Tags

, , , ,

Geef ook politici de kans om van fouten te leren (Jeroen den Uyl en Has Bakker, opinie/Trouw, 24 april)

De politieke cultuur van afrekenen en wegwezen is aan vernieuwing toe, vinden twee organisatieadviseurs.

‘Fouten maken gebeurt altijd en overal. Mensen doen domme dingen, vaak onbedoeld of onbewust. Van fouten moet je leren, maar in de politiek kan dat niet. Het patroon nadat een fout, misstap of uitglijder aan het licht komt, herhaalt zich. De media, andere politici, opiniemakers en ook de buren op een verjaardagsfeest vragen zich af: wie heeft er schuld? Wanneer we de schuldige in het vizier hebben, nagelen we diegene publiekelijk aan de schandpaal.’

In deze opiniebijdrage van de twee organisatieadviseurs van Twynstra Gudde mist een belangrijk element, namelijk concrete voorbeelden van weggestuurde politici die geen kans hebben gekregen om van hun fouten te leren.

Die voorbeelden van juist het tegendeel wat de beide schrijvers beweren bestaan juist wel, want zo heeft oud-staatssecretaris Teeven in zijn begintijd een aantal fouten gemaakt die hem op een berisping van ‘eens maar nooit weer’ in de Kamer kwamen te staan. En hoeveel bewindslieden hebben geen motie van wantrouwen aan hun broek gekregen, omdat zij volgens een deel van de Kamer fout handelden. Maar hier gaat het in het algemeen nooit om echte fouten, maar om haastklussen zoals in de afgelopen paar jaar vanwege de gedwongen bezuinigingswoede en saneringsslagen om het begrotingstekort terug te dringen.

In de politiek is er naar mijn indruk sprake van een ander mechanisme, te weten dat voorafgaande aan een verantwoordingdebat in de Kamer de bewindspersoon juist bewust worden teruggetrokken – of zelf vertrekt – om verdere publicitaire schade via de media te vermijden. Risicomijdend gedrag kan dat genoemd worden: ‘Hoe minder er naar buitenkomt hoe beter’, om de eigen partijpolitieke risico’s – afstraffing door het electoraat – tot het minimale te beperken. Dat wordt door de auteurs helemaal niet besproken.

Wat onze politiek node mist is een cultuur van visievorming, aangezien een politicus op een heel andere wijze klimt op de (maatschappelijke of politieke) ladder dan in het bedrijfsleven. Een beloftevol politicus klimt alleen op als hij/zij verbaal oersterk is, maar wel vanuit een partijprogramma, dat risicoloos wordt nagepraat. Ongelukken komen er alleen als de ambtelijke advisering betekent dat er knelpunten in de partijlijn gaan ontstaan, zoals minister Kamp in Groningen ondervond. Maar aanvankelijk was hij ook hoegenaamd niet bereid om de gaswinning terug te draaien.

Met andere woorden, er spelen andere zaken dan waarop de auteurs hun hand op hebben kunnen leggen. En daarmee blijft ook de slotzin in het luchtledige hangen:

‘Nee, het gaat ons erom de huidige afrekencultuur in de politiek ter discussie te stellen. Daar is moed, dialoog en leiderschap voor nodig. De tijd lijkt er rijp voor.’

Een afrekencultuur speelt in alle maatschappelijke sectoren omdat iedereen – iedere werknemer – die op wil klimmen op de carrièreladder, dat altijd doet ten koste van de ander. Dat vanwege de geringe aantal hogere posities binnen de piramidale structuur van organisaties en bedrijven. En overal is moed nodig om het eigen leiderschap te etaleren. Maar het grote euvel in de Nederlandse politiek – en waarschijnlijk overal elders – is dat electorale concurrenten een heimelijke en stille koersverlegging bewerkstelligen, zoals bij de VVD aan de orde is door PVV, bij de PvdA door SP en CDA door CU en SGP. Hoe moet je daarmee omgaan?

Het enige juiste antwoord is in mijn politieke ervaringsbeleving dat beginselprogramma’s regelmatig moeten worden bijgewerkt via aangepaste visienota’s – met het accent op ‘visie’ omdat de media daarop commentaar kunnen geven waardoor het brede publiek wordt ingeschakeld; een partijprogramma is dus geen zaak voor alleen de partijleden! – en dat het daarmee onmogelijk wordt om de partijlijn structureel te wijzigen. Dat mag immers om ideologische redenen niet gebeuren, maar is wel de praktijk van alledag geworden. Daarover reppen de auteurs ook met geen woord.

Tot slot komen Den Uyl en Bakker met een originele vondst door Ubuntu te introduceren in ons land, maar ze negeren de dualistische cultuur in het westen dat eenheidsdenken niet toelaat:

‘Het kan ook anders. Als we beseffen dat politici deel van onze gemeenschap zijn, waar door iedereen fouten worden gemaakt. Wie vrij van zonde is, werpe de eerste steen. We kunnen putten uit het Afrikaanse begrip Ubuntu: het staat voor ‘één-zijn’ en focust op ‘insluiting’: ik ben doordat wij zijn. Ubuntu is de bron voor verzoening in het bestuur van een land, zoals destijds de waarheidscommissie in Zuid-Afrika misdaden vergaf om de eenheid te bevorderen. Je kunt als slachtoffer pas vergeven als de dader kenbaar is en berouw toont. Dan zijn de twee weer ‘één’.

De zwakte van dit voorbeeld is, zoals al aangegeven, dat Ubuntu, zoals hier beschreven wordt, alleen toepasbaar is bij waarheidscommissies die het verleden gaan evalueren. Maar dat heeft met onze dualistische politieke praktijk van alle dag niets te maken.

In de politiek draait het om verschillende en tegengestelde ideologieën (visies op de maatschappelijke inrichting), die ofwel haaks staan op andere en concurrerende partijen, of door afsplitsingen subtieler verschillen.

Daarmee is Ubuntu een verzoeningsprocedure (of proces), maar biedt het geen houvast om het dagelijkse politieke gevecht in de Kamer een beter aanzien te geven. Het gevecht om meerderheden of om verkiezingswinsten maken dat de dualiteit en dualisme voorlopig maatgevend zijn en pas vervangen worden als het hele politieke bestel op de schop gaat. Eerder niet.

Er komt overigens wel een andere wijziging in het bedrijven van politiek op gang. Sinds dit kabinet Rutte2 zal het gebruik gaan worden dat iedere volgende coalitie verschillende meerderheden in beide Kamers moet gaan ‘regelen’, dus organiseren. Als iedere verkiezingsuitslag, zoals die van 2012, geen gemakkelijk duidbare uitslag opleveren maar wel twee partijen die samen een Kamermeerderheid kunnen vormen, – en dat is een kwestie van afwachten -, betekent dat met de huidige versplintering nooit meer stabiele coalities. Dat wordt de nieuwe opdracht aan de politiek om daarmee rekening te houden. De oude stabiele coalitiepolitiek is voorbij en dat maakt een permanente cross-over van traditionele partijlijnen noodzakelijk. Daarmee worden wij gedwongen tot meer eenheidsbewustzijn, omdat de dualiteit dan niet meer blijkt te werken. We gaan dus langs een andere weg naar Ubuntu dan de auteurs zich dat hadden voorgesteld!

Advertisements