Tags

, , , , ,

Bed, bad en brooddiscussie is ongepast (Stans Goudsmit – lid van het College voor de Rechten van de Mens, opinie/Trouw, 21 april)

Nederland is al sinds 1979 verplicht vreemdelingen onderdak, bed en bad en brood te bieden, betoogt Stans Goudsmit.

‘Ongedocumenteerden leven nog steeds in onzekerheid over de vraag hoe en wanneer zij opvang krijgen.’

In mijn reactie op dit opiniestuk vanuit het College voor de Rechten van de Mens, wil ik proberen om geen persoonlijke opvatting publiekelijk bekend te maken, maar mij op te stellen vanuit de twee coalitiepartijen die nu aan tafel zitten om in overleg te komen tot een oplossing van het partijpolitieke conflict van dit moment. Ik ga mij dus invoelen wat er aan de onderhandelingtafel afspeelt.

Het bovenstaande, eerste citaat, roept natuurlijk twee compleet verschillende standpunten op. De VVD zegt ongetwijfeld dat ongedocumenteerden die onzekerheid waarin ze verkeren aan zichzelf te wijten hebben. En zij wensen daarover verder niet moeilijk te gaan doen omdat we daarmee niets opschieten; sterker, onszelf verder van de wal in sloot gaan werken. Een juridisch legitiem standpunt van de VVD dus, waaraan ook streng te hand moet worden gehouden.

De PvdA stelt daar tegenover dat we als beschaafd land volgens het Vreemdelingenverdrag verplicht zijn om bed, bad en brood aan te bieden, omdat we een menselijke samenleving dienen te blijven. Solidariteit en sociaalbeleid is ons visitekaartje naar de buitenwereld. Een sociaal standpunt, maar wel botsend met het legalistische standpunt.

Beide standpunten moeten en kunnen ook naar een gulden middenweg gemanoeuvreerd of gestuurd worden omdat het uiteindelijk een nationale aangelegenheid gaat worden waar iedere volgende regering – van welke kleur dan ook – mee te maken gaat krijgen.

Nog los van de actualiteit van groeiende aantal verdrinkingsgevallen dient de Europese Commissie (EC) nu te gaan optreden omdat de huidige situatie niet meer houdbaar is. Waar nu de Mensenrechten Commissie ons land heeft toegesproken, daar kan de Verenigde Naties volgende week aan de beurt zijn.

Aangezien alle rijke landen in de wereld (Noord-Amerika met de VS en Canada, Europa met de EU, en Azië met Australië en Nieuw-Zeeland) te maken hebben met grote vluchtelingenstromen, moet er een antwoord komen vanuit een mondiaal podium dat deze rijke blokken de plicht toegeschoven krijgen om een einde aan deze situatie te maken via een beleid dat met name de vluchtelingenstromen worden tegengegaan. De wereldgemeenschap kan deze ontwikkeling immers niet tolereren.

Dat ons ‘Bed, Bad en Brooddiscussie’ ongepast is, zoals de Commissie heeft geschreven, is volkomen terecht, maar biedt geen oplossing aangezien er in de tekst geen oplossingsmodules worden aangeboden. Slechts verdragsintenties worden aan ons ter herinnering aangeboden:

‘Nederland committeerde zich al lang geleden aan het bieden van een behoorlijke levensstandaard aan ongedocumenteerden die niet voor zichzelf kunnen zorgen.’

Het probleem met een huidige commitment aan deze bepaling is natuurlijk dat het niet alleen heel vaag blijft, maar dat de omstandigheden geheel gewijzigd zijn sinds 1979 en toen niemand had kunnen voorzien wat zich anno 2015 op de wateren van de Middellandse Zee zou gaan afspelen.

Naar mijn ethische gevoel moet er een voorlopige, maar praktische oplossing kunnen – als er onverhoopt toch een kabinetscrisis uitbreekt, is mijn ‘vertrouwen’ in de politiek definitief vervlogen en dus weg – worden gevonden dat de burgemeesters van de grote steden de voorzieningen in standhouden tot het moment dat de EC met een gerichte actie of voorstel komt om de betrokken mensenhandelaren effectief aan te pakken; dus opsporen, vervolgen en berechten, naast een nieuw collectief Europees beleid om tot een echt armoedebeleid te komen. Dit is volgen mij alleen mogelijk als de bestaande nationale Ontwikkelingsprogramma’s worden samengevoegd om de wereld te tonen dat het de EU menens is dat vluchtelingenstromen WORDEN tegengehouden, want dat is alleen mogelijk als er een effectief beleid wordt gevoerd dat deze ongepaste vluchtelingenstromen tegengaat.

Natuurlijk is dit een bijna onmogelijke opgave omdat niemand zit te wachten op een nieuwe opdracht aan de EC, in casu Brussel, omdat de schijn wordt opgewekt dat die machinerie sterker en groter wordt, maar dat is lariekoek. Dit kan – lees: dient – een initiatief vanuit de lidstaten te worden om tot een effectieve samenwerking vanuit nationale ontwikkelingsgelden tot een Europees beleid te komen. Anders komen van de zeerampen in de Middellandse Zee nooit af.

En laten we daarbij vooral ook de nieuwe technologische hulpmiddelen inschakelen zoals satellieten en drones (die de radar moeten gaan vervangen om de effectiviteit te vergroten), waarvan je merkwaardig genoeg niets hoort, want toch bij uitstek de middelen die inzetbaar zijn. Maar dan gaat het misschien naar een politiestaat ruiken, maar in dit geval een onjuiste indruk omdat mensenrechten hier in het geding zijn.

We mogen ervan uitgaan dat wat hier nu op papier is geformuleerd ook de reden kan zijn dat de kabinetsonderhandelingen over BBB in een breder perspectief te plaatsen, maar als ik daarin te optimistisch ben dan: hierbij deze handreiking, hoe idealistisch of naïef misschien ook, maar er dient in ieder geval een nationaal debat op gang te komen hoe we de politiek weer in beweging krijgen na de ogenschijnlijke loopgraven die nu aan het ontstaan zijn en waar we allang doodziek van zijn.

Samenvattend gaan we dus een verplichting met onszelf als burgers van de EU aan om een oplossing te bedenken tegen het beeld dat ‘Europa’ niet alleen een muur opwerpt om iedereen tegen te houden, maar dat de EU ‘effectieve daadkracht’ gaat ontwikkelen en tonen dat het met oplossingsgerichte visies komt. Want die bestaan naar mijn indruk nog helemaal niet. De EU kan alleen maar ruzie maken en daarvan maken de smokkelaars dankbaar gebruik. Dat tuig dient opgespoord te worden. En onze ruziemakers moeten de mond worden gesnoerd; zo ontstaat er evenwicht. En als dat niet lukt moeten we bij ons zelf te rade gaan wat er ‘anders’ aan de hand kan zijn. De mensheid is misschien al doodziek geworden.

Advertisements