Tags

, , , , ,

Bij betaald werk horen zekerheden (Bram van Ojik, het laatste woord/Het Parool, 1 mei)

Werkgelegenheid Strijd om arbeidsvoorwaarden gaat nieuwe fase in

De Dag van de Arbeid is geen achterhaalde traditie, want juist nu worden vele mensen geconfronteerd met grote onzekerheden rond hun werk, schrijft Bram van Ojik.

‘Betaald werk staat centraal in ons leven. Maar er is niet genoeg betaald werk voor iedereen, getuige de aanhoudende werkloosheid. Veel werk dat vroeger betaald was, moet nu onbetaald worden gedaan in het kader van de participatiesamenleving. Bovendien nemen robots ons werk steeds meer over.’

Zeer terecht vecht Van Ojik de tekortkomingen van het huidige arbeidsbeleid in ons land, maar ook in de EU onderhanden met de feitelijke vaststelling dat de arbeidsmarkt in de afgelopen decennia blijvend is veranderd. We zijn als EU-Europeanen in de kredietcrisis, bankencrisis, schuldencrisis en tot slot in een algemene economische en financiële crisis verzeild geraakt en vanwege de Maastrichtse EMU-normen van maximaal 3% begrotingstekort en 60% staatsschulden, gerekend in termen van het bbp van iedere EU-lidstaat, werd iedere lidstaat gedwongen tot meer of draconisch stevige bezuinigingen.

Ons laatste regeerakkoord van 2012 heeft daarom het begrip participatiesamenleving uitgevonden of geïntroduceerd, omdat er zo zwaar bezuinigd moest worden op alle onderdelen van zorg en sociale zekerheid, dat die saneringsslagen alleen mogelijk waren door middel van grootschalige ontslagen, die opgevangen moesten worden door mantelzorg- en vrijwilligerswerkzaamheden.

Waarom? Omdat dit allemaal betaalde diensten zijn die ons boven de 3% begrotingstekortnorm hebben uitgetild. Allemaal semi-overheidsuitgaven die ons land te duur maakten in het kader van die genoemde normen en die door alle staatshoofden in Maastricht werden toegezegd en vastgelegd. Geen schuld van Brussel, maar van alle regrringsleiders.

Maar het probleem is wel dat de 3%-norm niet alleen een te strenge – maar ook willekeurige – norm is, maar wel ook geheel in het kader van neoliberaal beleid past dat daar in Brussel tot algemene standaard is verheven, want daar zijn alle hypergelovige neoliberalen van Europa verzameld en werkzaam geraakt.

Waarom is die 3%-norm neoliberaal? Omdat juist neoliberalen – zij die een eenzijdige economisch- liberaal uitgangspunt in de politiek vertegenwoordigen en uitdragen – en daarmee ieder sociaal beleid frustreren. Zoals in ons land zijn, zoals hierboven al aangegeven, alle semi-overheidsuitgaven zoals onderwijs, zorgsector, sociale zekerheid en defensie/veiligheid, allemaal overheidsuitgaven. Dit maakt dat deze uitgaven noodzakelijkerwijs teruggedrongen moeten worden om onder die 3%-norm te komen. Anders krijgen we boetes vanuit Brussel omdat we ons niet aan de regels houden.

Maar ik beweer dat die 3%-norm een willekeurig percentage is waarover nauwelijks serieus is nagedacht. Mocht er wel echt over gefilosofeerd zijn onder de Maastrichtse voorbereidingen op het toen aanstormende Verdragsbepalingen, dan ben ik hevig geïnteresseerd naar de argumenten om tot die 3% te komen. Ik herinner me wel dat het toen, ook voor de landelijke politiek praktische en logische percentages waren, die dus getransformeerd werden naar de Brusselse richtlijnenfabriek.

Maar nu in de afgelopen jaren vrijwel alle landen binnen de EU loodzware bezuinigingsslagen zijn verwerkt bewijst die 3% dat deze norm veel te streng is en niet bij de huidige economische omstandigheden past. Mijn eeuwige benadrukking op deze website dat de EU na de formele afsluiting van de ‘eurocrisis’ tot een evaluatieronde moet komen om in een terugblik vast te stellen wat er aan een scheefgroei is ontstaan, naast de winst van het ‘brandmeester’ zijn van die eurocrisis, maakt het vermoedelijk heel logisch dat er dient te worden besloten om de 3%-norm te verhogen naar een 4%-norm dat beter de verhoudingen in de postindustriële samenleving reflecteert dan de oude en inmiddels niet meer bestaande industriële samenleving.

Onze maatschappij bestaat namelijk inmiddels nog maar uit een beroepsbevolking die voor 90% bestaat uit werknemers in de tertiaire en quartaire sectoren en voor 10%, vanwege toenemende robotisering, in de primaire en secundaire sectoren. En juist met deze verschuivingen in het productieve vermogen van ons land uitgedrukt in bbp, zien zich niet gereflecteerd in de Brusselse richtlijnen. Daarom hebben alleen de overheidsinkomens van zowel ambtenaren, als onderwijzers, zorgmedewerkers en politie- en brandweerdiensten – om maar een drietal categorieën te benoemen – zwaar moeten inleveren, terwijl de dienstverleners in de bancaire- en verzekeringswereld niet hebben meegeprofiteerd van de exorbitante Angelsaksische beloningsstructuren in de bancaire toppen. Hiermee wil maar gezegd zijn dat er een explosieve onrechtvaardigheid is ontstaan in de verhoudingen op de arbeidsmarkt.

Bram van Ojik schreef zijn opiniebijdrage vanwege de traditionele 1 mei-voering, waarvoor hij nieuwe aandacht vraagt, omdat daar reden voor is. Zelf heb ik geen sociaal-democratische achtergrond en sinds een aantal jaren principieel partijloos – zodat ik ook alles kan opschrijven wat ik echt vind! -, maar ik steun de GroenLinkse voorman in zijn benadrukking dat 1 mei weer tot leven moet worden gebracht, maar dan wel op geheel andere wijze dan de vakbonden dat pleegden te doen. Want deze belangenbehartigers hebben de grove fout gemaakt door de persoonlijke belangenbehartiging van de leden voorop te stellen, in plaats de collectieve belangenbehartiging in een nationaal arbeids- en werkgelegenheidsplan.

Daaraan is wel behoefte, maar daar zijn de werknemersorganisaties nooit aan toegekomen. Iedereen is het spoor een beetje bijster geraakt. Nieuw thema voor de komende jaren luidt dus: wijzig de Brusselse 3%-begrotingstekortnorm naar het realistischer 4%. Dan is de eurocrisis in een handomdraai voorbij. Dan past 1 mei naadloos op 5 mei Bevrijdingsdag-nieuwe-stijl omdat de burgers de EU en de euro hebben gered.

Advertisements