Tags

, , , , ,

Ruimte op links? (2) (Wouter Bos, Opinie & Debat, de Volkskrant, 28 mei)

Is het toeval dat ik PvdA en GroenLinks in één adem noem? Natuurlijk niet

‘Blijft over een vierde strategie: koester het klassieke sociaal-democratisch ideaal, maar accepteer dat het door meerdere partijen uitgevoerd kan worden [risico bij strategisch stemmen]; zoek daar de samenwerking mee. Als verschillende belangen die ooit door de sociaal-democratie gediend werden niet meer door één partij behartigd kunnen worden, moet het misschien maar door een scala aan partijen gedaan worden. dan moet de SP vooral de ruimte krijgen om de klassiek arbeideristische stem binnen te halen en met links populisme [populisme is ook een risico] een tegenwicht te bieden aan rechts populisme. Dan moet D66 vooral de ruimte krijgen deftig links te blijven en met name kosmopolitische progressieven te behagen en zo ook, als een van de weinige partijen in Nederland, kiezers van rechts naar links te kunnen laten oversteken [weinig realistisch aangezien links en rechts genetisch bepaald zijn, en apolitieke gevoelssentimenten de doorslag kunnen geven in stemgedrag]

Ik heb mijn kanttekeningen al in deze passage aangebracht. 1. Gezien het volkomen gefragmenteerde electoraat in ons en andere landen binnen de EU, zal bij spannende peilingen in de aanloop naar de verkiezingen altijd een wedloop plaatsvinden naar welke lijsttrekker de verkiezingen zal winnen en die wedloop heeft per definitie met het onderscheid tussen links en rechts te maken; of liever in omgekeerde volgorde, rechts en links, aangezien het electoraat in meerderheid rechts is. Dat zijn de feiten van niet alleen dit moment, maar dit tijdvak. Oorzaak hiervan is een totaal andere praktische en feitelijke uitwerking van de globalisering die theoretisch welvaart voor iedereen aankondigde en beloofde, maar in de praktijk een snoeihard neoliberaal beleid heeft opgeleverd, waarbij het geheim ligt in de code dat de (super)rijken die het meest van deze globalisering profiteren zo machtig worden (in financieel-economische én in politieke zin) dat zij alles en iedereen kunnen domineren en manipuleren.

In die zin heeft Piketty gelijk met zijn empirische vaststelling dat de rijken rijker worden en de armen armer. Er ontstaat wereldwijd dus een nieuwe tegenstelling die gebaseerd zal zijn op ethiek. Het mooiste voorbeeld ter toelichting: de president-commissaris Van Slingelandt van de Raad van Commissarissen ABN Amro verdedigde tijdens de hoorzitting in de Tweede Kamer het recht op bonussen van de Raad van Bestuur vanwege de ‘immens moeilijke operatie’ die het herstel van de bank moest doormaken om de organisatie weer gezond te maken. Zonder ook maar een seconde respect te kunnen betonen voor de brede kritiek die bestaat op de bonuscultuur en de houding van de bevolking in de vorm van de belastingbetalers die de banken hebben gered in 2008. Van Slingelandt kwam tevoorschijn als iemand die zich met zijn bancaire naam en achtergrond, volkomen heeft vereenzelvigd met deze Angelsaksische traditie en zichzelf daarmee volkomen vervreemd heeft van het brede maatschappelijke leven. Vandaar de uitlating van de huidige fractieleider van GL Klaver, dat hij niet eens wilde weten in welk universum deze commissaris leeft. Wij gaan dus naar een wereld(beeld) waarin alleen paradijselijke eilanden bestaan tegenover getto’s.

De politiek als geheel moet met deze ontwikkelingen rekening houden. De notie van een rechtvaardige inkomensverdeling gaat in een gemondialiseerde wereld niet meer op vanwege de verschillende politiek-culturele culturen die er in de wereld bestaan. De huidige oligarchenkaste wereldwijd zijn zelf stinkend rijk geworden met de bodemschatten van deze aarde en eenmaal zo rijk en dus invloedrijk, ben je direct aan die rijkdom verslaafd. Daarom worden de rijken, zoals Piketty heeft aangetoond, rijker en de armen natuurlijk armer, want alleen het contrast tussen beide categorieën wordt met de dag groter.

De resultante van alle toekomstige verkiezingen en verkiezingsuitslagen is dat alleen nog maar geldt wie tot de winnaar wordt uitgeroepen, want die zal een multidiverse coalitie moeten gaan samenstellen van minstens 5 partijen waarin van de oorspronkelijke partijprogramma’s niets meer zal overblijven. Het wordt op ieder dossier een zoeken naar ‘willekeurige’ parlementaire meerderheden in zowel de Tweede als Eerste Kamer. De winnaar wordt kortom automatisch minister-president en de nummer twee van de verkiezingen, vormt automatisch de coalitiepartij, zoals bij dit kabinet Rutte2. Daarmee is het oude bestel – zeg tot 2002 – geheel uit zijn voegen geraakt.

Gezien ook de geringe en nog steeds afnemende partijleden binnen het politieke bestel, wordt de politiek alleen nog maar een zaak voor de politiek belangstellende en geïnteresseerde die er ook veel tijd in wil steken om alle ontwikkelingen te blijven volgen.

Maar duidelijk wordt op deze manier van redeneren dat het traditionele partijpolitieke bestel zijn langste tijd heeft gehad en dat we nu al dik in een overgangssituatie zitten waarin niets meer herkenbaar is van het oude bestel. Het gaat er nu om, zoals Bos terecht aan het evalueren is, hoe het nieuwe bestel eruit gaat zien. Maar de oud-minister van Financiën gaat nog wel van de oude wetmatigheden in zijn strategisch denken uit en komt daarbij tot een analyse waarin te veel van het oude is binnengeslopen.

Omdat ikzelf in het rechts-links-schema als vrijzinnigdemocraat ten principale aan de linker kant sta en dus ook niets van het rechtse neoliberalisme moet hebben, voel ik wel dat het kwalitatieve politieke denkvermogen binnen dit politieke bestel geheel verdwenen is. In optie 4 van de strategische mogelijkheden die Bos heeft beschreven moet er principieel worden nagedacht wat de geglobaliseerde wereld voor consequenties heeft voor de burgers in ons land, maar eigenlijk voor ieder land. Er moeten wetenschappelijk gefundeerde noties worden geschreven die voor niet alleen de beide blokken van rechts en links, maar ook voor de coalitiepartijen en oppositie, een richtlijn gaan vormen voor de voeren beleid. Want nu met dit Rutte 2 dat ik Paars-min noem vanwege de afwezigheid van D66, zijn met VVD en PvdA rechts en links samen verenigd. Mijn positie als vrijzinnigdemocraat, maar geen lid van D66 omdat ik die partij ook te neoliberaal vind, maakt dat ik eigenlijk zowel thuis hoor binnen de PvdA als VVD. Ben ook langdurig lid geweest van VVD, maar op basis van het eerste beginselprogramma van de VVD als een fusiepartij tussen de Liberale Staatspartij van Stikker en een minderheid van VDB’ers van Pieter Oud, terwijl het overgrote deel van de VDB’ers zijn opgegaan in de nieuw gevormde PvdA direct na wo2, waarin Oud oorspronkelijk ook in opging, maar slechts voor een aantal maanden.

Vanuit deze persoonlijke opstelling werk ik aan de toekomstige politiek van ons land mee via deze blogs waarin ik mijn mening geef over de ontwikkelingen in deze wereldgemeenschap. Ik zal ook blijven schrijven om de kuddegeest binnen het politieke bestel aan te pakken en de kunst van het compromissen maken onvoldoende zijn benut. Ik realiseer me dat de Nederlandse coalities geen keuzes meer hebben vanwege de Europese richtlijnen, maar alleen keuzes in de marge, die erop neerkomen dat er degelijk financieel-economisch beleid gevoerd moet worden. omdat voor mij duidelijk is geworden dat er in het huidige zakenleven gigantische inkomens verdiend kunnen worden door verkopen van je eigen zaak die je zelf hebt opgericht en dat dit de nieuwe rijken van miljonairs zijn, dat daarmee aan de hand van Piketty en John Rawls een nieuw inkomensbeleid moet worden ontwikkeld.

Advertisements