële ontwikkelingen die de mens ten goede kunnen komen, maar andere die bezwaarlijk zijn.

De uiteindelijke slotconclusie van dit artikel is juist:

‘En dat is de crux van dit rapport, zegt Peters: „Er is ontzettend veel te winnen met robotisering, als we er maar goed over nadenken.”

Advertisements