Tags

, , ,

Europa is nog niet toe aan de euro (Jan van der Meulen -financieel econoom-, Forum/de Volkskrant, 28 februari 1997)

De kritiek op de EMU richt zich vooral op de macro-economische effecten. De invoering van de euro heeft echter, zo stelt Jan van der Meulen, ook nadelige gevolgen voor het functioneren van de financiële markten.

‘Van het introduceren van één Europese valuta, verwacht ik net als de groep van zeventig economen niet veel goeds. De redenen die de economen daarvoor in hun verklaring aanvoeren (Forum, 13 februari) hebben hoofdzakelijk een algemeen economische achtergrond (werkgelegenheid, monetaire invloed, begrotingstekort, validiteit van de toelatingscriteria).

‘Ik wil daar een aantal redenen aan toevoegen die van meer directe betekenis zijn, in het bijzonder voor de financiële handel.

‘De introductie van de euro ontneemt de financiële markten een aantal essentiële instrumenten om de bestaande economische verschillen tussen landen te waarderen.

‘Het financieel-economische belang van het bestaan van verschillende valuta in Europa is gelegen in het feit dat wisselkoersen een afspiegeling zijn van de economische kracht van een land. Internationale wisselkoersen zijn immers aan elkaar gerelateerd via verschillen in nationale inflatie en nationale rente (de zogenaamde ‘pariteitsrelaties’).

‘Het opheffen van de mogelijkheid deze verschillen te meten en te vertalen in wisselkoersen vermindert de mogelijkheid dat financiële markten hun allocatieve rol spelen.

‘Beleggers zijn al jaren gewend aan het internationaal spreiden van hun beleggingsportefeuilles. Daarbij heeft men te maken met valutarisico’s, zoals om een voorbeeld te noemen, de waardeschommelingen van de lire ten opzichte van de gulden.

‘Een goede belegger maakt gebruik van dergelijke schommelingen door een weldoordachte spreiding van de beleggingen over landen in Europa, gebaseerd op het niveau van het valutarisico. Dit heeft tot gevolg dat dergelijke beleggingsportefeuilles in hoge mate ongevoelig kunnen worden gemaakt voor bestaande valutarisico’s.

‘Deze risicospreiding wordt door de invoering van de euro onmogelijk gemaakt. Een consequentie daarvan is dat internationale beleggers in de toekomst een zogenaamde risicopremie zullen eisen. Deze risicopremie zal waarschijnlijk groter zijn dan het ‘voordeel’ dat de euro brengt, simpelweg omdat de onzekerheid toeneemt ten opzichte van de situatie nu. Dat betekent dat rendementseisen van internationale beleggers, die in Europese landen beleggen, zullen stijgen.

‘In hoeverre dit zich vertaalt in rendementseisen naar bedrijven, of in een waardedaling van de euro is op dit moment niet te voorspellen. Ongeacht welke van de twee mogelijkheden realiteit wordt, Europa wordt er niet beter van.

‘Een vaak gehoorde bewering is dat in de VS toch ook een valuta bestaat, dus als het in de VS met de dollar kan, dan moet het in Europa met de euro ook kunnen. Net als tussen de vijftien EG-staten bestaan er tussen de vijftig staten van de VS (grote) economische verschillen. Daar staat echter tegenover dat in de VS elke staat via de hoogte van de federale belasting impliciet wordt gesubsidieerd. Naarmate het in een staat economisch minder goed gaat, wordt er namelijk minder belasting geheven.

‘Ik wil niet beweren dat we dat dan ook maar meteen in Europa moeten invoeren, maar het is nogal opvallend dat het invoeren van dergelijke compensatieregelingen in de EU geheel onnodig is geacht.

‘Een standaardargument is dat na invoering van de euro de kosten van het betalingsverkeer voor iedereen zullen afnemen. Iedereen in Europa betaalt straks met de euro. Dat betekent echter niet dat het geld dat men nu kwijt is aan het omwisselen van valuta, plotseling vrij valt en besteed kan worden aan cd’s of pindakaas.

‘Financiële markten bestaan mede van dit geld en zullen proberen, althans dat vermoed ik, het verlies te compenseren. Banken en andere financiële instellingen zullen tariefaanpassingen op allerlei vlak doorvoeren, met als resultaat dat de kosten elkaar nauwelijks zullen ontlopen.

‘Een bezwaar dat hiermee verband houdt, heeft te maken met de investeringen die moeten worden gedaan om de euro daadwerklelijk in te kunnen voeren. Ik denk hier niet alleen aan het slaan van de munten, het aanpassen van automaten en dergelijke, maar ook aan de niet onaanzienlijk te achten investeringen in nieuwe administratieve software (boekhoudprogramma’s), personeelskosten om de gehele bedrijfsadministratie te ‘vertalen’ in euro, en kosten om alle financiële contracten aan te passen.

‘Deze investeringen moeten op bedrijfsniveau worden terugverdiend uit de eventuele voordelen die de euro ons zal brengen. Als dit al gebeurt duurt het tenminste vele jaren voordat dergelijke investeringen rendabel zullen blijken. Op de financiële markten zal dit soort investeringen daarom weinig waardering vinden.

‘Het lijkt mij beter er eerst voor te zorgen dat de economische structuur van de deelnemende landen meer met elkaar in overeenstemming wordt gebracht en bekroon dit dan met een euro die in dat geval ook daadwerkelijk als eenheidsbevorderend kan worden beschouwd. Tot nu toe is daar geen sprake van.

‘Ik constateer dat het gehele europlan sterk politieke trekken heeft, hoofdzakelijk vanuit een monetair-economische invalshoek is geconstrueerd, geen oog heeft voor de vertaling naar financiële markten en bovendien een aantal implicaties heeft waarvoor zelfs nog geen begin van een oplossing bestaat.’

Met deze slotalinea kan iedereen eens zijn, of anders geformuleerd, kan iedereen zich in herkennen, want om deze financiële markten draaien het nu, bijna twintig jaar na dato, nog steeds. De financiële markten hebben hun eigen onzichtbare oplossingen gevonden, die in dit artikel ook waarschijnlijk niet zijn voorgesteld. Maar wederom blijkt dat er voorafgaande aan de EMU voldoende waarschuwingen zijn afgegeven dat er structurele gegevenheden over het hoofd zijn gezien. Die waarheid heeft zich inmiddels ruimschoots geopenbaard.

Advertisements