Tags

,

Uit Edmund Fawcett, Liberalisme (2015, p.502-503):

‘Aan welke kant de geschiedenis ook staat, liberalen zouden dwaas zijn – en bepaald niet liberaal – als ze een les die al in de inleiding werd aangeduid, zouden negeren: het primaat van de politiek. Liberalisme is zinvol als politieke praktijk, maar raakt versnipperd en moeilijk grijpbaar wanneer het aangezien wordt voor een economische doctrine of een onderdeel van de moraalfilosofie, laat staan wanneer het verward wordt met evolutiebiologie. Net zo’n grote fout maken liberalen als ze denken dat de geschiedenis op de een of andere manier een fan van het liberalisme is. Bij zo’n al te schematische benadering negeert men vaak toeval en keuze, twee elementen die zo’n duidelijke rol hebben gespeeld in de historische successen en mislukkingen van het liberalisme. Vooral voor liberalen is het ontkennen van toevalligheid en keus een vorm van ongeloof. Het is toegeven aan de verlokkingen van het mechanisme , aan het aangename en oppervlakkig troostende geloof dat we bestuurd worden door krachten buiten onze macht en dat we daarom op de een of andere manier niet aansprakelijk zijn voor onze antwoorden op de algemene situatie waarin we ons bevinden. Het ontkennen van toevalligheid en keuze in de publieke sfeer is in feite het ontkennen van het primaat van de politiek. In liberale ogen is de politiek een alledaagse menselijke praktijk waarin discussie, onderhandelingen en compromissen sluiten overheersen of zouden moeten overheersen, niet economische mechanismen, celmechanismen of historische mechanismen.

‘In het licht van toevalligheid en keuze geeft het liberalisme als politieke praktijk reden tot trots en tot zorg. Aan de ene kant hebben liberalen zowel geluk als pech gehad en ze hebben goede en slechte keuzes gemaakt. Buitengewoon is hoe de liberale wereld in de twintigste eeuw de wil en het vermogen heeft gevonden om historische fouten te corrigeren. Met de burgerrechten in de jaren zestig werden de Verenigde Staten voor het eerst een werkelijke liberale democratie. Op een door oorlog verscheurd continent schiepen de Europeanen in de Europese Unie een liberale basis voor vrede en een politieke samenwerkingsexperiment dat even gedurfd is als het Amerikaanse experiment van 1787. De EU bestaat al langer dan alle voorspellingen over haar neergang en verval mogelijk was geweest. Ondanks haar problemen is de EU een van de grootste economische machten van de wereld. Sinds 1989 heeft de EU haar ledenaantal uitgebreid en haar mogelijkheden versterkt. Zou de EU meer waarlijk democratisch worden, zoals zou moeten, dan zou het een liberaal instituut zijn dat model kan staan voor een postnationale wereld.’

Zo goed als de EU door een zware economische en identiteitscrisis is gegaan, dat nog verre van opgelost is, zo goed is de verwachting van een ‘postnationale’ wereld ook een utopie die nooit gerealiseerd zal worden, omdat de natiestaat nog veel te sterk is en mensen in de publieke vorm van burgers alleen in de natiestaat een gemeenschappelijke identiteit kunnen ervaren die niet zal ontstaan bij het wegvallen van natiestaten. Een postnationale wereld wordt pas mogelijk als er eenheidsbewustzijn wereldwijd is ontstaan en dat is nog een onherkenbaar perspectief in de huidige wereld.