Tags

, , , ,

‘Kabinetsbeleid heeft weinig van doen met groei’ (Peter de Waard, Ten eerste/de Volkskrant, 13 juni)

Het gaat goed met de economie, constateerden deze week De Nederlandsche Bank en het Centraal Planbureau. Er is weer ruimte om ‘leuke dingen’ te doen. Is de crisis echt voorbij? Twee gerenommeerde economen kijken terug en vooruit.

Is het herstel van nu te danken aan het kabinetsbeleid?

‘Nee. De hervormingen die het kabinet heeft doorgevoerd of aan het doorvoeren is, zoals de aanpassing van het ontslagbeleid, hebben uitsluitend gevolg voor het toekomstig groeipotentieel, niet voor het huidige herstel. Zoals De Nederlandsche Bank opmerkte, beïnvloeden die de toekomstige groei van 1,25 procent. Dus met kabinetsbeleid heeft dat weinig te maken.’

Het herstel komt natuurlijk door de mondiale concurrentieverhoudingen wereldwijd, aangezien het EU-voorschriften (EMU) een vertragende werking hebben gehad vanwege de dubbele bezuinigingen in zowel de private als publieke sectoren. Maar de export is door goedkopere producten sterker geworden en de concurrentiekracht verstevigd. Maar zonder een politieke evaluatie van dit crisisbeleid komt het gevoerde beleid neer op neoliberaal beleid pur sang omdat alleen maar naar het huishoudboekje wordt gekeken en niet naar de sociale gevolgen van dat beleid. Er dient dus noodzakelijkerwijs een evaluatie plaats te vinden en waar onrechtvaardigheden kunnen worden gesignaleerd, dienen die hersteld te worden.

‘De macro-economie is een reeks van radertjes die zichzelf versterken als ze dezelfde kant opdraaien. Maar als een van die radertjes stokt, zoals de huizenmarkt, stokken ze allemaal en ontstaat een spiraal naar beneden. Nu zijn we op een keerpunt gekomen. De huizenmarkt heeft weer vaste voet aan de grond gekregen en de problemen rond de pensioenen zijn van de voorpagina verdwenen. Het consumentenvertrouwen herstelt zich en daardoor ook de investeringen.’

Hier wordt duidelijk uitgelegd dat de verwevenheid van alle mondiale economieën zo sterk te geworden dat alles met elkaar verband houdt en dat er sprake is van een economische dominostenentheorie. En hiermee wordt door de politiek geen rekening gehouden. Ieder economisch debat in de politieke arena dient dus vergezeld te gaan door nationale verbanden met de wereldwijde omgeving.

‘Een overgewaardeerde huizenmarkt werd tijdelijk gestut door nog meer mensen dure huizen te laten kopen.’

Hier doet zich het verband voor van meso-economische verbanden met de macro-economie. Daar houden in dit geval de banken geen enkele rekening mee aangezien het primair geldt om het maken van winst en dat is een basisgegeven en –doelstelling.

Is het hele herstel niet te danken aan factoren van buiten: lage olieprijs, lage rente en lage eurokoers?

‘Dat is een duwtje in de rug. Maar niet de oorzaak. Als de rente en de koers van de euro weer oplopen – en met de rente zal dat zeker gebeuren – zal de economie niet instorten. Zo werkt dat niet. Als een sterke economie, zoals Nederland, haar pad weer heeft gevonden, kan die tegen een stootje.

Er is ineens weer ruimte op de begroting. 5 miljard euro om weg te geven, terwijl de staatsschuld nog oploopt.

‘Optimisme is gevaarlijk omdat het aanstekelijk werkt. Het leidt tot een onuitroeibare drang om extra te stimuleren. Als iedereen roept dat er veel mogelijk is, kan dat zeker bij de huidige rente leiden tot nieuwe bubbels. Als er ruimte is, moet die worden besteed aan het versterken van het groeipotentieel van Nederland. Belastingherziening kan een goede zaak zijn. de collectieve lastendruk is nu hoger dan in 2008.

Conclusie: De hier genoemde factoren en verklaringen dienen in de aanstaande politieke debatten over de economie te worden meegenomen.

Advertisements