Tags

, , , ,

Bankiers leven in een amoreel universum (Joris Luyendijk, Coververhaal, Katern Opinie & Debat/NRC Handelsblad, 11 april)

Hoe kunnen ze met zichzelf leven? De vraag ettert door, zeven jaar na de crisis in de financiële sector. Bankiers zijn amoreel , meent Joris Luyendijk die drie jaar lang met bankiers in de Londense City sprak.

‘Net als de getuigen deze week in de Tweede Kamer leken ook mijn geïnterviewden stuk voor stuk volledig vrij van schaamte, laat staan schuldgevoelens. Voor hen was het simpel: ethisch gedrag is gedrag waarbij geen wetten worden overtreden. Punt uit en laat me met rust.

‘Mijn opdracht is simpel, zeiden de geïnterviewden, ik moet namelijk binnen de wet een zo hoog mogelijk winst halen voor de aandeelhouders die de eigenaren zijn van mijn bank. Discussies over ‘goed’ en ‘fout’ worden simpelweg niet gevoerd, legden ze uit.’

Dit zijn een tweetal citaten van een uiterst boeiend ‘coververhaal’, een reflectieve terugblik op de hoorzitting van twee weken geleden in de Tweede Kamer, waaruit de komende dagen nog veel meer uit geciteerd zal worden vanwege het belang van dit artikel. Ik ga er vanuit dat de toeschouwers op Politiek 24 evenzeer een algemene verontwaardiging en verbijstering deelden over de gegeven antwoorden van de uitgenodigde bankiers op de vragen van onze parlementariërs, als ikzelf.

Inderdaad, zoals Luyendijk schrijft, de betrokken presidenten van de Raden van Commissarissen van de drie Nederlandse financials geïnterviewden waren ‘stuk voor stuk volledig vrij van schaamte, laat staan schuldgevoelens. Voor hen was het simpel: ethisch gedrag is gedrag waarbij geen wetten worden overtreden. Punt uit en laat me met rust.’ Waarom dat schaamteloze gedrag en het onbegrip naar het publiek toe dat dit gedrag niet begrijpt en dat zich persoonlijk belazerd voelt? Persoonlijk belazerd omdat dit publiek de Nederlandse belastingbetaler is die zelf de banken overeind heeft geholpen door de overheidsinjecties. Banken en verzekeraars die in hun gezamenlijkheid teveel tegoeden van deze rekeninghouders beheren, zodat deze banken tot systeembanken moesten worden verklaard opdat niet alle tegoeden als sneeuw voor de zon zouden smelten en waardeloos werden. Zo gemakkelijk werd voor het publiek duidelijk gemaakt dat overheidsingrijpen noodzakelijk werd om onze eigen rekeninghouders én onze economie niet in één keer failliet te laten gaan.

En dan nog te denken dat in het geval van ABN Amro de aandeelhouders de overheid en dus die gezamenlijkheid van alle belastingbetalers zelf is. Dat besef wilde niet tot de commissarissen doorbreken. Vandaar de publieke verontwaardiging. Maar het past dus geheel in de bankierscultuur, zoals ook bewezen wordt door dit artikel van Joris Luyendijk en zijn boek over de Londense City.

Ik kom er nu ook voor het eerst toe om een toelichting te geven over de titel die aan deze website is gegeven: ‘AquariusPolitiek’. Deze naam werd gekozen omdat ik een poging wilde ondernemen om verkeerde maatschappelijke ontwikkelingen aan de kaak te stellen en dat te doen via een sociale media, het instrument bij uitstek om het publiek te bereiken.

Normaal gesproken probeer je maatschappelijke verbeteringen via politieke partijen aan te kaarten, maar als je de pech hebt of de ervaring hebt opgedaan dat een politieke discussie binnen welke partij dan ook niet uitblinkt door nuancering en je ideeën ook gemakkelijk weggestemd kunnen worden, dan houd je het snel – lees: traag als het inzicht pas laat tot je doordringt dat alleen van je gevraagd wordt het eigen partijprogramma na te papegaaien – voor gezien.

En ik ben de enige niet, getuige de toenemende versmalling van het ledenbestand van politieke partijen. Deze democratie heeft in feite het recht verloren om die vlag te mogen dragen. Vandaar dus de naamgeving van deze blogs: ‘AquariusPolitiek’, op weg naar een Nieuwe Tijd en nieuwe wereld zonder deze categorie bankiers.

Waarom deze twee citaten gekozen als begin van een serie blogs? Omdat de specifieke zin ‘Discussies over ‘goed’ en ‘fout’ worden simpelweg niet gevoerd’ mij (en misschien ook anderen) erg doet denken aan politieke praktijken die de aanleiding waren tot de Tweede Wereldoorlog.

Goed en fout werden niet in ethische zijn beschouwd, maar wat in het verkiezingsprogramma stond. En als dat programma expliciet neerkomt op rassenhaat, dan voer je dat programma ook uit. Daarom is het onderscheid dat Joris Luyendijk in dit artikel maakt tussen immoreel en amoreel zo nuttig. Bankiers doen simpelweg wat aandeelhouders gebieden wat je moet doen, en je wordt als bankiers daarmee technisch uitvoerder van hun opdracht, dus technocraat-optima-forma, ofwel je toont dan immoreel gedrag – lees: als je de orders van de aandeelhouders niet uitvoert word je op staande voet ontslagen wegens ongehoorzaamheid – verweten.

Maar ‘amoreel’ is willens en wetens verkeerd gedrag tonen en dus ook onwettig handelen. Daarom benadrukt Luyendijk ook de zinsnede:

‘Dit moet ook de reden zijn dat de president-commissaris van ABN Amro, Rik van Slingelandt, al zijn rechtvaardigingen vergezeld liet gaan van de bezwering “wij zijn niet amoreel”. Kennelijk vreesde hij reputatieschade, mocht dit beeld ontstaan.’

Welnu, dat ‘mocht dit beeld ontstaan’ geldt in dit geval de bankenwereld en niet het publiek, aangezien daar allang sprake is van die reputatieschade. Het verschil is alleen nu dat dit nieuwe feit zo duidelijk werd op dit podium van de Kamer, dat er nu helemaal misverstand meer bestaat. De reputatieschade van ABN Amro is nu tot in alle uithoeken van de samenleving doorgedrongen en is onherstelbaar vernietigd. Zo simpel ligt dat nu.

En ons belastinggeld is wederom geheel in rook opgegaan. Deze Raad van Commissarissen heeft geheel gefaald en kan niet anders dan aftreden en worden opgevolgd door een nieuwe Raad, die de bank gaat omzetten in een nieuwe staatsbank voor het gewone publiek van rekeninghouders, want de ABN Amro heeft niets meer te zoeken op de beurs, waar ze nu de risee van de bancaire sector zijn geworden. ABN Amro als de nieuwe Postbank is de enige uitkomst die nog redding kan brengen.

Maar daarnaast is een veel belangrijker thema: ‘hoe kan deze nieuwe bankencultuur worden aangepakt’, want de cultuur die Luyendijk zo treffend beschrijft is natuurlijk het einde van onze bestaande beschaving. Als deze cultuur blijft bestaan, dan roepen we de Apocalyps op onszelf af. En laat er geen onduidelijkheid over bestaan: deze Apocalyps wordt veroorzaakt door het neoliberalisme dat de vlag van het liberalisme volslagen onwaardig is geworden (want alleen geld voor aandeelhouders is de centrale issue en niet de mens).

Advertisements