Tags

, , ,

Vrijheid moet worden beschermd, niet afgeschermd (commentaar, opinie/Trouw, 5 mei)

Dichte grenzen geen oplossing voor vraagstuk toestromende vluchtelingen

‘Al weer zeventig jaar is Nederland een vrij land, vrij van oorlog. Na zo lange tijd kan vrijheid iets vanzelfsprekends worden.’

Dit hoofdredactionele commentaar van Trouw beoogt de landingsvaartuigen bij Invasie van Normandië in 1944 te vergelijken met de huidige bootvluchtelingen uit Libië die in de Middellandse Zee ook voor vele slachtoffers zorgen. De overeenkomst tussen de geallieerde strijdkrachten die een einde aan de Tweede Wereldoorlog hebben gemaakt en de huidige Afrikaanse vluchtelingen is dat de geallieerden aan de nazidictatuur een einde hebben gemaakt en dus de vrijheid als product of als resultaat van die vrijheidsstrijd dient te worden beschouwd, terwijl de bootvluchtelingen de vrijheid als pursuit of happiness zoeken na jaren van lijden onder de Afrikaanse armoede. De sinds de oorlog weergekeerde vrijheid is dus na een zwaarbevochten bevrijdingsoorlog voor elkaar gekregen, terwijl de bootvluchtelingen deel willen hebben aan een gemeenschap zonder extreme armoede die onleefbaar is geworden zoals in delen van Afrika.

Ook de hele menselijke geschiedenis leert ons dat oorlogen een generatieverschijnsel was, en dus kende geen generatie van mensen op aarde een oorlog-loos tijdperk zoals dat nu in Europa aan de orde is. Dit is dus uniek in de menselijke geschiedenis, maar niet onverwacht of onverklaarbaar. Zoals Europa eeuwenlang alleen maar oorlogen heeft meegemaakt, kan daaruit worden afgeleid dat het wezen van oorlog(en) bij de mensheid hoort, vanwege de neiging tot territoiruitbreiding van de leidinghebbende gezagsdrager, de meestal zelf benoemde keizer of koning. Zodra iemand zich die positie had eigengemaakt, werd de bevolking onderworpen aan dat gezag, in ruil voor een veiligheidsgarantie. Maar iedere bevolking was min of meer slaaf of horige, want behalve afdracht van verplichte belasting in de vorm van voedsel was er zeker geen vrijheid van gedachten of meningsvorming. Dat hoort dus bij een duale wereld. Daarom de stelling in de titel van deze blog, dat vrijheid en vrijheidsbeleving een kwestie van opvoeden is, dat begint in ieders jeugd als de losmaking van de ouders in de puberteit begint en het kind opgroeit naar de positie van volwassene. Maar daarna begint de strijd pas echt als de eerste confrontaties met werkgevers, bazen en chefs moet worden aangegaan, want je behoort je mond dicht te houden. De ervaren chef weet immers hou het bedrijf geleid moet worden.

Met andere woorden, iedereen heeft zijn eigen worstelingen met de vrijheid meegemaakt en heeft een eigen ‘overlevingsstrategie’ ontwikkeld om zich te handhaven in deze harde en hardvochtige maatschappij. En de bootvluchtelingen die uiteindelijk Europa binnen weten te komen, zullen ook geen gespreid bedje aantreffen, maar moeten waarschijnlijk de eerste jaren in absolute anonimiteit en illegaliteit doorbrengen. Je kunt je zelfs afvragen of ze zich dat bedacht of gerealiseerd hadden toen ze eenmaal besloten om uit Afrika weg te vluchten.

In het huidige Europa van de EU, dat zich net aan de eurocrisis ontworsteld heeft en nu nog wacht op een oplossing van de Griekse problemen en schuldenlast, is er vanwege de opgebouwde economische technologische structuur geen oorlog meer te verwachten, tenzij het financiële bestel geheel in elkaar klapt, wat zeer wel mogelijk is, maar daarover wordt de burger niet ingelicht. Welke risico’s we lopen weten we dus ook niet. Een kwestie van afwachten. Wat de nieuwe opkomende economische grootmachten gaan doen weten we ook niet. Rusland bevindt zich economisch in zwaar weer, China kampt nu ook met een groeiende schuldenproblematiek. Met de huidige mondiale welvaartsstatus liggen grootschalige militaire conflicten of avonturen niet voor de hand. Maar of we voor een duizendjarig Vredestijdperk staan…, dat is zeer de vraag. Alleen de spanningen in het Midden-Oosten zijn voldoende aanleiding om vrede in dat gebied voor ondenkbaar te houden, een mission impossible. Vrede op aarde is vooralsnog onmogelijk en onbereikbaar.

Maar met de stabiliteit in het Europa van de EU kan en dient wel nagedacht te worden over hoe de vluchtelingenstroom vanuit Afrika en het Midden-Oosten aangepakt moet worden:

‘Daarmee staat de EU voor een groot dilemma. Natuurlijk mag van de landen van de EU worden verwacht dat ze de bevochten vrijheid en welvaart, die de inwoners een relatief kansrijk bestaan bieden, zullen verdedigen. Dat maakt de optie de grenzen te openen voor alle vluchtelingen onmogelijk. Het versterken van de grenzen van Fort Europa is evenmin aan de orde. Het bouwen van een muur kan niet de oplossing zijn. Europa heeft daar voldoende slechte ervaring mee.

‘Vluchtelingen maar laten verdrinken, in de hoop dat dit afschrikwekkend zal werken voor de tallozen die aan de Noord-Afrikaanse kust nog op een boot wachten, is onmenselijk.

‘Het vrije Europa staat nu voor een situatie waarbij belangen zo hevig botsen dat er geen simpele oplossing is. Dit weekend werden meer dan 6000 bootvluchtelingen gered, door de Italiaanse kustwacht en door particulieren. Dat schetst voorlopig de enige houding die acceptabel is. Actieve betrokkenheid en bewogenheid met vluchtelingen moet worden beschermd, maar niet afgeschermd.’

Helaas wordt dit Trouw-commentaar op deze wijze afgesloten, want er bestaat natuurlijk wel degelijk een principiële oplossing en wel in de hoedanigheid dat wereldwijd – en het liefst vanuit de Verenigde Naties -, maar zeker vanuit de EU en de VS en dus vanuit het rijke Westen de morele plicht bestaat om aan dit armoedeprobleem, want is de bootvluchtingenstroom in essentie, een einde te maken in de vorm van een nieuw Marshallplan tegen de Armoede in te stellen, dat de armoede binnen het Afrikaanse continent gaat aanpakken en dan wel onder de onvoorwaardelijke conditie dat alle dictatoren op dat continent hun biezen moeten pakken. Zoals ons ontwikkelingsbeleid is gebaseerd op geen hulp aan corrupte regeringen, zo dient ook paal en perk te worden gesteld aan ontwikkelingsgelden die in onbevoegde handen terecht kunnen komen.

Waar Europa van de EU moet overschakelen op een vervangende industriële capaciteit – vanwege onze overcapaciteit – en dienstenverlening, daar zal Afrika ons model van een primaire industriële capaciteit moeten (leren) opbouwen en inschakelen, zodat ze, de Afrikanen, eerst leren om in eigen land een infrastructuur op te bouwen, die Europa haar rijkdom heeft gebracht. Alleen zo kan Afrika een eigen industriële rijkdom opbouwen en dat zal de eeuwige vluchtelingenstroom aan banden leggen.