Tags

, , , ,

In de eerste besprekingsbijdrage over het vorige week uitgebrachte Nederlandse vertaling van Edmund Fawcett, Liberalisme. Het verhaal van een idee (De Bezige Bij) op basis van de Engelse publicatie van vorig jaar Liberalism. The Life of an Idea wordt vooral zware kritiek op het liberalisme losgelaten naar aanleiding van de machteloosheid van deze ideologie ten aanzien van de kredietcrisis.

In deze tweede bijdrage de opvattingen van de vermaarde econoom-historicus Robert Skidelsky:

‘Even herzieningsgezind schreef Robert Skidelsky in 2010 dat ‘elke grote mislukking ons moet dwingen tot heriverweging’. Als biograaf van Keynes en katholiek denkende waarnemer van de cycli die het liberalisme van nature doormaakt, was Skidelsky een stem om serieus te nemen. In ‘Thinking about the State and the Economy’ (Denkend over de staat en de economie, 1966) had hij het marktgerichte denken liberalisme van de jaren zeventig enthousiast begroet als een correctie die al te lang op zich had laten wachten. Hij was in die tijd blij dat ‘het politieke liberalisme’ dankzij het ‘economisch liberalisme’ was bevrijd van de zorgelijke hoeveelheid ‘economisch collectivisme’ waarmee het tussen 1940 en 1970 was opgetrokken. Daardoor leefden de mensen tegen het einde van de eeuw, naar het oordeel van Skidelsky uit 1996, ‘in een grotere mentale vrijheid’, die hij in ieder geval ‘verheugend’ vond. In 2010 vond Skidelsky het tijd worden om hier nog eens over na te denken, en op een diepgaande manier. Want de economische crisis viel niet toe te schrijven aan een schok van buitenaf. Die crisis was eerder te wijten aan intern falen op drie fronten: institutioneel (slappe of blinde regulering), intellectueel (het vertrouwen in de efficiency van markten) en moreel (het accepteren van ongelimiteerde schulden). Posner en Skidelsky zijn twee voorbeelden van de algemene erkenning onder onafhankelijke denkers over het liberaal kapitalisme dat de neoliberale orthodoxie ernstig gebreken vertoonde. Niet dat een van deze denkers beweerde een kant-en-klaar alternatief te hebben. Zeker niet voor het eerst moest het economisch liberalisme op zicht vliegen, zonder de leidraad van een algemeen erkende economische politiek.

‘Net als het liberale zelfvertrouwen in het algemeen kent ook het filosofisch denken over de doelen en idealen van het liberalisme wisselende stemmingen, die zich bewegen tussen ambitie en desillusie. Op zijn hoogtepunten heeft het liberale denken gezocht naar universele waarheden over de morele waarde van de mens waarvoor het gezag een absoluut respect moest hebben. In somberder buien heeft het liberale denken de metafysica van het mens-zijn laten varen en zich gericht op pragmatisch verzet tegen het gezag en bescherming tegen wat dat kon aanrichten. Beide stemmingen komen vaak tegelijkertijd voor, al is de ene soms sterker dan de andere. Eind jaren tachtig leken filosofische defensiviteit en zelfonderzoek terrein te winnen.’ (p.493-494)

Dit laatste duurt tot de huidige dag, maar dat is geen wonder na de economisch chaotische jaren die we achter de rug hebben en waarvan nog niet eens echt duidelijk is of de economische mondiale crisis nu echt bezworen is. Dat nog los van de eurozone die nog altijd worstelt met een heel zuinig herstel van de nationale economieën en de concurrentiekracht van iedere lidstaat.

Duidelijk is wel dat de euroschuldencrisis, die als bankencrisis en Amerikaanse hypotheekcrisis is begonnen, het aanvankelijke idealisme van de Europese integratie zwaar heeft aangetast en in een definitieve identiteitscrisis is verzeild geraakt. Definitief omdat de publicitaire voorlichting over de Europese Economische Gemeenschap en vervolgens de EG en de EU met z’n EMU en ECB zwaar te wensen overliet en de bevolking van iedere deelstaat nooit aan het woord heeft gelaten. Psychologisch en spiritueel (om de geciteerde metafysica nog eens aan te roepen) zijn de grootste blunders gemaakt en deze identiteitscrisis is dan ook door de autoriteiten zelf uitgeroepen. Alleen als de diverse nationale bevolkingsentiteiten zich gaan roeren en hun democratische rechten gaan opeisen, dan bestaat er een kans dat de identiteitscrisis wordt opgelost, maar dat is dan ook de voorwaarde daartoe. Anders blijft dat euvel als een veenbrand doorsmeulen en dat gaat ten koste van de menselijke en psychologische kracht van het samenwerkende en geestelijk verenigde Europa, die nu met vallen en opstaan langzaam maar zeker vorm krijgt.

Dit ‘vorm krijgen’ is dus een toevalstreffer geworden aangezien het geenszins duidelijk was dat de EU zijn eigen crisis (op voorhand) zou overwinnen, maar iedereen met gevoel in zijn hart voelt dat de EU nog een mooie toekomst tegemoet kan gaan als er wisselwerking gaat ontstaan tussen de (deel)bevolkingen en de Europese Commissie zelf. Die ontbreekt nu te enen male en dat blijft een zwakke schakel in het Europese Huis. Er hoeft nu maar één steentje (Griekenland met een Grexit?) tussenuit te vallen en het hele kaartenhuis stort in. Maar onze EU-verantwoordelijkheid reikt verder dan dat. Als de Europese economie in elkaar stort vanwege de implosie van de euro, dan stort ook de hele wereldeconomie in elkaar en dan is het mondialiseringproces in één slag voorbij.

De Aarde wordt dan teruggeworpen op de regionale eenheden die wereldwijd gaan ontstaan omdat het financiële stelsel ook op z’n laatste benen loopt door een moreel gebrek aan ethiek en rechtvaardigheid. Als 90 procent van de wereldwijde kapitaal in handen is van 10 procent rijksten van deze wereld, dan deugt er iets fundamenteel niet. Wij maken dan een soortgelijke fout die in het verre verleden ook is gemaakt ten tijde van de ondergang van het continent Atlantis: daar werd de Bron of God uitgedaagd door de mens die dacht beter dan God te zijn, en nu heeft de macht van het grootkapitaal zulke immense invloed gekregen dat God geen rol meer speelt in het menselijk bewustzijn. De nieuwe tijd zal in deze wanverhouding verandering moeten aanbrengen op straffe van onze eigen mondiale ondergang. Dan hebben we van Atlantis niets geleerd. Maar er is dus nog tijd en ruimte om onze psychische balans op orde te krijgen. Laten we daaraan gaan beginnen: verbeter de wereld en begin bij jezelf.

Bron: Edmund Fawcett, Liberalisme. Het verhaal van een idee (De Bezige Bij 2015)

Advertisements