Tags

, , ,

‘Structureel staan we er best goed voor’ (Peter de Waard, Ten eerste/de Volkskrant, 13 juni)

Het gaat goed met de economie, constateerden deze week De Nederlandsche Bank en het Centraal Planbureau. Er is weer ruimte om ‘leuke dingen’ te doen. Is de crisis echt voorbij? Twee gerenommeerde economen kijken terug en vooruit.

Is het herstel aan dit kabinet te danken?

‘Je zou kunnen zeggen dat het kabinet de zaak niet van de rails heeft laten lopen. We zijn geen Griekenland geworden. Dijsselbloem en eigenlijk ook al zijn voorganger De Jager hebben budgettair weer orde op zaken gesteld, nadat Wouter Bos een megatekort op de begroting van 6 procent van het bbp had achtergelaten. Maar dat zijn niet de belangrijkste factoren voor het herstel. Dat zijn er twee: de bankenunie en het wisselkoersbeleid van president Draghi van de Europese Centrale Bank.

Het megatekort van Wouter Bos mag niet op zijn conto worden geschreven vanwege alle bankreddingen en de enorme financiële injecties die het begrotingstekort sterk hebben opgedreven. Bos had dus de economische omstandigheden tegen.

Wat hebben die gedaan voor de Nederlandse economie?

‘De bankenunie heeft het vertrouwen in het financiële systeem hersteld. Er is nu uniform toezicht en de banken zijn beter gefinancierd: ze hebben meer eigen vermogen en hangen niet meer aan de rem. (…)

Maar geen kwaad woord over dit kabinet?

‘O ja. Er zijn fouten gemaakt. Neem het arbeidsmarktbeleid. Er is veel te weinig gedaan aan het voorkomen van ontslagen, waardoor de werkloosheid te hoog is opgelopen. (…)

Hier kan de kanttekening worden gemaakt dat er geen begin is gemaakt van denken aan een vervangende industriële capaciteit ter vervanging van de gewone traditionele maakindustrie die natuurlijk met minder afzet te maken krijgt vanwege de bestaande overcapaciteit en de verzadigde markten. Daar heb ik nog te weinig artikelen in de geschreven pers over gelezen.

‘Structureel zal uiteindelijk wel een knoop moeten worden doorgehakt. Het huidige vaste arbeidscontract waar Asscher iedereen terig in wil hebben, is internationaal gezien onhoudbaar geworden. Maar je moet ook niet van iedereen een zzp’er willen maken. Er zal een nieuwe tussenvorm moeten worden bedacht, waar bedrijven mensen aan zich kunnen binden zonder ze in tijden van crisis vol te moeten doorbetalen. Je wilt meer ruimte voor flexibeler tussenvormen, tussen de twee extremen in die we nu hebben. Daar zie ik nog geen ideeën voor. Dat zou Nederland echt een voorsprong geven.’

Hier heeft Van Wijnbergen volledig gelijk. Ons arbeidsmarktbeleid heeft geen enkele relatie met de nieuwe mondiale economische verhoudingen. In dat verband zijn vaste arbeidscontracten een 20e eeuwse uitvinding, maar hoort in de 21e eeuw niet thuis. Het is een kwestie van keuze maken: ofwel iedere werknemer een vast contract of helemaal niemand een. Dit vanwege rechtvaardigheidsoverwegingen maar ook het verstrekken van hypotheken door banken. Ook de cao-traditie van ons land is natuurlijk achterhaald – en daarmee ook de ouderwetse vakcentrales – omdat wij in een hoogtechnologische arbeidsmarkt werkzaam zijn, die niet meer effectief bestuurd kunnen door cao-onderhandelaars.

Het overheidstekort loopt flink terug, maar de staatsschuld loopt nog op. Is het dan tijd om al 5 miljard euro te gaan weggeven?

‘Het gaat meer om het tekort dan het precieze niveau van de schuld en het tekort is drastisch [sic! jw] teruggebracht. Wat de Duitsers doen – het creëren van een begrotingsoverschot om de schuld ook terug te brengen – is neanderthaler-economie [? Neoliberalisme?]. Er is best wat smeerolie voor het structureel verbeteren van de economie. (…)

Hierover heeft iedere econoom zijn eigen opvattingen, die ook sterk uiteen kunnen lopen.

Wat zijn de grootste risico’s voor verder herstel van de economie?

‘Een hoogoplopende rente en een daarmee samenhangende stijgende wisselkoers. (…) De Duitse banken hebben veel van hun reserves nu in hun eigen langlopende staatsobligaties, bunds, ondergebracht. Stel dat de rente nu gaat oplopen van bijna 0 naar 3 procent. Dan worden al hun obligaties zo’n 30 procent minder waard, verdampt hun eigen vermogen en is er zo een enorme bankencrisis.’

Maar staan we er nu structureel beter of slechter voor dan in 2008 en is dit het einde van de zeven magere jaren?

‘Nederland staat er structureel best goed voor, met hogere rentes zijn onze pensioenfondsen weer uit de problemen, met de banken gaat het veel beter en alle hervormingen van de afgelopen decennia inclusief de eindspurt van dit kabinet hebben structureel veel verbeterd. Nederland begint nu aan een breed gedragen herstel, ik verwacht wel een einde aan de magere jaren, ja.’

Uit deze laatste opmerkingen kan worden afgeleid dat deze ideologisch onmogelijke coalitie VVD/PvdA eigenlijk de best denkbare constructie is geweest om niet te vervallen in de traditionele rechtse (of linkse) opties, omdat die gegarandeerd met minder logische en meer polariserende voorstellen waren gekomen dan het huidige ‘kleurloze’ of ‘visieloze’ kabinet Rutte 2. Een blessing in disguise dus. Om die reden kan nu ook al voorspeld worden dat welke partijen in de komende jaren ook groeien, het nieuwe kabinet qualitate qua bestaat uit de twee, drie, vier of vijf ‘grootste’ partijen van ons land, zonder dat nog gekeken kan worden naar politieke kleur van deze ‘grootste’ winnaars. Dat is namelijk de logische resultante van een ‘blijvend’ politiek versplinterd land. Anders moet gesproken worden ‘winnaars’ in een minder versplinterd land, met een electoraat dat echter strategisch gekozen heeft. De twee winnaars 1 en 2 zijn traditioneel de politieke antagonisten. De vraag is dus alleen wie tegenover Rutte komt te staan. Gaat de SP van Roemer zich herstellen vergeleken bij de nederlaag van 2012, of blijkt Samsom wederom de betere campaigner?

Advertisements