Tags

, , ,

De euro als politiek project (Column Ben Knapen, Opinie/NRC Handelsblad, 17 februari 2010)

(…)

‘Voordat de euro bestond moest Duitsland – met in het kielzog meestal Nederland – soms revalueren om scheefgegroeide verhoudingen met Zuid-Europese landen recht te trekken. Revaluatie van de een was devaluatie voor de ander – meestal Frankrijk, altijd Italië en andere mediterrane staten. Zij konden Duitsland niet bijbenen. De Duitse producten werden na zo’n ingreep wat duurder, de Italiaanse export ging weer een tijdje vlotter. Die route is met de euro afgesloten, maar de noodzaak tot aanpassingen is hiermee niet verdwenen.

‘In die zin is de unanieme vastberadenheid van het Nederlandse parlement vorige week om met veel bombarie (en soms ronduit denigrerend woordgebruik) geen eurocent voor Griekenland uit te trekken, vermoedelijk wat al te fier en voorbarig. Want mocht Duitsland binnenkort toch iets gaan doen dan zit er weinig anders op dan een bocht van honderdtachtig graden.

‘De euro was nooit een economisch, maar een politiek project. “Een majeure politieke onderneming, voornamelijk begonnen om politieke redenen”, zoals de oud-directeur van De Nederlandsche Bank, André Szász, het zegt in zijn nog altijd trefzekere boek uit 1999, The Road tot European Monetary Union.

‘Als Griekenland geen land was maar een bank, dan was het gemakkelijk. Dan kon iedereen zich terugtrekken. Want waar heb je het over? Het stelt minder dan 3 procent van het eurogebied voor, ze hebben er een puinhoop van gemaakt en moeten op de blaren zitten.

‘Maar Griekenland is geen bank, maar een klein land. En de euro is niet alleen een munt, maar een politiek project. Volgens de deskundigen destijds was het een halfwassen product, omdat er wel een munt en een centrale bank kwamen, maar geen economische euroregering om de financiële huishouding van euroland te ordenen.[1] Het budgetrecht is immers een kern van nationale soevereiniteit, net als belastingheffing. Logisch ook, want als belastingbetalers boos worden, zijn het nationale overheden – regering, politie – die de kastanjes uit het vuur halen. Daar ligt de legitimatie.

‘Maar toch was het idee achter de euro dat geleidelijk aan van het één ook wel het ander zou komen. Noodzakelijkerwijze. Want anders hoefde je aan zo’n muntunie eigenlijk niet eens te beginnen, zo leerden ervaringen van vele mislukte muntunies uit het verleden.

‘Hier komt Griekenland eigenlijk als geroepen. Ze zijn het levende bewijs. De Grieken hebben alles verkeerd gedaan: hun relatieve achteruitgang in arbeidsproductiviteit hebben ze nooit vertaald in een (relatief) lagere levensstandaard. Dankzij de euro kon je goedkoop lenen en meeliften op de kracht van anderen. Anders dan Italië was er ook geen soelaas via particuliere besparingen. De Griekse staatsschulden zitten voor een groot deel in het buitenland. Alleen al in Duitsland staat voor 40 miljard bij spaarders.

‘Maar het grote voordeel is dat Griekenland klein is. Het biedt het land de kans om in euroland het regime van omgangsvormen was strakker te trekken, richting constructieve curatele. Met een exit als finale sanctie.

‘De roep om het Internationaal Monetair Fonds is strikt monetair en economisch gezien weliswaar de zuiverste route. Szász bepleitte in een interview in deze krant (11 febr.) ook de IMF-route, net als de Nederlandse regering trouwens. Het IMF kent een beproefd regime om te saneren en een land op de blaren te zetten.

‘Maar het is ook een gemiste kans. De euro betekende immers méér, niet minder, pooling van soevereiniteit. Zo was het bedoeld, al is het zo nooit goed met het publiek in deelnemende landen gedeeld. Voor die nalatigheid van destijds zit heel euroland een keer op de blaren. Dat moment komt een keer. Wie die missie in het openbare debat taboe blijft verklaren, loopt een keer tegen de lamp.

‘Een jaar geleden was iedereen eindelijk eens een keer blij met de euro. De Scandinaviërs flirtten zelfs met aansluiting. Euroland was een eiland van stabiliteit op een dolle financiële markt.

‘Is dit een jaar later alweer voorbij? Dreigt de euro weer een ingewikkelde technische kwestie te worden – met een ingewijde Europese elite die via de Engelstalige media elke dag opnieuw leert om een en ander hoofdschuddend gade te slaan? Een politiek project zonder eigenaar?

‘Wat schreef Szász er toen jaar geleden over: “Met de invoering van de euro nemen lidstaten risico’s. alle grote politieke ondernemingen kennen risico’s. Maar ze bieden ook kansen.”

‘Is dit een te ongemakkelijke waarheid geworden of komt dit alleen door de Financial Times?’

Commentaar is hierbij overbodig. De EU blijft een gatenkaas van weeffouten. Maar tot heden hebben ‘we’ het volgehouden met vallen en opstaan, al zijn de basisbeloften – lees: grootse welvaart – geheel in de mist opgegaan. Daarom voelt de Europese bevolking zich ook verraden: van vrijheid (in de vorm van welvaart) en democratie (in de gerealiseerde vorm van het ‘democratisch tekort’) is maar bitter weinig gerealiseerd. Slechts het staatsmanschap van Angele Merkel en Mario Draghi hebben ons tot heden behoed om in het ravijn te storten. Meer is er niet bereikt.

Maar dat kan nog gebeuren als de bevolking nu positieve tegenkrachten gaat vormen en het ‘bestuur in samenwerking en eenheid’ niet overlaat aan de elite, en zeker niet de nieuw aangetreden elite in Griekenland, dat een aanfluiting vormt voor wat de begrippen ‘democratie en verantwoordelijkheid’ ten opzichte van schuldeisers inhouden. De Grieken zijn politieke pubers die vanuit Europa geleerd moet worden wat democratie inhoudt. De klassieke democratie in het oude Griekenland heeft geheel afgedaan.

[1] In de praktijk van alle dag is dat dus de ECB geworden, wat men toen niet kon verzinnen. De praktijk van heden heeft de tekentafelpolitici van toen voorbij gestreefd.